Paul Meylemans

Inleiding

In eerder verschenen artikelen bespraken we het leven van Frans (Franciscus/François) Meylemans (1828–1887) en van zijn oudste zoon Charles Louis Meylemans (1850–1918).

In de hoop op werk en een beter bestaan voor zijn gezin trok Frans Meylemans, in 1851 naar het Noord-Franse Hellemmes om er te werken in een vlasspinnerij. Charles Louis die in Mechelen geboren werd, groeide op in de streek van Rijsel, huwde er en stichtte een gezin. Maar op latere leeftijd, toen hij werkloos en gehandicapt werd, vervreemde hij van zijn gezin en geraakte hij ook aan lager wal. Hij kwam onverwacht terug in België terecht waar hij in in 1918 stierf in het Toevluchtshuis voor landlopers van de Rijksweldadigheidskolonie te Hoogstraten.

Wie de vorige twee artikelen gelezen heeft zal zich wellicht afgevraagd hebben of de kinderen van Charles Louis in Frankrijk gebleven zijn en of de naam Meylemans tot op heden nog door hen werd doorgegeven. Die vragen, en nog enkele andere, zullen we in dit artikel en enkele vervolgartikelen proberen te beantwoorden. Dit artikel is toegespitst op de zonen van Charles Louis.

De zonen van Charles Louis Meylemans

Bij het begin van de 20e eeuw waren de volgende 10 kinderen uit het gezin van Charles Louis en Sophie Rouzé nog in leven:

  1. François (26 november 1876 – 20 juni 1915)

  2. Charles Louis (12 juni 1878 – 28 juni 1931)

  3. Fernande Hortense (4 april 1884 – 28 maart 1932)

  4. Eléonore Jeanne (5 maart 1886 – 15 mei 1966)

  5. Laure (16 november 1888 – 15 juli 1970)

  6. Henri (23 april 1891 – 26 september 1916)

  7. Fernand François (24 juli 1893 – 25 augustus 1974)

  8. Albert (8 mei 1896 – 24 maart 1971)

  9. Suzanne (23 oktober 1898 – 11 januari 1955)

  10. Germaine (15 augustus 1900 – 4 april 1972)

In wat volgt overlopen we de feiten die we voor elk van zijn zonen teruggevonden hebben en proberen zo een beeld te schetsen over hoe hun leven er uit zag.

François Meylemans

François Meylemans komt op de wereld te Armentières in 1876.

Uit “Le Grand Echo du Nord et du Pas-de-Calais” van 29 februari en 3 maart 1892.

We zijn februari 1892, François is dan 15 jaar oud en woont bij zijn ouders in de rue Vantroyen 7 te Lille. Hij werkt in een linnenwinkel in de rue du Lombard te Lille. Op 29 februari vertrekt hij ’s morgens van huis, maar komt niet toe op zijn werk. Dat is niet zijn gewoonte. Gedurende enkele dagen vindt men geen enkel spoor van hem, zijn ouders zijn wanhopig. Tot de politie van Amiens, zo’n 100 km van Lille, op 3 maart om 5 uur ’s ochtends een jongeman opmerken “… qui parcourait le boulevard du Mail en frappant les arbres avec un couteau” (een jongeman die de bomen in de straat te lijf gaat met een mes). De jongeman wordt gearresteerd en naar het politiebureau gebracht. Het blijkt François Meylemans te zijn die 4 dagen eerder zijn ouderlijk huis had verlaten.

Op 4 juni 1895 schrijft François zich te Lille vrijwillig in om 5 jaar dienst te doen in het Franse leger en meer specifiek in het Vreemdelingenlegioen. Enkele dagen later komt hij toe in het korps en wordt soldaat 2e klasse. In totaal zal hij zich voor 3 periodes in het leger engageren: 1895-1900, 1900-1905 en 1905-1910.

In die tijd neemt hij met het 1e Régiment Etrangère (Vreemdelingenregiment) deel aan een indrukwekkend aantal buitenlandse campagnes van het Franse leger.

  • Algerije:             van 9 juni 1895 tot 30 januari 1899

  • Tunesië:             van 31 januari 1899 tot 3 juni 1900

  • Algerije:              van 11 september 1900 tot 9 maart 1902

  • Madagaskar:    van 10 maart 1902 tot 24 november 1902

  • Algerije:             van 23 november 1902 tot 19 oktober 1903

  • Regio Sahara:   van 20 oktober 1903 tot 19 juni 1904

  • Algerije:             van 20 juni 1904 tot 14 februari 1905

  • Cochinchine*: van 1 december 1905 tot 12 januari 1906

  • Cambodja:        van 13 januari 1906 tot 1 januari 1908

  • Cochinchine:   van 2 januari 1908 tot 4 februari 1908

    * Cochinchine is de naam die westerlingen gebruikten om de zuidelijke regio van Vietnam aan te duiden.

Als je wil weten waartoe al die buitenlandse militaire campagnes dienden waaraan François Meylemans heeft deelgenomen, lees dan ook eens Annex 1.

Zo zal François er wellicht uitgezien hebben tijdens de campagnes in Afrika.

 

Figuur 1 Franse Vreemdelingenlegionair (ca. 1900)

 

Voor zijn deelname in de campagne Sahara krijgt hij de “Médaille coloniale Sahara” (Koloniale medaille Sahara).

 

Figuur 2 Koloniale medaille Sahara

 

Na zijn laatste buitenlandse campagne wordt François in 1910 overgeplaatst naar het Armée Territoriale. Het Territoriaal Leger bestond uit reservisten en burgers die hun actieve dienst of hun dienstplicht hadden voltooid, maar die verder ter beschikking bleven voor de verdediging van het land in tijden van conflict.

Tijdens zijn eerste periode in het Vreemdelingenlegioen gedraagt hij zich voorbeeldig, want op 16 juni 1896 wordt hij gepromoveerd tot soldaat 1e klasse en op 21 maart 1899 zelfs tot korporaal. Later in datzelfde jaar maakt hij het echter een beetje té bont - dronkenschap en belediging van Frankrijk - waardoor hem op 1 oktober 1899 de graad van korporaal weer afgenomen wordt. Dat liederlijk gedrag lijkt eerder sporadisch voor te komen, want als hij in 1910 afzwaait wordt hem wel een certificaat van goed gedrag meegegeven.

Bij de volkstelling van 1896 in Roubaix wordt François, die dan 19 jaar oud is, genoteerd op het adres van zijn ouders met het beroep “magasinier” (magazijnbediende), terwijl hij eigenlijk met het Vreemdelingenlegioen in Algerije zit.

Na het beëindigen van zijn derde termijn in het leger gaat François aan het werk als arbeider in een spinnerij in Armentières. Het gezin van zijn inmiddels overleden tante, Julie Séraphine Meylemans (1855-1907) die met Charles Vital Joseph Priem (1852-1939) getrouwd was, woont in het nabijgelegen Erquinghem-Lys. Zo leert hij wellicht hun dochter Valentine Marie Joseph Priem (°1893) kennen die zijn volle nicht is.

Op 7 juni 1912 trouwt François met Valentine Priem in Armentières. De vonk moet zeker groot geweest zijn want naast het feit dat Valentine zijn volle nicht is, is ze ook 17 jaar jonger dan François. Om den brode verkoopt ze melk.

Het pas getrouwde koppel gaat in Nieppe wonen, ten westen van Armentières. François blijft aan het werk in een spinnerij. Voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog krijgen François en Valetine 2 kinderen:

  1. Marie Louise (22 maart 1913 – 23 oktober 2007)

  2. Marie Thérèse Françoise (18 mei 1914 – 4 april 1960)

Op 3 augustus 1914 verklaart Duitsland de oorlog aan Frankrijk. Vanaf dat ogenblik gaat alles razendsnel. François wordt opgeroepen en hij wordt ingelijfd bij het 243e Regiment Infanterie. Of hij met zijn regiment aan meerdere veldslagen deelnam weten we niet. Maar de Duitsers rukten snel op en vielen vooral langs België Frankrijk binnen. Na een initiële snelle opmars, liep het front vast en gingen beide kampen zich ingraven. In 1915 werden enkele pogingen ondernomen om het Duitse front ten zuiden van Arras te doorbreken. De dorpjes langs de frontlijn waren zo gebouwd dat de bebouwing ze tot echte vestingen maakte die moeilijk in te nemen waren. In plaats van één veldslag te leveren over een groot front, gaf de commandant van het IIe Leger, waartoe het Regiment van François op dat ogenblik behoorde, er de voorkeur aan om verschillende kleinere acties te ondernemen met een beperkt objectief en eens dat bereikt was, elders opnieuw aan te vangen. Elke kleine overwinning zou de moraal van de eigen troepen verstevigen en zou de vijand verder uitputten. Eén van die kleinere acties in de buurt van Hébuterne was om de Ferme de Toutvent op de Duitsers te heroveren.

 

Figuur 3 Kaart Nr. 8 met de stellingen van het Franse (rode lijnen) en het Duitse Leger (blauwe lijnen) nabij de Ferme de Toutvent in de buurt van Hébuterne in de periode van 7 tot 14 juni 1915. De rode “– . –“ lijn geeft de stelling van het Franse leger weer op 7 juni ’s avonds en de rode “---” lijn de situatie op 14 juni ’s avonds.

 

Zoals de bovenstaande kaart aantoont boekte het Franse leger tussen 7 juni en 14 juni terreinwinst waarbij de boerderij terug ingenomen wordt. Maar die terreinwinst gaat gepaard met grote verliezen.

Bij deze actie liet François het leven. Onmiddellijk na dit offensief wordt hij als vermist opgegeven, en het is niet zeker of ze zijn lichaam ooit hebben teruggevonden. Daarom duurde het tot 21 mei 1918 vooraleer hij officieel overleden werd verklaard door het Tribunal Civil van Arras, “Mort pour la France” op 20 juni 1915 – gestorven voor zijn adoptief vaderland. Het vonnis van het Tribunaal werd ingeschreven in de overlijdensregisters van het 1e Arrondissement van Parijs op 14 juni 1918. Zijn naam staat ook gegraveerd op het monument voor de oorlogsslachtoffers van de stad Nieppe waar hij voor de oorlog met zijn gezin woonde.

 
 
 

Figuur 4 Monument voor de oorlogsslachtoffers van de stad Nieppe, met daarop de naam van François Meylemans

 
 

Figuur 5 Oorlogskruis met zilveren ster

 

Er wordt hem postuum nog een ereteken toegekend: het Oorlogskruis met zilveren ster. Dat staat vermeld in het Franse staatsblad van 16 mei 1922.

Valentine Priem wordt weduwe op haar 22e en blijft achter met 2 kindjes die respectievelijk 1 en 2 jaar oud zijn. Gezien hun vader gestorven was voor het vaderland worden zij in 1920 erkend als “pupille de la nation” (kind van de natie) waardoor ze financiële en morele steun van Frankrijk kunnen bekomen. Valentine Priem blijft de rest van haar leven alleen en overlijdt in 1960 te Armentières op 67-jarige leeftijd.

Marie Louise Meylemans overlijdt in 2007 te Pau in de Pyreneeën en haar zus Marie Thérèse Françoise Meylemans overlijdt in 1960 te Angers in het departement Maine-et-Loire. Of ze getrouwd waren hebben we niet kunnen achterhalen.

Charles Louis Meylemans junior

Charles Louis junior wordt geboren te Armentières in 1878.

Charles Louis is ingeschreven op de conscriptielijst te Lille in 1900. Hij krijgt het conscriptienummer 5990 toegewezen. Meestal werden jonge mannen op hun 20ste op de conscriptielijst geplaatst. Waarom dat voor Charles Louis anders is, is niet helemaal duidelijk. Wellicht heeft het iets met zijn nationaliteit te maken. In 1900 was de wet van 26 juni 1889 over de Franse nationaliteit van kracht. Volgens die wet bekwamen jongeren die in Frankrijk geboren waren maar een vreemde nationaliteit hadden automatisch de Franse nationaliteit op het ogenblik dat ze meerderjarig werden en dan nog steeds in Frankrijk gedomicilieerd waren. De enige uitzondering op deze regel bestond erin om tegen die automatische verandering van nationaliteit verzet aan te tekenen gedurende het jaar dat de meerderjarigheid voorafging. Wie wil weten hoe iemand in de 19e eeuw de Franse nationaliteit kon verkrijgen, die leest best ook Annex 2.

Op zijn militair informatieblad staat dat hij de zoon is van een buitenlandse vader die in België geboren is en dat hij dus enkel onderworpen is aan de verplichtingen van de lichting van 1898 waartoe hij volgens zijn leeftijd behoorde. Bij het begin van zijn legerdienst is hij helper in een kruidenierszaak en woont te Asnières, vlak bij Parijs.
Tussen 13 november 1901 en 20 september 1902 doet hij zijn legerdienst. Daar komen in november 1902 nog 2 weken maneuvers bij met het 161e Infanterieregiment.

Na zijn legerdienst hervat hij zijn burgerleven in Parijs. Tussen 1902 en 1914 woont hij volgens zijn militair informatieblad op de volgende adressen:

  • rue Lecourbe 11, Parijs (1903)

  • rue de Sèvres 89, Parijs (1903)

  • rue des Blancs Manteaux 51, Parijs (1907)

  • rue Pache 3, 11e Arrondissement van Parijs (1908)

  • faubourg Saint-Martin 176, Parijs (1912)

Hij is de eerste in het gezin van Charles Louis en Sophie Rouzé die trouwt. Dat doet hij op 3 maart 1906 te Parijs (6e Arrondissement) met Louise Osswalt. Hij woont dan al enkele jaren in Parijs en is er bediende. Hij is 27 jaar oud. Louise Osswalt, die in Dinsheim-sur-Bruche in de Elzas geboren is, is 6 jaar jonger dan haar man. Zij is huishoudster. Ze is de dochter van Laurent Osswalt en Madeleine Wigishoff.

Als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt wordt Charles Louis op 1 augustus 1914 onder de wapens geroepen en neemt hij van 3 augustus 1914 tot 27 januari 1919 deel aan de vijandelijkheden. Een kort overzicht wat hem in die periode te beurt viel:

  • Op 3 december 1914 wordt hij ingedeeld bij het 162e Regiment Infanterie en krijgt het nummer 1477.

  • Op 16 april 1915 geraakt hij gewond en wordt hij geëvacueerd uit La Harazée (Bretagne). Door de ontploffing van een bom heeft hij gehoorschade opgelopen.

  • Op 4 juni 1915 wordt hij tijdelijk uit de actieve legerdienst gehaald.

  • Op 22 juni 1915 keert hij terug in actieve dienst bij het 362e Regiment Infanterie.

  • Op 22 februari 1916 wordt hij door de Duitsers gevangen genomen te Hautmont (Nord) en naar een gevangenenkamp te Rastatt (Duitsland) overgebracht.

  • Op 17 augustus 1916 wordt hij getransfereerd naar Mannheim (Duitsland).

  • Bij de wapenstilstand wordt hij gerepatrieerd.

  • Op 12 december 1918 komt hij toe op de DTI (Dépot de Transition des Isolés – een plek waar de vrijgelaten krijgsgevangenen terecht kwamen vooraleer ze weer aan een éénheid werden toegewezen of ze uit het leger ontslagen werden).

  • Op 28 januari 1919 wordt hij ontslagen uit het leger.

  • Voor zijn actieve dienst in het Franse Leger tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt hem het “Croix de Guerre avec étoile de bronze” ‘(Oorlogskruis met bronzen ster) toegekend.

 

Figuur 6 Oorlogskruis met bronzen ster

 

Hij houdt aan zijn actieve dienst als soldaat in het Franse leger een gedeeltelijke invaliditeit over. Met zijn linker oog heeft hij maar een beperkt zicht. Daarvoor wordt hem een pensioen voorgesteld voor een permanente invaliditeit van 45%. Het duurt tot 1924 voor dit allemaal in orde is gebracht.

Na de oorlog hervat het echtpaar zijn familieleven in Parijs en krijgen Charles Louis en Louise een dochter, Jacqueline Joséphine Meylemans, die op 23 januari 1920 geboren wordt.

Charles Louis junior oefent in zijn leven verschillende beroepen uit: “électricien - elektricien” (1912), “garçon de bureau - kantoorbediende” (1920), “garçon d’hôtel - hotelbediende” (1920), “employé - bediende” (1922 en 1931).
Hoogst waarschijnlijk werkt hij vanaf de jaren 20 voor de “Pari Mutuel” een bedrijf dat opgericht werd door Joseph Oller. Het organiseert weddenschappen volgens het principe dat de gezamenlijke inzet terug verdeeld wordt onder de winnaars, na aftrek van een commissie voor het gokbedrijf zelf. Opgericht in 1868 legde het zich vooral toe op het gokken op paardenwedrennen, maar dat werd later uitgebreid naar andere sporttakken.

Charles Louis junior en Louise wonen op de volgende adressen in Parijs en in de buurt van de hoofdstad:

  • rue de Sèvres 89 in het 6e Arrondissement van Parijs (1906)

  • rue des Pyrénées 92 in het 20e Arrondissement van Parijs (1912)

  • rue du Faubourg Saint-Honoré 133 bis in het 8e Arrondissement van Parijs (1920)

  • rue du Moulin 69 te Chelles (1931)

Het koppel leidt een schijnbaar rustig leventje. Er is contact met de familie van Charles Louis want hij is getuige bij het huwelijk van zijn zus Eléonore Jeanne in 1912, van zijn broer Albert in 1920 en van zijn zus Suzanne in 1922. Ook met de familie van Louise lijkt de band goed te zijn, want bij de volkstelling te Chelles in 1931 woont Joséphine Wigishoff, een tante van Louise langs moederskant, bij hen in.

Maar dat rustige leventje is slechts schijn, want op 28 juni 1931 wordt Charles Louis vermoord. De kranten in Frankrijk staan er vol van. Aan de moord op Charles Louis Meylemans junior zullen we een apart artikel wijden.

Dochter Jacqueline Joséphine Meylemans is blijkbaar een goede leerling, want haar uitstekende schoolresultaten staan in sommige kranten vermeld. Ze sluit in het schooljaar 1933-1934 het eerste jaar van de Cours Complémentaire af met een Eerste Prijs.

In 1948 plaatst Jacqueline Meylemans een annonce voor de aanwerving van een goede steno-dactylo Frans-Engels. De sollicitaties kunnen verstuurd worden naar het adres rue du Moulin in Chelles. Ze woont dus nog steeds in het huis dat haar ouders omstreeks 1926 kochten.

Louise Osswalt overlijdt op 5 april 1970 te Neuilly-sur-Seine, waar ze op het nieuwe kerkhof begraven wordt.

Jacqueline Joséphine Meylemans overlijdt op 23 oktober 2000 in het 13e Arrondissement van Parijs. Ze is gedomicilieerd te Neuilly-sur-Seine, waar ze op het nieuwe kerkhof begraven wordt, hoogstwaarschijnlijk bij haar moeder. In haar overlijdensakte lezen we dat ze nooit getrouwd is geweest.

Henri Meylemans

Henri Meylemans wordt geboren te Lille in 1891.

Bij de volkstelling van 1906 te Roubaix woont hij bij zijn ouders in de rue d’Alger 185. Hij is dan 15 jaar oud en er staat dat hij “brossier” is, iemand die borstels maakt. Zijn werkgever noemt Destachel. Ook in 1911 oefent hij nog steeds hetzelfde beroep uit. Zijn vader is ondertussen verdwenen en hij woont nu bij zijn moeder, Sophie Rouzé op de boulevard de Metz in de Cour Bréda.

In 1911 wordt Henri 20 jaar en wordt hij ingeschreven op de conscriptielijst van Lille. Hij krijgt het conscriptienummer 2972.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog is hij 23 jaar en wordt onder de wapens geroepen. Hij sterft op het slagveld te Frégicourt op 26 september 1916. Hij is slechts 25 jaar. Het marsboek van zijn regiment vertelt dat ze op die dag zwaar onder Duits artillerievuur komen. Vooral de 1e lijn krijgt het zwaar te verduren. 20 mannen verliezen het leven, 13 worden vermist en een 45-tal raken verwond. Henri is één van de vermiste manschappen.

Omdat hij vermist is, wordt zijn dood pas op 14 september 1921 vastgelegd met een uitspraak van het Tribunaal van Rijsel. Het vonnis wordt op 19 oktober 1921 ingeschreven in het overlijdensregister van Roubaix: “Mort pour la France”; overleden voor het vaderland dat hem adopteerde.

 

Figuur 7 Fiche over het overlijden van Henri Meylemans met onderaan de vermelding van het vonnis van het Tribunaal van Rijsel

 

Fernand François Meylemans

Fernand François Meylemans ziet het levenslicht te Lille in 1893.

Bij volkstellingen die tussen 1896 en 1906 in Roubaix georganiseerd worden woont hij bij zijn ouders. Bij de volkstelling van 1911 komt daar verandering in. Fernand is dan 18 jaar en staat vermeld als “tourneur en fer”, iemand die met een draaibank metaal bewerkt vaak tot machineonderdelen. Hij woont nog wel thuis bij zijn moeder op de boulevard de Metz in de Cour Bréda.

We vinden Fernand François terug op de conscriptielijst van het jaar 1915 van het 4e recruteringsbureau van Parijs. Hij krijgt het conscriptienummer 1666. Toch gaat hij al in het leger bij het begin van de Eerste Wereldoorlog, nl. op 2 september 1914. Hij heeft zijn domicilie op dat ogenblik in de Cité Bertrand 8 in het 11e Arrondissement van Parijs en is elektricien van beroep.

Wellicht omwille van zijn technische opleiding wordt hij ingedeeld bij het 2e Genieregiment. In het begin werkt hij daar als brandweerman, maar vanaf 16 november 1914 wordt hij gedetacheerd naar de Ateliers de Construction van Tarbes (Hautes-Pyrénées). Zo werkte hij voor het leger, ver van het front.

De Ateliers de Construction de Tarbes speelden tijdens de Eerste Wereldoorlog een cruciale rol in de industriële mobilisatie van Frankrijk als een belangrijke artillerie- en munitiefabriek. De fabriek was een van de belangrijkste Franse staatsmunitiefabrieken en maakte deel uit van het industriële netwerk in de Zuid-Westelijke regio dat de Franse legers van wapens voorzag. Tarbes fungeerde als een strategisch en veilig productiecentrum, ver van het front in het noorden van Frankrijk.

Op 20 juni 1916 wordt hij tijdelijk met verlof gestuurd. Maar van 27 juli 1916 tot 15 november 1916 wordt hij ingezet aan het front. Of hij daarbij gewond is geraakt wordt niet vermeld. Vanaf 16 november 1916 wordt hij overgeplaatst naar het 6e Genieregiment en is hij volgens zijn militair informatieblad niet meer in het actieve leger.

Tarbes is maar een 20-tal km verwijderd van Bagnères-de-Bigorre. De tijd dat Fernand François in de Ateliers de Construction van Tarbes werkte, had hij dus zeker de kans om Dominiquette Dorothée Douat te leren kennen die daar geboren was en woonde. Op 28 november 1916 trouwt hij met haar in Bagnères-de-Bigorre. Dominiquette is geboren in 1896 en is dactylo van beroep.
De huwelijksakte vermeldt dat Fernand François op dat ogenblik in de Hospice van Bagnères in behandeling is, maar daarover spreekt het militair informatieblad met geen woord.

Op 15 februari 1917 wordt Fernand François overgeplaatst naar het 3e Genieregiment en is dan niet meer in het actieve leger. Tussen 28 december 1917 en 2 januari 1918, enkele dagen dus maar, verblijft hij in de kliniek van Bagnères wegens ziekte. Dan wordt hij van 3 januari 1918 tot 11 mei 1919 ingedeeld bij de binnendienst. Van 12 mei 1919 tot 19 mei 1919 wordt Fernand François weer verzorgd maar verblijft hij niet in een hospitaal. Op 20 mei 1919 keert hij terug naar de binnendienst om uiteindelijk op 20 augustus 1919 zijn militaire dienst te beëindigen. Hij krijgt bij het verlaten van het leger een certificaat van goed gedrag.

Het militair informatieblad vermeldt maar 1 adres voor Fernand François:

  • rue du Cirque 9, 9e Arrondissement van Parijs (1935)

Daaronder staat onvindbaar. Fernand François vergat het leger blijkbaar in te lichten van zijn adreswijzigingen.

Na de oorlog vinden we het koppel Meylemans-Douat terug in Parijs, waar hij “garçon de bureau” (kantoorbediende) is. Het koppel Meylemans-Douat krijgt 3 kinderen, allemaal meisjes: Suzanne Fernande (°1920), Odette Elise (°1922) en Paulette Renée (°1928). In de periode 1920-1922 wonen ze op het adres rue Scribe 3 in het 9e Arrondissement van Parijs, waar eerder al de zussen Eléonore Jeanne en Laure Meylemans woonden. In de periode van 1926 tot 1946 (en wellicht nog langer) wonen ze in de rue du Cirque 11 in het 8e Arrondissement van Parijs. Datzelfde adres wordt in de volkstelling van 1936 te Neuilly-sur-Seine vermeld als het adres van de werkgever van Sylvain Poplawski, de echtgenoot van Eléonore Jeanne Meylemans, die employé aux chevaux de course is. We vermoeden dat Fernand François ook voor hetzelfde bedrijf werkte dat weddingschappen op paardenwedrennen organiseerde.

Fernand François wordt in 1938 en in 1939 telkens voor een korte periode terug geroepen in het leger. Op 10 november 1941 wordt hij vrijgesteld van alle verplichtingen tegenover het leger. Hij wordt in de Tweede Wereldoorlog niet meer onder de wapens geroepen.

Bij de volkstelling in 1946 zijn dochters Suzanne Fernande en Odette Elise al aan het werk als bediende. Paulette Renée studeert dan nog.

 

Figuur 8 De dochters van Fernand François Meylemans te Biarritz,
v.l.n.r. Suzanne, Paulette en Odette Meylemans

 

Odette Elise was bediende bij de SNCF (de Société Nationale des Chemins de Fer, de Franse spoorwegen). Ze huwt in 1951 met Hugues Léon Louis Ernest Frigière en heeft 3 dochters.

 

Figuur 9 20 januari 1951 Huwelijk van Hugues Frigière en Odette Elise Meylemans (in het midden). Links op de foto staan Fernand François Meylemans en Dominiquette Douat en rechts Paulette Meylemans met een onbekende man.

 

Hieronder zien we het gezin van Odette Elise bij een familiebijeenkomst op Kerstmis 1964 in Bayonne.

 

Figuur 10 Bayonne 25 december 1964 van links naar rechts: Sylviane Frigière, Paulette Meylemans, Michelle Frigière, Hugues Frigière (achteraan), Joelle Frigière (vooraan) Odette Meylemans, Fernand François Meylemans en Dominiquette Douat.

 

Dominiquette Dorothée Douat overlijdt op 6 december 1966 in Biarritz (Pyrénées-Atlantiques) op de leeftijd van 70 jaar.
Fernand François wordt 81 jaar oud en overlijdt op 25 augustus 1974 in Courbevoie (Hauts-de-Seine). Hij is dan gedomicilieerd in de quai du Maréchal Joffre 107 te Courbevoie. Zijn overlijden wordt gemeld door de oudste dochter Suzanne, die dan in de rue des Deux Gares 3 te Reuil-Malleville (Hauts-de-Seine) woont.

Dochter Odette Elise overleed in 1979 te Poissy (Yvelines) ten westen van Parijs.
Dochters Suzanne Fernande en Paulette Renée blijven ongehuwd. Suzanne Fernande was in haar leven bediende bij de Banque de France. Zij overleed in 2012 in Biarritz waar ze op dat ogenblik gedomicilieerd was.
Paulette Renée was zoals haar zus Odette Elise bediende bij de SNCF. Zij overleed in 2014 ook te Biarritz waar ze haar domicilie had.

Albert Meylemans

Albert Meylemans wordt in 1896 te Roubaix geboren.

Bij de volkstellingen die in 1901 en 1906 te Roubaix gehouden worden woont hij bij zijn ouders. Ook in 1911 woont hij nog op hetzelfde adres als zijn moeder, maar dan is Albert die dan 15 jaar oud is “bâcleur” van beroep. Een bâcleur was in de textielindustrie iemand die de “rattacheurs” (de aanbinders) assisteerde.

In 1916 staat Albert Meylemans op de conscriptielijst van het 4e recruteringsbureau van Parijs en krijgt hij het conscriptienummer 1662. Albert is kantoorbediende en woont bij zijn moeder in de Cité Bertrand 8 in het 11e Arrondissement van Parijs.

Hij heeft zich echter al in 1915 opgegeven om mee te vechten in de oorlog. Op 13 april 1915 komt hij toe in het korps en wordt soldaat 2e klasse bij het 94e Infanterieregiment.

Op 20 mei 1916 wordt hij bij Chattancourt, in de buurt van Verdun, verwond aan zijn linker bil door een schrapnel van een obus. De wonde lijkt maar oppervlakkig te zijn.

Op 29 september 1916 wordt hij bij Rancourt aan de Somme opnieuw aan de linker bil geraakt door een schrapnel. Het stuk metaal maakt dit keer een diepe wonde.

Op 1 maart 1917 wordt Albert overgeplaatst naar het 173e Infanterieregiment.

Op 4 februari 1919 wordt hij overgeplaatst naar de 15e Sectie van de militaire verplegers.

Wanneer hij precies vrijgesteld wordt van zijn militaire verplichtingen op het einde van de Eerste Wereldoorlog staat niet op zijn militair informatieblad vermeld. Hij krijgt een certificaat mee van goed gedrag.

In de periode dat hij ter beschikking blijft van het leger wordt hij ingedeeld bij de 5e (zonder datum) en later bij de 22e Sectie van de militaire verplegers (1938). Op 23 september 1939 wordt hij nog eens opgeroepen voor een rappel. Tijdens de medische controle die daarmee gepaard gaat stelt de dokter vast dat zijn gebit er heel slecht aan toe is. Er is ook een zichtbaar litteken op zijn linker bil veroorzaakt door de inslag van een schrapnel. Daarvan heeft Albert ook hinder als hij langere tijd moet stappen.

Zijn militair informatieblad vermeld ook alle meegedeelde adreswijzigingen tussen 1919 en 1935:

  • rue Scribe 3, 9e Arrondissement van Parijs (1919)

  • rue d’Alma, Fort Frasez 88, Roubaix (1921)

  • rue de Turin 12, 8e Arrondissement van Parijs (1926)

  • rue d’Alsace Lorraine 127, Reims (1926)

  • rue du Château 31, Neuilly-sur-Seine (1930)

  • rue Pauquet 23, 16e Arrondissement van Parijs (1934)

  • rue de la Mutualité 5, Courbevoie (1935)

Na de oorlog vinden we Albert Meylemans terug in Parijs. Op 24 juni 1920 trouwt Albert in het 9e Arrondissement van Parijs met Joséphine Suzanne Mayer. Hij is dan 24 jaar, is “garçon de bureau” (kantoorbediende) en woont in de rue Scribe 3. Dat is het adres waar zijn broer Fernand François woont in 1920-1922. De bruid is geboren in Pétange in het Groothertogdom Luxemburg, is zonder beroep en woont te Villeneuve-le-Roi in het departement Seine-et-Oise (nu Val-de-Marne).

Op 17 april 1921 wordt de dochter van Albert en Joséphine Suzanne in Roubaix geboren. Zij krijgt de naam Albertine Germaine Meylemans. In de geboorteakte staat rue de l’Alma, Fort Frasez 88 genoteerd als domicilie van de ouders. Dat laatste is ook het adres van de getuige Germain Rottru, een neef van Albert, de zoon van zijn tante Anne Marie Meylemans en zijn oom Denis François Rottru. In de lijsten van de volkstelling van 1921 van Roubaix werd “Albert et sa famille” (Albert en zijn gezin) op een latere datum (31 maart 1922) bijgeschreven op het adres rue Dammartin 53.

Lang blijven Albert en zijn vrouw niet in Roubaix wonen. Bij de volkstelling in 1926 wonen ze in Parijs in de rue de Turin 12. Bij de volkstelling van 1936 vinden we hen in de rue de la Mutualité 5 in Courbevoie ten westen van Parijs. Daar is Albert “employé à la Mutuel Urbain” (bediende bij de Mutuel Urbain, nu bekend onder de afkorting PMU – voluit Pari Mutuel Urbain). Ook hij werkt dus voor hetzelfde bedrijf dat weddenschappen op paardenraces en sportwedstrijden organiseert.

Albert woont nog steeds in de rue de la Mutualité 5 te Courbevoie als hij op 24 maart 1971 overlijdt. Wel heeft hij zijn domicilie dan aan de zee in Bracquemont, vlak bij Dieppe, in het departement Seine Maritime, waar hij hoogstwaarschijnlijk een buitenverblijf heeft. Joséphine Suzanne Mayer leeft nog op dat ogenblik, maar wanneer zij overlijdt hebben we niet teruggevonden.

Dochter Albertine Germaine woont in Bracquemont als ze in 2001 overlijdt. Ze is nooit gehuwd.

Slot

Verplicht door economische omstandigheden vertrok grootvader Frans Meylemans vanuit Mechelen naar Noord-Frankrijk om er een beter bestaan te zoeken voor hem en zijn gezin. Daarbij werd hij wellicht aangespoord door de verhalen van emigranten uit zijn directe omgeving. Zijn zoon Charles Louis, die nog in Mechelen geboren was, had het ongeluk om gehandicapt te geraken op een ogenblik dat een economische crisis Frankrijk teisterde. Zo raakte hij zonder werk en op de dool.

De Eerste Wereldoorlog eiste een grote tol bij de nakomelingen van Charles Louis. Alle zonen zijn soldaat in de oorlog. Zijn zonen François (1876-1915) en Henri (1891-1916) laten daarbij hun leven op het slagveld, “Mort pour la France”. Charles Louis junior (°1878) wordt gewond aan het gehoor en aan een oog en wordt krijgsgevangen genomen. Zijn zoon Fernand François (°1893) wordt als soldaat het grootste deel van de oorlog ingezet in de defensie industrie, ver weg van het front in de Pyrénéen, al is ook hij enkele maanden aan het front. Albert (°1896) tenslotte wordt aan het front tot twee keer toe verwond, maar lijkt er geen zware handicaps aan over te houden.

De zonen die de oorlog overleven gaan naar Parijs wonen waar het makkelijker is om aan werk te geraken. Ze hadden gezien hoe hard het leven van hun vader was, en wilden zelf wel wat anders. Zo kwamen er sommigen in het circuit van de weddenschappen op paardenraces terecht, waar het geld zomaar toestroomde. Dat zette andere familieleden aan om in dezelfde sector te werken.

De kinderen van Charles Louis hadden aan den lijve ondervonden hoe het was om met velen in een klein huisje te moeten leven. Zij kozen er resoluut voor om minder kinderen te hebben en in een comfortabel huis of appartement te leven.

Deze generatie had een beperkte kinderwens. De gehuwde zonen kregen geen mannelijke nakomelingen. Bleven er dan helemaal geen naamdragers over? Dat zullen we in een vervolgartikel uit de doeken doen.

De kleindochters van Charles Louis die via zijn zonen de naam Meylemans nog droegen waren:

  1. De dochters van François Meylemans en Valentine Priem

    a.      Marie Louise Meylemans (1913-2007)

    b.      Marie Thérèse Françoise Meylemans (1914-1960)

  2. De dochter van Charles Louis Meylemans en Louise Osswalt

    a.      Jacqueline Joséphine Meylemans (1920-2000)

  3. De dochters van Fernand François Meylemans en Dominiquette Dorothée Douat

    a.      Suzanne Fernande Meylemans (1920-2012)

    b.      Odette Elise Meylemans (1922-1979)

    c.      Paulette Renée Meylemans (1928-2014)

  4. De dochter van Albert Meylemans en Joséphine Suzanne Mayer

    a.      Albertine Germaine Meylemans (1921-2001)

Er blijven anno 2025 geen afstammelingen meer van de zonen van Charles Louis Meylemans die nog de naam Meylemans dragen. Wel zijn er nog achterkleinkinderen van hem in leven, met wie we contact hebben gehad en die we hierbij willen danken voor het ter beschikking stellen van foto’s en informatie over hun ouders en grootouders.

Annex 1: Het doel van de Franse buitenlandse campagnes (1895-1910)

We zien dat François Meylemans (1876–1915) in de periode tussen 1895 en 1910 door Frankrijk wordt uitgestuurd naar verschillende regio’s in de wereld. Maar wat was het doel van Frankrijk met deze buitenlandse campagnes?

Algerije en Sahara

De Fransen waren al sinds 1830 aanwezig in de meer vruchtbare noordelijke delen van Algerije die tegen 1848 een formeel deel van het Franse rijk werden en daarbij georganiseerd werden in verschillende departementen. Maar de controle over het uitgestrekte zuiden was nog niet volledig. Daarom werden tussen 1895 en 1905 verschillende Franse militaire campagnes ondernomen met als voornaamste doel het voltooien van de controle over de afgelegen zuidelijke woestijngebieden (regio Sahara).

Tunesië

Frankrijk viel Tunesië in 1881 binnen en vestigde er een Frans protectoraat. Een mooie term om te zeggen dat de Tunesiërs de autonomie behielden om interne zaken te beheren, maar alles wat buitenlandse betrekkingen betrof door Frankrijk beslist werd.

Madagaskar

Madagaskar was in 1896 officieel een Franse kolonie geworden. Tussen 1900 en 1905 voerde Frankrijk verschillende militaire campagnes op Madagaskar om de controle op de kolonie te verstevigen.

Cochinchine en Cambodja

Aan het begin van de 20e eeuw was Cochinchine (Zuid-Vietnam) al langere tijd stevig in Franse handen. De oorspronkelijke verovering en annexatie vonden plaats tijdens de Frans-Spaanse veldtocht van 1858-1862 en de daaropvolgende annexaties in 1867, waarna het een directe Franse kolonie werd.

Tussen 1900 en 1905 dienden de Franse militaire campagnes in Cochinchine en Cambodja die deel uitmaakten van de Union Indochinoise (de Indochinese Unie – vereniging van Franse koloniale gebieden en protectoraten in Zuidoost-Azie) niet primair voor grootschalige veroveringen, maar eerder voor het handhaven van de vrede, het beveiligen van Franse economische belangen, de consolidatie van het bestuur en de preventie van buitenlandse invloed, voornamelijk van Japan en van China.

In tegenstelling tot de campagnes in Algerije en Madagaskar, waar in diezelfde periode nog grote stukken grondgebied werden veroverd, was de militaire rol in Cochinchine rond 1900 meer een van internationale ordehandhaving en repressie binnen een reeds formeel gevestigd koloniaal gebied.

Annex 2: De Franse Nationaliteit

Bij het onderzoek naar deze uitgeweken familie zijn vragen over de nationaliteit van de beschouwde personen en de daarmee verbonden voor- en nadelen in hun nieuwe vaderland Frankrijk regelmatig aan de orde.

Charles Louis senior was het enige kind van Frans Meylemans dat in België geboren was. Door haar huwelijk met Charles Louis Meylemans senior, verloor Sophie Rouzé, die “Française” was, haar Franse nationaliteit en werd ze in Frankrijk verder als Belgische beschouwd. Hun kinderen die allemaal in Frankrijk geboren werden, werden afhankelijk van de periode in hun leven en van de heersende wetgeving in verband met de Franse nationaliteit, beschouwd als Belg of als Fransman. Lange tijd kon wie een buitenlandse nationaliteit had slechts “tijdelijk” in Frankrijk verblijven en er dus geen vaste domicilie aanvragen. Ook waren bepaalde voorrechten in Frankrijk, zoals armensteun, voorbehouden aan wie de Franse nationaliteit had.

In de 19e en het begin van de 20e eeuw onderging de Franse wetgeving rond nationaliteit grote veranderingen. Die wijzigende wetgeving werd gemotiveerd door het gebrek aan arbeidskrachten in de periode van sterke industrialisatie of het gebrek aan soldaten in tijden van oorlog, maar ook door de noodzaak om de aanwezige immigranten beter te integreren.

Vreemdelingen konden in deze periode op de volgende manieren de Franse nationaliteit bekomen:

1. Geboorte en verblijf (Jus Soli)

Vanaf het midden van de 19e eeuw breidde Frankrijk het recht op nationaliteit op basis van geboorteplaats uit om demografische redenen.

  • Dubbel Jus Soli (1889): Met de wet van 26 juni 1889 werd de regel van het "dubbele jus soli" ingevoerd. Een kind dat in Frankrijk werd geboren uit ten minste één ouder die ook in Frankrijk was geboren, kreeg automatisch bij de geboorte de Franse nationaliteit.

  • Automatische verkrijging (1889): Kinderen die in Frankrijk waren geboren uit vreemde ouders, kregen bij het bereiken van de meerderjarigheid automatisch de Franse nationaliteit, mits zij op dat moment in Frankrijk woonden en daar sinds hun elfde jaar minimaal vijf jaar hadden verbleven. Wie de Franse nationaliteit niet wou, kon daar in het jaar voor zijn meerderjarigheid verzet tegen aantekenen. Dat deden nogal wat jonge mannen want mannen die de Franse nationaliteit deden automatisch mee aan de Franse militieloting.

2. Naturalisatie op aanvraag

Vreemdelingen konden via een decreet de Franse nationaliteit aanvragen, maar de voorwaarden waren aanvankelijk streng.

  • Woonplaatsvereiste: Tot 1927 gold de wet van 1889, die een onafgebroken verblijf van 10 jaar in Frankrijk vereiste voordat een aanvraag kon worden ingediend. De gedachte was dat naturalisatie pas kon plaatsvinden als de assimilatie volledig voltooid was.

  • Versoepeling in 1927: Vanwege de behoefte aan meer burgers na de Eerste Wereldoorlog, werd de wet van 10 augustus 1927 aangenomen. Deze wet was veel soepeler en werd gebruikt als een middel om gewenste buitenlandse elementen permanent aan Frankrijk te binden.

3. Huwelijk

Het huwelijk was een gangbare weg naar de Franse nationaliteit, hoewel de regels voor vrouwen strikter waren:

  • Vreemde vrouwen: Een buitenlandse vrouw die met een Franse man trouwde, kon de Franse nationaliteit verkrijgen.

  • Franse vrouwen: Tot 1927 verloren Franse vrouwen die met een buitenlander trouwden automatisch hun Franse nationaliteit als zij door het huwelijk de nationaliteit van hun echtgenoot verkregen.

Verder waren er nog enkele speciale regelingen, onder andere voor de bewoners van de Franse koloniën, maar die laten we hier buiten beschouwing.

Verwante artikelen

In dezelfde reeks verschenen ook de volgende artikelen:

Bronnen

Geboorteakten

Huwelijksakten

Overlijdensakten

Volkstellingen

Militair dossier

Krantenartikelen

Vorige
Vorige

Spoorwegramp in Isenbüttel

Volgende
Volgende

Een jezuïet met een levensgevaarlijke opdracht