Het verhaal van Frans Meylemans
Paul Meylemans
Inleiding
Er zijn een behoorlijk aantal Meylemans-en terug te vinden in Frankrijk. Sommigen daarvan zijn recent naar Frankrijk geëmigreerd, maar anderen zijn nakomelingen van emigranten die in de 19e eeuw uit verschillende hoeken van België naar Frankrijk verhuisden. Vaak trokken Meylemans-en die elkaar kenden samen naar Frankrijk of ging er iemand voorop en volgden andere familieleden wat later.
Over één van hen, Franciscus (Frans/François) Meylemans (1828-1887) hebben we het in dit artikel.
Afstamming
Frans Meylemans is een nakomeling in directe lijn van Hendrick Meylemans en diens zoon Peeter de oude. De bloedlijn die 8 generaties telt wordt hieronder getoond.
Hendrick Mylemans (Lier, 19 november 1585 – Berlaar, 7 december 1625)
x (Broechem, 15 juli 1612)
Margriet Vande Wouwer (+ Berlaar, 7 oktober 1636)
7 kinderen
|
6e kind, Peeter Mylemans “de oude” (Berlaar, 20 juni 1621 – Berlaar, 21 april 1697)
x (Berlaar, 5 februari 1644)
Elisabeth Peeters (Berlaar, 10 juni 1621 – Berlaar, 4 januari 1680)
8 kinderen
|
6e kind, Peeter Mylemans “de jonge” (Berlaar, 30 oktober 1657 – Schriek, 19 augustus 1747)
x (Duffel, 1 februari 1684)
Anna Aerts (Duffel, 30 maart 1662 – Berlaar, 20 november 1724)
8 kinderen
|
1e kind, Daniel Mylemans (Berlaar, 7 november 1684 – Duffel, 30 november 1724)
x (Berlaar, 24 mei 1716)
Joanna Busschots (Berlaar, 9 april 1691 – Duffel, 8 juli 1749)
5 kinderen
|
5e kind, Joannes Mylemans (Duffel, 5 januari 1725 – Duffel, 11 januari 1786)
x (Duffel, 28 november 1749)
Maria Blockhuys (Berlaar, 4 december 1720 – Duffel, 10 september 1781)
8 kinderen
|
5e kind, Joannes Baptista Mylemans (Duffel, 26 november 1756 – Lier, 18 januari 1815)
x (Kontich, 6 februari 1787)
Anna Maria Corremans (Kontich, 29 oktober 1762 – Lier, 5 april 1833)
9 kinderen
|
7e kind, Petrus Meylemans (Kontich, 25 september 1799 – Lier, 22 augustus 1872)
x (Lier, 28 juni 1822)
Anna Catharina Nevelsteen (Lier, 13 februari 1801 – Lier, 20 december 1879)
11 kinderen
|
4e kind, Franciscus (Frans/François) Meylemans (Lier, 13 april 1828 – Armentières, 10 februari 1887)
x (Mechelen, 9 januari 1850)
Maria (Marie) Andriessens (Mechelen, 13 november 1826 – Armentières, 22 juni 1892)
11 kinderen
Figuur 1 Afstammingstabel van Hendrick Mylemans (°1585) tot Frans Meylemans (°1828)
Economische, politieke en sociale context waarin België ontstaat
Industrialisering en afzetmarkten
Het verhaal van Frans Meylemans begint rond de onafhankelijkheid van België. Frans is in 1828 te Lier geboren en zet zijn eerste stappen in de wereld als de natie België dat ook doet. De wereld die hij ontdekt is in een economische stroomversnelling waarin hij meegesleurd wordt.
In de eerste helft van de 19e eeuw werden de eerste textielfabrieken opgericht in België. Het verwerken van wol tot stoffen, vraagt verschillende stappen, zoals het wassen van de wol en het verwijderen van onzuiverheden, het kammen of kaarden van de wol, het spinnen van gekamde wol tot draad, het weven van draad tot een stof, het verven van de stof plus nog een resem nabewerkingen om de wollen stof zachter en fijner te maken. De mechanisatie van die verschillende stappen gebeurde niet in één keer. De eerste machines die op industriële schaal werden gemaakt waren de wolkammachines en machines om wol tot draad te spinnen. In het begin werden die machines nog door mensen of door paarden aangedreven, maar parallel met de ontwikkeling van de stoomtrein, zouden die machines al snel worden aangedreven door stoom. Mechanische weefgetouwen werden maar tegen het einde van de 19e eeuw in gebruik genomen.
Spinnen en weven waren voor de landbouwers traditioneel winteractiviteiten omdat er dan op het land niets de doen viel. De eerste fabrieken waar op industriële schaal textielproducten gemaakt werden en op een centrale plaats de arbeid verricht werd, maakten nog gebruik van deze thuisarbeid voor de toelevering van basisproducten zoals gekamde wol of gesponnen draad of ze leverden draad en lieten die tot stof verwerken door een wever. Een deel van die “thuiswerkers” werden met de tijd “fabrieksarbeiders”.
In de textielfabrieken in Engeland waren al in de 18e eeuw machines geïntroduceerd en stoommachines leverden er de nodige aandrijfkracht. Zo ontstond er in die gemechaniseerde textielfabrieken een belangrijk kwantitatief voordeel. Er konden niet enkel meer stoffen geproduceerd worden in eenzelfde tijd, die stoffen waren ook goedkoper omdat het machinaal geproduceerde textiel minder werkkracht vergde. Daardoor ging het machinaal geproduceerde textiel een groter deel van de afzetmarkt innemen.
Er bleef de eigenaars van de textielfabrieken in onze streken niet veel anders over dan ook te investeren in machines of zich te specialiseren in kwalitatief hoogstaande producten. Zo werd het ontluikende België het eerste land op het continent dat machines in de textielindustrie ging gebruiken, al ging dat niet op alle plaatsen even snel. Naast boeren, spinners en wevers was er plots behoefte aan nieuwe beroepen, want die machines dienden gemaakt en onderhouden te worden en er moest ook constant toezicht gehouden worden om productieproblemen te voorkomen. Sommige bedrijven hielden tijdens deze overgangsperiode het hoofd niet boven water en gingen failliet, terwijl anderen er juist groter en sterker uitkwamen.
De gevolgen van meer dan drie decennia overheersing
Dat Vlaanderen sinds 1794 deel uitmaakte van de Franse Republiek en sinds 1815 van het Koninkrijk der Nederlanden was een zegen voor de textielindustrie, want het bood de Belgische textielindustrie een grote afzetmarkt, niet alleen op het Europese vasteland, maar ook in de overzeese gebieden waarmee deze twee landen handel dreven.
Door zich af te scheuren van Nederland zou België echter een groot deel van zijn voormalige afzetmarkt verliezen. Voor sommige bedrijven was dit nefast en er drongen zich maatregelen op. Zo zal de firma de Heyder en Co. die al sinds 1757 in Lier gevestigd was, zich in 1834 uit Vlaanderen terugtrekken en een volledig nieuwe fabriek oprichten in het Nederlandse Leiden. Met uitzondering van enkele gespecialiseerde arbeiders die nodig waren om de Nederlandse fabriek op te starten, verliest het bijna voltallige personeel van de fabriek in Lier zijn job, een ramp voor de werkgelegenheid in de stad. Veel mensen in Lier komen erdoor in de armoede terecht.
De overheersing door de Fransen en later door het huis van Oranje had de bevolking niet alleen voordelen gebracht. Vooral de Franse Republiek bracht veel verstoring van het dagelijks leven met zich mee. De expansiedrang van de Republiek en de veldslagen die zij daarvoor ondernam, vooral in de periode dat Napoleon aan de macht was, kostten handen vol geld dat door de onderdanen opgehoest moest worden. Daarenboven was er al snel een gebrek aan manschappen. Daarom voerde de Franse Republiek vanaf 1798 de loting of conscriptie in waarbij een deel van de jonge mannen verplicht militaire dienst moest doen ten voordele van de natie. Die dienstplicht was niet beperkt in de tijd, en zo haalde de overheid nuttige werkkrachten weg bij de toch voornamelijk agrarische bevolking, waar alle handen nodig waren om de arbeid te verrichten. Zo bleven veel gezinnen op het einde van de Franse Republiek in 1815 uitgedund, arm en gehavend achter.
Het gezin van Frans (François) Meylemans
Frans Meylemans (°1828) begint al op jonge leeftijd te werken. Op zijn 12e wordt er in Mechelen een volkstelling gehouden en in de lijst staat hij vermeld met “fileur” (spinner) als zijn beroepsactiviteit.
Waar Frans zijn beroepsactiviteit uitoefende is niet geweten. De textielnijverheid in een streek werd vaak deels thuis, deels in een fabriek georganiseerd. Wol, vlas of katoen tot draad spinnen was een activiteit die gemakkelijk thuis kon gedaan worden omdat er geen grote en complexe machines voor nodig waren. En er waren vaak genoeg handen aanwezig in een gezin om de hoeveelheid gesponnen draad die een fabrikant nodig had aan te leveren. Ja, spinnen werd vaak al door kinderen vanaf de leeftijd van 10-12 jaar gedaan. Sommige gezinnen hadden zelfs een weefgetouw in huis, maar dat werd meestal door de man bediend.
Bij de volkstelling van 1847, hij is dan 19 jaar, is Frans nog steeds spinner, maar een jaar later, bij het huwelijk van zijn oudere broer Petrus Gummarus (°1825) met Eugenie Séraphine De Vos (°1823) in Mechelen is hij getuige en is zijn beroep “ouvrier de fabrique” (fabrieksarbeider).
Op 9 januari 1850, hij is dan 22 jaar, trouwt Frans met Maria Andriessens (°1826), een spinster. Kort na hun huwelijk wordt hun eerste kind, Charles Louis, op 10 maart 1850 in Mechelen geboren. In september 1851 wordt hun tweede kind geboren, niet meer in Mechelen, maar in Hellemmes, een randgemeente van de stad Rijsel (Lille) in Noord-Frankrijk.
Voor een stad die het vertrekpunt vormde van de eerste spoorlijn in het pas onafhankelijke België, sprong Mechelen slechts heel aarzelend op de trein van de mechanisering en industriële vernieuwing die België in de loop van de 19e eeuw in een industriële grootmacht transformeerde. In tegenstelling tot Gent was de textieltraditie er grotendeels verloren gegaan. Dit zal in de streek van Mechelen zeker aan de basis gelegen hebben van een slecht economisch klimaat met werkloosheid en armoede tot gevolg. Het is dus niet zo verwonderlijk dat Frans zich geroepen voelde om elders te gaan wonen waar zijn beroepservaring goed kon gebruikt worden. In dezelfde periode kende de textielindustrie in de streek van Rijsel, Roubaix en Tourcoing een enorme groei wat gepaard ging met een grote vraag naar werkkrachten. De lonen in de streek van Roubaix lagen ook tussen de 30 en de 40% hoger dan in Vlaanderen. Daartegenover stond wel dat wonen er duurder was en dat de arbeiderswoningen er niet hetzelfde comfort boden als in Vlaanderen. Op het aspect wonen komen we later uitgebreider terug. In de streek van Rijsel en Roubaix werd een Vlaams dialect gesproken, maar dat was voor een Vlaming uit Mechelen even moeilijk te begrijpen als het Frans. Een groot deel van de buitenlanders die naar Noord-Frankrijk emigreerden om in de textielfabrieken te werken waren Vlamingen. Zo waren er in Roubaix wijken waar enkel Vlaams gesproken werd.
Tussen 1840 en 1850 werden in Vlaanderen de eerste “kapellen” opgericht, verenigingen van arbeiders die onderlinge bijstand verleenden. Arbeiders die hun werk verloren werden soms door de kapellen aangezet om naar Noord-Frankrijk te verhuizen.
In de streek van Rijsel, werden de Belgische arbeiders met open armen ontvangen. De Franse industriëlen verkozen Belgische werkkrachten boven Franse en dit om verschillende redenen.
De lonen waren in België een stuk lager en dus konden ze Belgische arbeiders aantrekken voor een lager loon.
Die Belgische arbeiders kregen een contract van beperkte duur, meestal maar een jaar, waardoor er druk op hen kon worden uitgeoefend om maximaal te presteren.
Door de beperkte duur van de werkovereenkomst kon een Belgische arbeider zich niet permanent vestigen in Frankrijk. Hij werd beschouwd als tijdelijk resident. Met dit onzekere legale statuut, kon hij op elk moment door middel van een administratieve sanctie, opgelegd door de burgemeester, het land worden uitgezet. Van deze maatregel werd af en toe gebruikt gemaakt, bijvoorbeeld in periodes met stakingen.
Wat Frans’ persoonlijke motivatie was om naar Hellemmes te verkassen is niet helemaal zeker, maar hoogstwaarschijnlijk moet dit om economische redenen geweest zijn, zoals eerder is beschreven in het hoofdstuk over de economische, politieke en sociale context waarin België ontstaat. Er was in Noord-Frankrijk een grote vraag naar arbeiders in de textielnijverheid en de verloning was er beduidend hoger dan in België. Hij was niet de enige uit zijn familie om te verhuizen. Volgens het bevolkingsregisters van Mechelen uit 1840 en 1847 was zijn zus Maria Theresia (°1823) al in 1845 naar Rijsel verhuisd en waren zijn broers Petrus Gummarus (°1825) en Josephus Cornelis (°1829) in 1846, respectievelijk 1849 gevolgd naar dezelfde streek. Ook Frans’ ouders en hun jongere kinderen vertrokken in 1851 naar Noord-Frankrijk om er in de textielnijverheid te gaan werken, al was dat maar voor enkele jaren.
Frans gaat in 1851 in Noord-Frankrijk direct aan de slag als “graisseur de mécaniques” '(smeren van de machines). Vanaf 1854 is hij echter “contre-maître of surveillant de filature de lin”, toezichthouder in een vlasspinnerij, een functie met verantwoordelijkheid die beter betaald werd. Dat hij zo snel een verantwoordelijke positie in een vlasspinnerij inneemt, doet vermoeden, dat hij in Mechelen ook al in een soortgelijke fabriek heeft gewerkt.
Op de onderstaande foto zie je hoe zo’n vlasspinnerij eruit ziet. De foto dateert wel van het begin van de 20e eeuw in België, maar geeft zeker een goede indruk hoe de werkplek van Frans er in Noord-Frankrijk moet uitgezien hebben. Zoals je kan zien worden er naast enkele mannen voornamelijk vrouwen en kinderen te werk gesteld.
Figuur 2 Een vlasspinnerij in Gent
Het werk in een textielfabriek
In de spinnerijen uit de 19e eeuw waren er arbeiders met verschillende specialisaties aan het werk. Elke specialisatie had zijn eigen salarisbarema, maar door de band genomen waren de salarissen in de spinnerijen niet erg hoog. Daarenboven was het salaris voor eenzelfde specialisatie verschillend in de vlas- , katoen- en wolspinnerijen, waarbij de wolspinnerijen de hoogste lonen betaalden en de vlasspinnerijen de laagste. Hieronder een grafiek die de evolutie weergeeft van de lonen in de vlas verwerkende nijverheid in Noord-Frankrijk in de periode tussen 1877 en 1899. Dat salaris was niet noodzakelijk constant, het varieerde in functie van de verkoop; gingen de zaken slecht dan werden de arbeiders gewoon minder betaald.
Figuur 3 Dagloon in de vlasspinnerijen in het Département du Nord 1877-1899
Maar wat stelt dit salaris voor ten opzichte van de levensduurte? Volgens een rapport uit 1859 bedroeg het wekelijks budget voor het onderhoud van een familie van 6 personen (2 volwassenen en 4 kinderen) ongeveer 23,36 fr.
Met een geschat jaarsalaris van 1870 tot 2180 fr/jaar (afhankelijk van dagloon en aantal gewerkte dagen) kon François de jaarlijkse uitgaven voor het onderhoud van zijn gezin zeker betalen. Daarvoor moest hij wel 12 tot 14 uur per dag werken en dat 6 dagen per week, want dat was toen de regel.
In Noord-Frankrijk worden in het gezin van François en Marie nog 10 kinderen geboren. Dat die gezinsuitbreidingen regelmatig leidden tot plaatsgebrek is wellicht een mogelijke verklaring voor de verschillende plaatsen, in en rond Rijsel, waar François (°1828) woonde. Maar het kon ook een gevolg geweest zijn van het systeem waarbij buitenlandse arbeiders maar een jaarcontract kregen dat jaar na jaar vernieuwd diende te worden en in minder gunstige economische omstandigheden zelfs kort onderbroken kon worden. Laat ons even aan de hand van de geboorte- en andere akten kijken waar hij zoal woonde.
Figuur 4 Woonplaatsen van het gezin Meylemans-Andriessens
Bij de geboorte van Julie in 1853 woont het gezin in de cour des Trépassés te Rijsel. Van de cour des Trépassés vonden we nog een oude foto terug, die wellicht enkel voor de nis met het Mariabeeld gemaakt werd en daarom niet zoveel van de cour zelf toont.
Figuur 5 Cour des Trépassés te Rijsel
Een vrouw heeft zich aan de deur van haar woonst op een stoel gezet om sokken te stoppen. Door het smalle straatje wat de cour eigenlijk was, had ze wellicht in huis onvoldoende licht om dit precisiewerkje te doen. Ook al geeft deze prent geen totaalbeeld van de woonomgeving, toch toont ze duidelijk enkele aspecten van het leven in een cour waar mensen dicht bij mekaar woonden aan een smal straatje met huizen en muren aan alle kanten.
Wonen in een courée, cour, impasse of fort
In de periode tussen 1850 en 1900 groeide de bevolking van in de steden in Noord-Frankrijk, zoal Rijsel, Roubaix en Tourcoing heel snel aan. Deels is die explosie van de bevolkingsaangroei te verklaren door een groter wordend geboorteoverschot (meer geboorten dan overlijdens), maar ze was voor iets meer dan 50% het gevolg van immigratie. Vooral in het tweede deel van de 19e eeuw is de immigratie er heel duidelijk, wat overeenkomt met de periode dat de textielindustrie in de streek zich snel ontwikkelde en er een grote vraag naar arbeiders was in de spinnerijen (zie de grafiek in Figuur 5 Evolutie van de bevolking van Roubaix tussen 1800 en 1936). Als een gevolg van deze grote bevolkingsaangroei ontstond er een enorme nood aan woningen, vooral goedkope woningen die voor de arbeiders betaalbaar waren.
Figuur 6 Evolutie van de bevolking van Roubaix tussen 1800 en 1936
In die tijd werden de huizen belast op het aantal strekkende meters dat de gevel aan de straat innam. Wie zich een eigen huis kon veroorloven, die kocht dus een smal maar diep perceel. Maar voor arbeiders werden er zogenaamde “courées”, “cours”, “impasses” of “forts” gebouwd. Al deze verschillende benamingen verwijzen naar een opstelling van huisjes rond een gemeenschappelijk stuk grond. Soms was dat enkel een steegje en werd dan een courée, cour of impasse genoemd, soms was dat een klein pleintje waarrond de huizen waren gebouwd en dan sprak men van een fort. Die steegjes waren smal, in enkele gevallen maar 2 meter breed. Daarbij omvatte een courée – letterlijk kleine cour - van 2 tot maximum 20 huizen. Een cour was groter en omvatte 20 tot een 60-tal huisjes. In het totaal werden er over de jaren een 800-tal van deze huisjes in courées, cours, impasses of forts gebouwd. We zullen dit type arbeiderswoningen verder met de term cour benoemen.
De cour was een oplossing om zoveel mogelijk woningen te bouwen op een zo klein mogelijk stuk grond met een minimum aan bouwmateriaal. Vaak werd de cour gebouwd door kleine zelfstandigen of renteniers, die er de mogelijkheid in zagen om veel geld te verdienen. De cours werden vaak genoemd naar de eigenaar van het stuk grond waarop ze waren gebouwd. De cours werden meestal aangelegd in de nabijheid van een fabriek. Arbeiders verkozen het om zo dicht mogelijk bij de fabriek te wonen waar ze werkten. Zo beperkten ze de tijd om zich te verplaatsen voor en na hun lange dagtaak.
Alle huisjes in een cour leunden tegen elkaar aan en waren opgesteld rond een binnenkoer of een steegje, dat geen deel uitmaakte van het openbaar wegennet. Vanaf de straat kwam je op die binnenkoer langs een doorgang die vaak deel uitmaakte van een wat groter huis waarin bijna altijd een café gevestigd was. De bewoners van de cour waren er vaak stamgasten, want in hun huizen was het klein en donker. Dat café verhoogde de huurwaarde van de huisjes in de cour en werd zelf voor veel geld verhuurd, want wie het café uitbaatte was zeker van zijn klanten.
De huizen zelf lagen dus niet aan de straat en daarom moest er enkel belasting betaald worden voor het gangetje of het café langs de straatkant. Alle huisjes gaven met hun voordeur uit op de binnenkoer en hadden meestal geen tuin achteraan, maar grensden daar weer aan andere huizen. Zo konden er rond de binnenkoer of het steegje, afhankelijk van haar afmetingen 2 tot wel 60 huizen opgesteld staan. Op de binnenkoer waren enkele gemeenschappelijk toiletten in een barak ondergebracht, en dichter bij de straat was er een pomp met drinkwater. Op de foto hieronder zie je hoe die huisjes in het steegje, de cour, zijn opgesteld.
Figuur 7 Voorbeeld van huizen aan een courée
De woningen in een cour hadden meestal maar 2 vertrekken. Je kwam via de voordeur direct binnen in de enige plaats op het gelijkvloers. Afhankelijk van de breedte van de voorgevel was er een deur en 1 of 2 ramen. De hoogte van het vertrek op het gelijkvloers was niet veel meer dan 2 meter. Dit vertrek diende als keuken en eetkamer en werd vaak ’s avonds omgetoverd tot slaapkamer voor enkele kinderen. Via een steile trap kwam je in de slaapkamer op de verdieping, die onder het dak zat en ook een laag plafond had. Groot waren de huisjes in een cour niet. We hebben de vloeroppervlakte van een woning in een cour die door Frans’ zoon, Charles Louis, bewoond werd benaderend opgemeten door middel van Google Earth en kwamen uit op een oppervlakte tussen de 16 en de 18 m². Veel arbeiderswoningen hadden een totale oppervlakte (gelijkvloers en verdieping) van minder dan 42 m².
Het meubilair in zo’n arbeiderswoning was heel beperkt. Een bed, of wat daarvoor moest doorgaan, en een kachel waren zowat de voornaamste elementen, soms aangevuld met een tafel en wat stoelen. Slapen deden de arbeiders en hun kinderen ook wel op stromatrassen die gewoon op de grond werden gelegd. Die matrassen waren gevuld met aardappelloof of houtkrullen, maar het vaakst met koolzaadstro. Borden en tassen werden op een rekje geplaatst dat aan de muur was opgehangen. Veel gezinnen huurden een verticale gietijzeren kachel voor 2 fr per maand. Zo’n kachel was niet echt handig om op te koken, maar was voldoende voor het maken van koffie. De waarde van het meubilair in een arbeiderswoning in de 19e eeuw werd op 20 fr geschat.
Gezien het weven pas later in de 19e eeuw gemechaniseerd werd, bleef het weven lange tijd een activiteit die thuis beoefend werd. Soms werd er dus een weefgetouw in de arbeiderswoning opgesteld. Het lage plafond en de vloer van aangestampte aarde, droegen bij tot een hogere vochtigheidsgraad in de woning, wat het weven ten goede kwam.
En hoe verging het François na zijn verhuis naar Frankrijk?
François verhuist enkele keren, maar blijft wel in dezelfde streek wonen. Hellemmes, Rijsel en Wazemmes liggen echt vlak bij mekaar en ook Armentières ligt daar niet ver vandaan.
François en Marie krijgen 11 kinderen, waarvan enkel het eerste, Charles Louis, in België geboren wordt. Alle andere kinderen zien het levenslicht in de streek van Rijsel.
Charles Louis (°1850)
Pierre (°1851)
Julie (°1853)
Julie Séraphine (°1855)
Léocadie (°1857)
Marie Thérèse (°1859)
Marie Louise (°1860)
Anne Marie (°1862)
Jeannette (°1864)
Florent (°1866)
Een doodgeboren meisje (°1868)
Van de 11 kinderen sterven er enkele op jonge leeftijd: Pierre, Julie, Florent en nummertje 11 dat levenloos geboren wordt. Door het vroegtijdig overlijden van Pierre en Florent was Charles Louis de enige jongen in het kroostrijk gezin van François en Marie die de volwassen leeftijd bereikt.
Tijdens de eerste jaren in Noord-Frankrijk helpt Marie (°1826) mee de kost verdienen als “fileuse” (spinster), maar vanaf 1857 heeft ze een voltijdse taak als “ménagère” (huishoudster) in het gezin. Dat ze thuis kon blijven werd wellicht ook mogelijk gemaakt door het relatief hogere salaris van haar man.
Vanaf 1876 vinden we het gezin terug in Armentières, al kan die verhuis ook eerder hebben plaatsgevonden. Daar blijft François wonen tot aan zijn dood in 1887. Hij is dan maar 58 jaar oud.
De werkomstandigheden in die eerste industriële spinnerijen waren zeker ver van ideaal, de lucht hing vol met fijne stofjesdeeltjes, de machines maakten veel lawaai en de bewegende onderdelen waren niet altijd afgeschermd, waardoor er wel eens ongelukken gebeurden. Maar ook de slechte levensomstandigheden in de courées gekoppeld aan een eenzijdige en beperkte voeding hadden een negatieve invloed op de gezondheid van hun bewoners. De meest courante ziekten in het arbeidersmilieu in die tijd waren tuberculose, pneumonie en tyfus. Ze leidden ook vaak tot de dood van de patiënt.
Als zijn overlijden wordt ingeschreven in de “Table des successions et absences” van de Direction Générale de l'Enregistrement, des Domaines et du Timbre te Armentières wordt er de opmerking “indigent” bijgeschreven wat “behoeftig” betekent. Rijk zal hij van zijn werk als contre-maître dus niet geworden zijn. Als beter betaalde arbeider behoorde hij tot de lagere middenklasse, maar van veel reserves of enige eigendom was geen sprake. Toen hij overleed verloor zijn familie meteen ook het levensnoodzakelijke inkomen waardoor zijn weduwe behoeftig werd. De oudste kinderen (Charles Louis, Julie Séraphine, Léocadie, Marie Louise en Anne Marie) zijn al getrouwd als François overlijdt. Enkel Jeannette is op dat ogenblik nog niet gehuwd. Marie Andriessens overleeft haar man en sterft zelf op de leeftijd van 65 jaar in 1892 te Armentières.
Bronnen
Boeken, artikelen en foto’s
Foto “Binnenzicht van textielfabriek Union Linière te Gent”
Industriemuseum, foto vrijgegeven voor niet-commercieel gebruik.
https://www.industriemuseum.be/nl/collectie-item/binnenzicht-vlasspinnerij-la-liniere-gantoise-in-gent-1Foto « Niche murale de la cour des Trépassés »
Verley Marcel (photograaf)
https://webmuseo.com/ws/musenor/app/collection/record/64872Mechelen, een aparte geschiedenis van een aparte stad, Peter Stabel, Universiteit Antwerpen, Centrum voor Stadsgeschiedenis
Een groot bedrijf in een kleine stad – De firma de Heyder en Co. te Lier 1757-1834, Catharina LIS en Hugo SOLY, uitgegeven door het Liers Genootschap voor Geschiedenis
Le département du Nord, Chanut A., Codaccioni Félix-P., Gillet Marcel, Lentacker Firmin, Machu Léon ; verschenen in: Bibliothèque de la Révolution de 1848, Tome 19, 1956. Aspects de la crise et de la dépression de l'Economie française au milieu du XIXe siècle. 1846-1851;
https://www.persee.fr/doc/r1848_1155-8822_1956_ant_19_1_2431;L'évolution démographique et économique de Roubaix dans le dernier tiers du XIXe siècle, Franchomme G., verschenen in: Revue du Nord, tome 51, n°201, Avril-juin 1969. Roubaix. Ve Centenaire de la Charte des Drapiers 1469-1969. pp. 201-247;
https://www.persee.fr/doc/rnord_0035-2624_1969_num_51_201_2691Une grande industrie d'exportation. L'industrie linière dans le Nord de la France sous l'Ancien Régime, Prévot V., verschenen in: Revue du Nord, tome 39, n°156, Octobre-décembre 1957. pp. 205-226;
https://www.persee.fr/doc/rnord_0035-2624_1957_num_39_156_2244Industrie et société à Douai au XIXème siècle, Gillet Marcel, verschenen in: Revue du Nord, tome 61, n°241, Avril-juin 1979. Numéro spécial : Douai et le Douaisis. pp. 417-426;
https://www.persee.fr/doc/rnord_0035-2624_1979_num_61_241_3590La crise de l'industrie textile à Roubaix au milieu du XIXe siècle, Machu Léon, verschenen in: Revue du Nord, tome 38, n°149, Janviermars 1956. pp. 65-75;
https://www.persee.fr/doc/rnord_0035-2624_1956_num_38_149_2197La situation sociale de l'ouvrier lillois du textile autour de 1840, Gossez Alphonse-Marius, verschenen in: La Révolution de 1848 et les révolutions du XIXe siècle, Tome 34, Numéro 163, Décembre 1937-janvier-février 1938. pp. 187-196;
https://www.persee.fr/doc/r1848_1155-8806_1937_num_34_163_1308Les ouvriers belges dans le département du Nord au milieu du XIXe siècle, Lentacker Firmin, verschenen in: Revue du Nord, tome 38, n°149, Janvier-mars 1956. pp. 5-14;
https://www.persee.fr/doc/rnord_0035-2624_1956_num_38_149_2194Les salaires ouvriers dans la filature de lin à Lille au XIXe siècle, Lebrun Rémy, verschenen in: Revue du Nord, tome 77, n°309, Janvier/mars 1995. pp. 77-94;
https://www.persee.fr/doc/rnord_0035-2624_1995_num_77_309_4988Habitat ouvrier et démographie à Lille au XIXe siècle et particulièrement sous le second Empire, Pierrard Pierre, verschenen in: Annales de démographie historique, 1975. Démographie historique et environnement. pp. 37-48;
https://www.persee.fr/doc/adh_0066-2062_1975_num_1975_1_1264Les courées à Roubaix, Prouvost J., verschenen in: Revue du Nord, tome 51, n°201, Avril-juin 1969. Roubaix. Ve Centenaire de la Charte des Drapiers 1469-1969. pp. 307-316;
https://www.persee.fr/doc/rnord_0035-2624_1969_num_51_201_2695
Geboorteakten
13 november 1826 – Geboorte van Maria Andriessens te Mechelen
https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:S3HT-6PFQ-H3V?cc=89331&cat=89331&lang=nl&i=41613 april 1828 – Geboorte van Frans Meylemans te Lier
https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:S3HT-DRZ9-FML?i=83&cc=2138481&cat=87790&lang=nl10 maart 1850 – Geboorte van Charles Louis Meylemans te Mechelen
https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:S3HT-DR69-1KL?cc=89331&cat=89331&lang=nl&i=4830 september 1851 – Geboorte van Pierre Meylemans te Hellemmes
https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3WH-G3X3-3?cat=193286&i=877&lang=nl&cc=321684830 mei 1853 – Geboorte van Julie Meylemans te Rijsel
https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3W6-X936-B?cc=3216848&lang=nl&i=2749 maart 1855 – Geboorte van Julie Séraphine Meylemans te Wazemmes
https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3WN-NGZ7?cc=3216848&lang=nl&i=58324 oktober 1857 – Geboorte van Léocadie Meylemans te Wazemmes
https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3WN-N97F-S?cc=3216848&lang=nl&i=1978 maart 1859 – Geboorte van Marie Thérèse Meylemans te Rijsel
https://archivesdepartementales.lenord.fr/ark:/33518/mdr1vw3qgf2p/a323f78d-0ed2-4e80-9f6a-60b7afe00c5113 juni 1860 – Geboorte van Marie Louise Meylemans te Rijsel
https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3W6-D9DM-G?cc=3216848&lang=nl&i=93111 april 1862 – Geboorte Van Anne Marie Meylemans te Rijsel
https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3W6-X5DV?cc=3216848&lang=nl&i=33730 maart 1864 – Geboorte van Jeannette Meylemans te Rijsel
https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3W6-XSZM-8?cc=3216848&lang=nl&i=36625 juni 1866 – Geboorte van Florent Meylemans te Rijsel
https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3W6-D96V-B?cc=3216848&lang=nl&i=402
Huwelijksakten
6 september 1848 – Huwelijk van Pierre Gommaire Meylemans en Eugenie Séraphine De Vos te Mechelen
https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:S3HT-XCCX-PF?lang=nl&i=74&cc=21384819 januari 1850 – Huwelijk van François Meylemans en Marie Andriessens te Mechelen
https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:S3HT-XCCD-SY?cc=2138481&cat=89331&lang=nl&i=31027 oktober 1851 – Huwelijk van Marie Thérèse Meylemans en Corneille Charles Michiels te Hellemmes
https://archivesdepartementales.lenord.fr/ark:/33518/tw43z9q2lkj8/07f0df41-b52b-4857-af2a-b34b6861253925 oktober 1852 – Huwelijk Joseph Corneille Meylemans en Eugénie Deroef te Lille
https://archivesdepartementales.lenord.fr/ark:/33518/tsg593nlfw7r/4faaa434-8755-4ef5-8027-9e45917b0b5415 mei 1865 – Huwelijk Jean François Meylemans en Ismérie Elisa Vasse te Lille
https://archivesdepartementales.lenord.fr/ark:/33518/1bqr2mv4czlh/4ca3cbde-e58e-44e1-9e48-3741e03c05bd3 januari 1876 – Huwelijk van Charles Louis Meylemans en Sophie Zélie Hortense Joseph Rouzé te Houplines
https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3W4-P9GH-5?i=492&cc=3216848&lang=nl
Overlijdensakten
6 oktober 1851 – Overlijden van Pierre Meylemans te Hellemmes
https://archivesdepartementales.lenord.fr/ark:/33518/tw43z9q2lkj8/e1b7d5f0-218c-44a0-ad89-52a431f6c70b9 december 1854 – Overlijden van Julie Meylemans te Wazemmes
https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3WN-NV7?cc=3216848&lang=nl&i=4453 september 1859 – Overlijden van Marie Thérèse Meylemans te Rijsel
https://archivesdepartementales.lenord.fr/ark:/33518/vfl6h3smntd2/278ce0f0-b2f6-45d6-b4d4-28c5f0bfa5e725 juni 1867 – Overlijden van Florent Meylemans te Rijsel
https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3WX-H7C4-G?cc=3216848&lang=nl&i=1124 oktober 1868 – Geboorte van een doodgeboren meisje te Rijsel
https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3WX-HWMP-N?cc=3216848&lang=nl&i=21810 februari 1887 – Overlijden van François Meylemans te Armentières
https://archivesdepartementales.lenord.fr/ark:/33518/wcfn35jkg46z/b60cf4da-c667-4b4d-ae24-16314fff08b222 juni 1892 – Overlijden van Maria Andriessens te Armentières
https://archivesdepartementales.lenord.fr/ark:/33518/jt6sw9v04l5q/3ab0165f-8403-4ac4-9ef2-fac0cd802dee18 oktober 1893 – Overlijden Marie Louise Meylemans te Armentières
https://archivesdepartementales.lenord.fr/ark:/33518/jt6sw9v04l5q/fc4ec471-dff3-471f-9410-f5c096d5aab44 april 1907 – Overlijden Anne Marie Meylemans te Armentières
https://archivesdepartementales.lenord.fr/ark:/33518/8dzc2v6p7sjn/47d215f4-a2b1-40c5-b15d-c7de4d3e58ff10 juni 1907 – Overlijden van Julie Séraphine Meylemans te Erquinghem-sur-la-Lys
https://archivesdepartementales.lenord.fr/ark:/33518/tfdg2r9n18sj/e31138ad-9949-4fbc-983e-023c374eefcf1 januari 1918 – Overlijden van Charles Louis Meylemans te Hoogstraten
https://www.kolonie57.be/genealogy/persons?ss=%7B%22q%22:%22meylemans%20charles%20louis%22%7D
Nalatenschappen
10 februari 1887 – Aangifte van de nalatenschap van François Meylemans te Armentières
https://archivesdepartementales.lenord.fr/ark:/33518/5gx0b7l4qwkh/5a5bca56-f63e-4178-a26d-8cc30601f6a0
Volkstellingen
1840 – Volkstelling te Mechelen
Mechelen_1840_register_E_00159
https://www.genealogischebronnenrivierenland.be/Databank1847 – Volkstelling te Mechelen
Mechelen_1846-1855_register_E442-548_00162
https://www.genealogischebronnenrivierenland.be/Databank