De Myle - Deel 4
De Myle
Over de Myle en de band die onze voorouders met de Myle hadden
Paul Meylemans
Op de homepagina van deze website staat dat we De Myle Krant genoemd hebben naar de Myle, een gehucht gelegen in het oost-zuidoosten van Lier. In dit artikel willen we dit gehucht beter bekend maken bij de Mylemansen en ook een idee geven welke band onze voorvaderen hadden met de Myle.
In de vorige delen van dit artikel schetsten we waar de Myle precies gelegen is en gingen we op zoek naar de schrijfwijze van de naam de Myle door de eeuwen heen. We gingen op zoek sinds wanneer de Myle als gehucht gekend was en wat de betekenis is van de naam de Myle. In dit vierde en laatste deel van het artikel over de Myle bekijken we welke economische activiteiten plaatsvonden in de Myle en welke Mylemansen in de Myle woonden.
Welke opmerkelijke gebouwen vinden we in de Myle?
Welke opmerkelijke gebouwen vinden we op al die oude kaarten in de Myle? Wat opvalt zijn het grote aantal hoeven, een behoorlijk aantal herbergen en één molen:
Hoeven
Het Chartrensehof – Karthuyzers Hof
Cse[1] des Jesuites – Jezuiten Hoef
Cse Nazareth – Hertog Jans Hof
Cse Van den branden – Anc.Chau de Lablistrata Fme
Mostaert Pot Fme[2]
Het Laerken Fme
Nieuwe Hoef
Rattekot Fme
De Leen Hoef Fme
Den 3 Pikkel Fme
[1] Cse = Cense of boerderij
[2] Fme = Ferme of boerderij
Op basis van de belangrijke gebouwen die we aantreffen in de Myle (10 grote boerderijen en een molen), kunnen we zeker stellen dat de bodem in de streek vruchtbaar moet zijn geweest. Dat is wel vaker het geval in de gebieden rond een rivier. Ondanks de nabijheid van de stad Lier is De Myle ook vandaag nog steeds erg landelijk met veel landbouwgronden.
Figuur 12 Zicht op de stad Lier vanuit Mijl (de straat in de Myle)
Verschillende van deze grote boerderijen bestaan vandaag nog steeds in één of andere vorm. Het patroon dat het gebied om de boerderij had in 1827 of zelfs vroeger is nog steeds goed te herkennen in het huidige landschap. Kijk maar op de volgende prenten die de kadasterkaart van 1827 naast een kaart van vandaag tonen.
Figuur 13 Kadasterkaart van 1827 - Noordelijke deel van de Myle
Figuur 14 Huidige kaart van het noordelijke deel van de Myle
Figuur 15 Jezuïtenhoeve
Figuur 16 Karthuizershoeve
Welke Mylemansen woonden in de Myle?
Het is niet van alle Mylemansen die in de Myle woonden geweten dat ze daar woonden. Maar van de sommige Mylemansen zijn er duidelijke aanwijzingen dat ze met hun gezin daar woonden. We sommen er hier slechts enkele op. Later komen we in andere artikels met meer detail zeker nog op deze bewoners van de Myle terug.
Petrus Mijlemans x Catharina Verhoeven (∞ 29/07/1731) en hun gezin
Petrus werd geboren in Balder (vroegere naam voor Berlaar). Het huwelijk van Petrus met Catharina Verhoeven staat in het huwelijksregister van de Sint-Gummaruskerk te Lier genoteerd. Petrus en Catharina hadden 10 kinderen Adrianus °17/05/1732, Catharina °19/01/1734, Joannes Franciscus °26/12/1734, Maria °08/04/1737, Joanna Catharina °07/03/1739, Joanna Catharina °15/06/1740, Egidius °18/07/1743, Joannes Gummarus °09/11/1744, Franciscus Gummarus °29/10/1747 en Egidius °17/03/1749. Ook het doopsel van de 10 kinderen staat netjes genoteerd in het doopregister van de Sint-Gummaruskerk. Bij de laatste 2 kinderen (Franciscus Gummarus en Egidius) staat er onder de naam van de boreling “Meijle” wat een aanduiding is dat dit gezin in Meyle woonde. We kunnen dus met zekerheid zeggen dat Petrus en Catharina vanaf 1747 in de Myle woonden.
Figuur 17 Doopakte van Franciscus Gummarus Mijlemans (29/10/1747)
Figuur 18 Geboorteakte van Egidius Meijlemans (17/03/1749)
Zoals u ziet wordt er in zo’n geboorteakte niet echt veel opgeschreven:
1. Uiterst links staat de dag in de maand (welk jaar en welke maand het was vinden we elders op het blad),
2. In de linker kolom staan de voornaam en de familienaam van de vader en de moeder,
3. In de middenste kolom staat de voornaam van het kind, en in deze gevallen ook de plaats waar de ouders woonden, of waar het kind geboren of gedoopt was, en
4. In de rechter kolom staan de voornaam en de familienaam van de doopheffers, zeg maar de peter en de meter van het kind.
Gummarus Mijlemans x Maria Peeters (∞ 25/02/1754) en hun gezin
Het huwelijk op 25/02/1754 van Gummarus Mijlemans met Maria Peeters staat genoteerd in het huwelijksregister van de Sint-Gummaruskerk te Lier. Uit welke parochie of dorp Gummarus en Maria afkomstig waren of waar ze woonden staat er niet bij vermeld.
Figuur 19 Huwelijksakte van Gummarus Mijlemans en Maria Peeters (25/02/1754)
Op 05/12/1754 wordt hun eerste kindje gedoopt, een zoon die ze Joannes noemen. Het doopsel staat vermeld in het doopregister van de Sint-Gummaruskerk te Lier en onder de naam van het kind schrijft de pastoor Meijle als verwijzing dat deze mensen in Meyle woonden. Ook de familienaam van Gummarus wordt nu Meijlemans geschreven.
Figuur 20 Doopakte van Joannes Meijlemans (05/12/1754)
Een kleine twee jaar later wordt Maria Catharina op 27/09/1756 gedoopt en weer wordt het doopsel opgetekend in het doopregister van de Sint-Gummaruskerk te Lier. Ook hier wordt vermeld dat het mensen uit De Mijle waren.
Figuur 21 Doopakte van Maria Catharina Meijlemans (27/09/1756)
Op 06/05/1761 wordt in het gezin van Gummarus en Maria nummertje 3 gedoopt. Het doopregister van de Sint-Gummaruskerk te Lier vermeldt dat het kindje de naam Elizabetha krijgt. Bij haar naam staat Myle. Ook bij de naam Gummarus Meijlemans staat nu geschreven “ex Berlaar” om aan te geven dat hij in Berlaar geboren is. Bij Gummarus’ vrouw Maria Peeters staat dat ze geboren is te Antwerpen.
Figuur 22 Doopakte van Elizabetha Meijlemans (06/05/1761)
En zo waren er nog anderen die hen zijn voorgegaan en hen zijn opgevolgd als bewoners van de Myle.
We zien dat de huwelijken en de doopplechtigheden van mensen die in de Myle woonden opgeschreven werden in de parochieregisters van de Sint-Gummaruskerk in Lier. Of die huwelijken en doopplechtigheden ook in de Sint-Gummaruskerk plaats vonden is niet zeker. Enerzijds strookt wat we in de parochieregisters vinden met wat Anton Bergmann in 1873 citeerde in zijn boek “Geschiedenis der Stad Lier” uit een boek dat zich in de Abdij van Nazareth bevond:
Citaat
“… en al dat buyten de paelen wesen soude, dat soude men deyle in dry gehuchten, te weten: Mylboom van Berlaer, ’t Hagenbroeck ende het huysken van Lachen, de welcke blyven sullen onder de gerichte van ’t voorschreven graeffschap, maar dat de inwoonders daer van in ’t spiritueel sullen blyven onder de prochie kercke van Lier.”
Einde citaat
Dat het niet altijd makkelijk was voor de bewoners van de Myle om zich voor kerkelijke aangelegenheden naar de stad Lier te begeven lezen we in het boek uit 1932 “De Kapucijnen te Lier (1623-1797)” geschreven door P. Hildebrand, Archivaris van de Belgische Kapucijnen te Antwerpen.
Citaat
“Reeds in 1730 kwamen er bij Euqenia van der Nath , Abdis van Nazareth, herhaalde klachten toe vanwege haar pachters, gevestigd buiten de Leuvensche poort (n.v.d.r. het gebied buiten de Leuvense Poort is de Myle). Die menschen moesten rijke tienden betalen aan de Kanunniken van S. Gummarus en toch werden hun hoogere belangen door de geestelijkheid bijna totaal verwaarloosd. De kinderen groeiden op in de grootste onwetendheid, daar ze nooit een priester zagen om hun den catechismus te leeren. Zieken werden door niemand bezocht of getroost. Met moeite werden ze van de HH. Sacramenten der stervenden voorzien. En zoo er ’s nachts een dringend ziektegeval voorkwam, was het dan dikwijls moeilijk om tijdig een priester te kunnen vinden. Men moest eerst den portier der gesloten Leuvensche poort opkloppen, die moest bij den Goeverneur de sleutels gaan halen, de poort openen en de menschen binnenlaten. Het duurde toen nog een tijd, eer men den Plebaan of zijn Vicaris gewekt had, om den zieke te gaan bijstaan. Het kwam dikwijls voor, dat men alzoo slechts aankwam, als de zieke reeds gestorven was.
De Abdis was goed bevriend met Burggraaf van der Haegen, kanselier van Brabant. Op den duur verwittigde zij hem over dien toestand en hij sprak er over met Carolus d’Espinosa (n.v.d.r. Carolus d’Espinosa was de Bisschop van Antwerpen), tot wiens gebied Lier behoorde. Die vrome kerkvoogd liet de zaak onderzoeken en het gevolg was dat hij, op 4 Augustus 1732, niet één, maar twee nieuwe plaatsen van pastoor voor den Lierschen Bijvang instelde. Men kreeg dus meer dan men gevraagd had. En inderdaad was dat uitgestrekte en dichtbewoonde gebied door de Nete in tweeën verdeeld ; en daar er op den buiten geen brug was, was er geen middel de rivier over te steken, zonder door Stad te passeeren. Er werden dus twee nieuwe districten ingericht : 1) De Meile, buiten de Leuvensche poort, waartoe ook de Nazaretsche of Kloosterheide behoorde ; en 2) het gebied buiten de Antwerpsche-, Mechelsche- en Lisperpoorten, met Lachenen en Hagenbroek.
Beide gebieden krijgen elk een priester, die buiten de poorten der stad moet wonen. Dag en nacht zal hij aan zijn parochianen de HH. Sacramenten toedienen, de kinderen onderwijzen, de zieken bezoeken en troosten enz. De Bisschop verzoekt de Kanunniken, als wettige tiendeheffers, ten spoedigste voor ieder dezer priesters een woning te bouwen met een kapel, waar het H. Sacrament zal bewaard worden. Daarenboven zullen ze, buiten de huisvesting en jus stolae, aan den pastoor van de Meile jaarlijks 300 gulden betalen en 350 aan den anderen; deze laatste krijgt méér, omdat zijn gebied en zijn bevolking grooter is en hij daarbij op Zon- en feestdagen tweemaal (eens vóór en eens na den middag) in verschillende wijken catechismus moet houden. Voor het oogenblik lost de Bisschop de kwestie niet op, of de Stad zelf dan misschien met één Onderpastoor niet zou voortkunnen in plaats van met twee, gelijk tot nu toe gebruikelijk is. Dat kan men later in der minne schikken, zegt hij.
De Kanunniken toonden zich inschikkelijk ; en spoedig werden de huizen der nieuwe pastoors gebouwd : één tegen den steenweg buiten de Antwerppoort en één buiten de Leuvensche poort, langs den steenweg op Kessel”
Einde citaat
De Myle moet dus vanaf 1732, of kort daarna, een eigen pastoor gekregen te hebben. Gezien de voorbeelden van doop- en huwelijksakten die hierboven werden opgesomd dateren van de periode 1747 – 1761 is het best mogelijk dat ze door de plaatselijke pastoor werden uitgevoerd. Maar omdat de Myle nog steeds onder de parochie van Sint-Gummarus viel, moesten die doopsels en huwelijken wellicht nog steeds in de parochieregisters van de Sint-Gummaruskerk genoteerd worden. Waar die doop- en huwelijksplechtigheden dan plaatsvonden is nog niet opgehelderd.
Verwante artikelen
Geraadpleegde bronnen
Het Rijksarchief in België, Inventaris van de primitieve plannen van het kadaster, Lier – Sectie C, ‘de Meyl’ , Landmeter Eerste Klasse, de heer J. De Schepper (1827)
Het Rijksarchief in België, Nouvelle carte du Département des Deux Néthes en trois Arrondissements, J.Ph.Maillart et Sœur, an 8 de la République Francaise.
Geopunt.be, Historische kaarten, Ferraris kaarten (1771 – 1778)
Geschiedenis der Stad Lier, Anton Bergmann (1873)
Geschiedenis der gemeenten Kessel, Bevel, Nijlen, Emblehem en Gestel, J.B. Stockmans (1910)
De Poemp, tijdschrift van de Heemkring van Nijlen, Nummer 70, p.5-7, 750 jaar Bevel - Van de middeleeuwen naar de eigen tijd
Onze Taal, Jaargang 69, 2000, p.29; Geschiedenis op straat – Ban, Riemer Reinsma
Verklaring van herkomst en betekenis van de familienaam Meylemans, Prof. Magda Devos, UGent
Google Maps, zoekresultaten voor straatnamen die Mijl of Meyl bevatten
FamilySearch voor geboorteakten, huwelijksakten en overlijdensakten
De Kapucijnen te Lier (1623 – 1797), P. Hildebrand, 1932
Dit was het laatste deel van ons eerste artikel met als onderwerp De Myle, een gehucht van Lier waar verschillende van onze voorouders hebben gewoond.
Wie graag meer te weten komt over De Myle, kan ons altijd via de commentaar sectie of via de contactpagina schrijven.
Voor wie het zou interesseren hebben we enkele wandel-en fietsroutes uitgestippeld in De Myle.
Die kan je zowel op jezelf, in familiekring als in groep stappen of fietsen. Wens je daarbij graag andere Meylemansen, Mylemansen, Meijlemansen of Mijlemansen te ontmoeten, stuur ons dan een berichtje via de contactpagina of per mail aan contact@demylekrant.be. We organiseren dan heel graag een begeleide Mylemans wandeling of fietstocht.
Er komt nog een addendum op dit eerste artikel over de Myle, want ondertussen is er nog informatie binnen gekomen die we met onze lezers wensen te delen.
Later volgt dan een artikel over onze familienaam. Hoe zijn we aan die naam gekomen en wat betekent hij? Waarom wordt hij op zoveel verschillende manieren geschreven en is iedere Mylemans wel echt een Mylemans? Ik hoop dat jullie onze artikels leuk vinden en ze in de toekomst blijven lezen.
Als je onze website en onze artikels leuk vindt, vertel het dan verder binnen je eigen familie. Ik weet zeker dat je familieleden ook geïnteresseerd zullen zijn. We danken jullie op voorhand voor de mond tot mond reclame.