De Myle - Deel 3
De Myle
Over de Myle en de band die onze voorouders met de Myle hadden
Paul Meylemans
Op de homepagina van deze website staat dat we De Myle Krant genoemd hebben naar de Myle, een gehucht gelegen in het oost-zuidoosten van Lier. In dit artikel willen we dit gehucht beter bekend maken bij de Mylemansen en ook een idee geven welke band onze voorvaderen hadden met de Myle.
In de twee eerste delen van dit artikel schetsten we waar de Myle precies gelegen is en gingen we op zoek naar de schrijfwijze van de naam de Myle door de eeuwen heen. In dit derde deel proberen we te achterhalen sinds wanneer de Myle als gehucht gekend was en wat de betekenis is van de naam de Myle.
Sinds wanneer vinden we vermeldingen van de Myle?
Vermeldingen van de Myle, het gehucht van de stad Lier, zijn al heel vroeg te vinden. Eén van de allereerste geschriften die vermelding maken van een plaats met deze naam is een boek dat zich in de Abdij van Nazareth bevond en waarvan de tekst geciteerd wordt in het werk van Anton Bergmann uit 1873 “Geschiedenis der Stad Lier”. Het extract hieronder gaat over de bepaling van het grondgebied van de stad Lier.
Citaat
”10 Maij 1213
In eene generale vergaderinge gehouden geweest van de inwoonders van ’t graeffschap van Emmele om een deel van ’t dorp van Lier te scheyde van ’t graeffschap ende gestelt te worden onder de stadt van Antwerpen, alwaer naer wergaen ende keeren, sijn gestelt gheweest vyff paelen, ende al dat binnen de selve paelen wesen soude, dat soude de toecomende stadt van Lier toebehooren, ende wesen onder de jurisdictie van Antwerpen, en al dat buyten de paelen wesen soude, dat soude men deyle in dry gehuchten, te weten: Mylboom van Berlaer, ’t Hagenbroeck ende het huysken van Lachen, de welcke blyven sullen onder de gerichte van ’t voorschreven graeffschap, maar dat de inwoonders daer van in ’t spiritueel sullen blyven onder de prochie kercke van Lier.”
Einde citaat
In deze tekst wordt beschreven hoe hertog Hendrik I van Brabant Lier tot stad verhief in 1212. Het Lierse grondgebied of beter gezegd, het gebied waar Lier zijn stadsrechten kon doen gelden, werd vastgesteld in 1213, bestaande uit de eigenlijke stad die zich binnen de 5 palen bevond, en de Bijvang, een vrij uitgestrekt gebied dat buiten de palen lag, bestaande uit de dorpen Kessel, Nijlen, Emblem en Bevel en de gehuchten Hagenbroek, Lachenen en de Myl. Deze opdeling blijft bestaan van 1212 tot 1795, bij het begin van de Franse Republiek, toen de dorpen Kessel, Nijlen, Emblem en Bevel weer zelfstandige gemeenten werden. De 5 palen waren hoogstwaarschijnlijk opgesteld langs de 5 grote toegangswegen naar de stad die telkens bij één van de stadspoorten toekwamen.
Figuur 9 Ferrariskaart - Stad Lier
Op het plan van de stad Lier zoals afgebeeld op de Ferraris kaart zijn die toegangswegen naar de poorten van de stad Lier goed te zien. Die poorten dragen de volgende namen:
Porte de Malines (Mechelse Poort)
Porte d’Anvers (Antwerpse Poort)
Porte de Bois le Duc (‘s Hertogenbos Poort)
Porte de Louvain (Leuvense Poort)
Porte et Ecluse du Mol (Mol Poort en Mol sluis)
In de “Geschiedenis der gemeenten Kessel, Bevel, Nijlen, Emblehem en Gestel” van J.B. Stockmans uit 1910 lezen we dat de Myle deel uitmaakte van de Lierse bijvang (nvdr de “bijvang” betekent “de streek die zich rondom een plaats bevindt er er deel van uitmaakt”). De bijvang had zijn eigen schepenbank en rechtsregels, maar gezien de bijvang aan de stad Lier toebehoorde, was de macht van de schepenbank beperkt. Waren de inwoners van de bijvang het niet eens met een uitspraak van hun schepenbank, dan konden ze bij de Raad van Brabant beroep aantekenen. Het was dus juridisch en administratief gezien allesbehalve een eenvoudige constructie.
Citaat
“Het grondgebied van Lier bestond uit drie van elkander gescheiden gedeelten: de stad, de kuip en den bijvang. De stad was het gedeelte binnen de muren, wallen of vesten ingesloten. De kuip, zich onder dezelfde jurisdictie bevindende, was eene ringvormige oppervlakte rondom de stad en van den Bijvang met palen afgeteekend. Buiten de grens der kuip had men den Bijvang, welke zijne bijzondere schepenbank en costumen bezat.
De Liersche bijvang bestond uit drie gehuchten of tenten: Lachenen, de Myle en Hagenbroeck, deelmakende van de eenige parochie van Lier en de vier dorpen Kessel, Nylen, Bevel en Emblehem.”
Einde citaat
Dat het niet altijd boterde tussen Lier en zijn bijvang is duidelijk. In nummer 70 van De Poemp, het heemkundig tijdschrift van Nijlen, lezen we dat
Citaat
“de bijvang een apart schepencollege had van vier schepenen, gekozen uit de inwoners: één uit Nijlen, één uit Kessel of Bevel, één uit Emblem of Hagenbroek en één uit Lachenen of Mijl. De bijvangschepenen vonnissen over “processen, de inwoners of goederen des Bijvangs”. Men kan tegen hun vonnis beroep aantekenen bij de Raad van Brabant.
Lier beschouwde zijn “bijvang” blijkbaar als een “melkkoe”, die de regelmatige tekorten in de stadskas moest vullen. Zo leert ons het dagboek van J.B. de Cnaep (gemeentesecretaris van Nijlen en Bevel, en burgemeester van Bevel van 1812 tot 1818) dat in 1793 door Lier het maal- en pontgeld, een belasting die eeuwen betwist werd door de bijvang, andermaal te berde gebracht wordt. Ook het verhaal van de door Lier gestolen Bevelse klerkklok (1579) en het feit dat de bijvangdorpen hun bier niet mochten brouwen maar het minderwaardige “fluitjesbier” van Lier moesten verwerken, pasten in dit kader.”
Einde citaat
En Frans Lens schreef in een bijdrage over Bevel in de geschiedkundige inventaris van de erfgoedvereninging Kempens Karakter:
Citaat
“Die gedwongen afhankelijkheid van Lier, noem het gerust een fusie avant la lettre, die zo maar eventjes zes eeuwen geduurd heeft, werd tot grote vreugde van de vier dorpen opgeheven in 1798.”
Einde citaat
Waar komt het woord Myle vandaan en wat betekent het?
Om de oorsprong en de betekenis van het woord Myle of Mijl te achterhalen zijn we ons licht gaan opsteken bij Prof. Magda Devos, die aan de Universiteit van Gent onder andere naamkunde doceerde aan de faculteit Letteren. Mevrouw Devos verklaarde dat het woord Myle of Mijl een verkorting is van het samengestelde woord banmijl.
Een banmijl was het gebied rondom een stad – oorspronkelijk waarschijnlijk reikend tot een mijl buiten de stad – waar de stadsrechten golden en waar de stad recht mocht spreken. Bij de steden eindigde het rechtsgebied niet, zoals je zou kunnen denken, meteen bij de stadsmuur, maar een flink eind daarbuiten. Juridisch gesproken lagen er rondom de stad twee concentrische cirkels. De binnenste cirkel begrensde het gebied waar de wetgevende macht van de stad gold. Deze grens heette de ‘limiet’. De ‘bangrens’ lag daar weer een eindje buiten. Binnen dit grotere gebied mocht de stad criminelen arresteren. En mensen die uit de stad verbannen waren, mochten niet binnen de bangrens komen. Ook mocht niemand binnen de bangrens werk doen waarop de gilden van de stad het monopolie hadden. Denk maar aan het verbod binnen de bijvang om hun eigen bier te brouwen en de verplichting om het fluitjesbier van Lier te moeten consumeren.
De bangrens lag soms honderd roeden (ruim driehonderd meter) buiten de limiet, soms tot een mijl daarbuiten. In dat laatste geval sprak men van een ‘banmijl’. De banmijl werd gemarkeerd met palen, die langs de uitvalswegen stonden. Die palen werden dan ook banpalen genoemd. Zoals zoveel oude bestuurlijke en juridische organisatievormen gingen ook de bannen roemloos ten onder tijdens de Franse Revolutie. Ze gingen op in de nieuwgevormde gemeenten.
Wellicht waren de vijf palen, die in 1212 rond de stad Lier werden geplaatst om zo het rechtsgebied van de stad te bepalen, zulke banpalen. Dat de invloed van de stad Lier op de omliggende gehuchten en dorpen van 1212 tot 1798 (Franse Revolutie) bleef bestaan lazen we reeds in de geciteerde uitspraak van Frans Lens.
Figuur 10 Een grenspaal of een banpaal van de stad Lier
Figuur 11 Het wapenschild van Lier en het jaartal 1710
Hierbij enkele foto’s die Coi Haverals gemaakt heeft van een paal met daarop het wapenschild van de stad Lier en het jaartal 1710. Deze paal werd bij wegenwerken, ergens ter hoogte van de huidige ring van Lier, verwijderd. Of het hier om een banpaal gaat is niet zeker, maar we stellen ons voor dat banpalen er net zo kunnen uitgezien hebben. De eerste banpalen die het rechtsgebied van Lier afbakenden dateren van 1212, maar bij uitbreiding van steden was het de gewoonte om ook het rechtsgebied van de stad mee uit te breiden en moesten er dus nieuwe banpalen geplaatst worden. Dat oude banpalen, aangetast door de tand des tijds, af en toe dienden vervangen te worden, kan natuurlijk ook een verklaring zijn voor het jaartal 1710 dat op deze paal gebeiteld staat.
Het Franse equivalent van de banmijl is de ‘banlieue’: lieue betekent ‘mijl’, en het Franse woord ban is in de twaalfde eeuw aan het Frankisch ontleend, dat wil zeggen de tak van het Germaans waar ook het Nederlands uit ontstaan is. De Parijse banlieue (het woord betekent nu ‘voorsteden’) was oorspronkelijk dus slechts een mijl buiten de stad, wat heel wat kleiner is dan nu.
Ban en het bijbehorende werkwoord bannen zijn hele oude woorden. Ban is al in de tiende eeuw in een document aangetroffen. De oorspronkelijke betekenis van bannen moet ‘spreken’ zijn geweest. Daaruit ontwikkelden zich de betekenissen ‘plechtig spreken’ en ‘een juridisch oordeel uitspreken’. Een ban kon een hele rits zaken aanduiden. Achtereenvolgens waren dat:
1. een bevel of verbod,
2. een convocatie voor een rechtszitting,
3. een wettelijke bepaling,
4. een boete bij zo'n bepaling,
5. de rechtsmacht van een vorst of van iemand die namens de vorst rechtsprak, en
6. het gebied waar dat banrecht werd uitgeoefend.
Ook in het Engels vinden we woorden terug die van ban en bannen zijn afgeleid. Een “bann” is een verbod en een “banner” is een spandoek met daarop een spreuk.
In het vierde en laatste deel van dit artikel over de Myle bekijken we welke economische activiteiten plaatsvonden in de Myle en welke Mylemansen in de Myle woonden.
Indien u onze artikelen leuk vindt, laat het ons dan weten door hieronder een commentaar te schrijven of ons een mailtje te sturen.
Als je onze website en onze artikels leuk vindt, vertel het dan verder binnen je eigen familie. Ik weet zeker dat je familieleden ook geïnteresseerd zullen zijn. We danken jullie op voorhand voor de mond tot mond reclame.