Bloedsporen en vergelding

Bert Mylemans

Tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 was er door de omstandigheden weinig plezier te beleven. Mensen zochten daarom vertier in simpele dingen, zoals bijvoorbeeld wipschieten met pijl en boog. In Heist-Goor organiseerde Florent Mylemans (zie ook artikel dienstdoend burgemeester tegen wil en dank) mee wipschietingen voor de jeugd.

 

De wipschieters van de Bredestraat

 

In de zomer van 1943 werd bovenstaande foto genomen. Het toont de boerenjeugd bij een liggende wip. Hij is genomen voor de boerderij van Leonard Claes, die gelegen was naast de boerderij van Florent Mylemans. Ze lag tussen de velden op ongeveer 200 meter van de Bredestraat vandaan. Deze plek komt overeen met het huidige adres Bredestraat 8, Heist-op-den-Berg. Leonard huurde deze boerderij van Florent Mylemans, die ze eerder had gekocht van de familie van der Borght-Weyns uit Grasheide. Met de hulp van Maurice Mylemans hebben we deze Goorse buurjongens geïdentificeerd, en hun toenmalige woonplaats vermeld.

 
 
  1. ·Theofiel Maurien: (°1931 + 2020) Hij had als roepnaam Fil van Jef van Flupkes. Hij woonde in de Bredestraat.

  2. ·Hugo Weyns: (°1925 +1982) Hij was de zoon van Frans Weyns en Melanie Mylemans. Zijn familie woonde in de Lammeneelstraat, zijn moeder was afkomstig uit de huidige Mollehoefweg.

  3. ·Jules Goovaerts: (°1927 +1996) Hij woonde in de Bredestraat. De roepnaam van zijn vader was Jef Celes, dus noemden ze hem Jules van Jef Celes.

  4. ·Florent Mylemans (vermoedelijk): (°1911 +1990) Hij woonde in de huidige Mollehoefweg, en verhuisde later naar Canada om daar te gaan boeren. Hij was een zoon van Leonard “Nare” en Josefien Aerts.

  5. ·Emiel Maurien: (°1923 +1997) Hij was de broer van Theofiel, en woonde dus ook in de Bredestraat, hij had als roepnaam Mil van Jef Van Flupkes.

  6. ·René Mylemans: (°1922 +2011) Hij woonde in de huidige Mollehoefweg, via een landweg ongeveer 150 meter van Leonard Claes vandaan. Hij was ook een zoon van Leonard “Nare” en Josefien Aerts.

  7. ·Arthur Storms: (°1912 +1954) Hij woonde in de Lammeneelstraat en ging door het leven als Tuur Storms. Hij was de zoon van Fons en Melanie Weyns.

  8. ·Gaston Storms: (°1936 +2023) Hij was de zoon van Arthur Storms.

  9. ·Louis Mylemans: (°1927 +2024) Hij was de zoon van Gerard en Ida Verbeeck. Ze woonden in de Bredestraat. (Zie artikel Louis Mylemans uit “Ikke en de Sikke”).

  10. ·René Claes: (°1928 +2021) Hij was de zoon van Leonard Claes, en woonde in de boerderij waar de wipschieting plaatsvond.

  11. ·Florent Mylemans: (°1896 +1954) Hij woonde in de boerderij naast Leonard Claes, en was medeorganisator van het wipschieten.

  12. ·Leonard Claes: (°1905 +1990) Hij voorzag de plaats van het gebeuren in de Bredestraat aan zijn boerderij. Hij werkte destijds op de melkerij op de hoek van de Liersesteenweg met de Heist-Goorstraat.

  13. ·Albert Goovaerts: (°1915 +1954) Hij was een zoon van Jef van Celes, dus de broer van Jules en woonde eveneens in de Bredestraat.

  14. ·Maurice Mylemans: (°1932) Hij is de zoon van Florent Mylemans.

 

Illustratie liggende wip

 

De liggende wip was een horizontale constructie met enkele houten balken en met een reeks metalen pinnen waarop de vogels werden vastgemaakt. Er was: één grote vogel “de koning”, daaronder twee “kallen” en 6 zijvogels “de zeis”. Daaronder plaatse men nog een 20-tal kleine vogels. Aan die vogels werden kleurige pluimen bevestigd. De liggende wip werd onder een kleine hoek met de grond opgesteld. De hoofdvogel, “de koning”, stond daarbij het verst verwijderd van de schutter. Die hoofdvogel stond hierdoor ook als hoogste opgesteld. Er werd door elke deelnemer 1 frank ingezet. De bogen en pijlen werden gekocht bij een boogmaker aan de kerk in Putte. Vanop ongeveer 15 meter werd er op “de vogeltjes” geschoten. Schoot je er een klein vogeltje af, dan kreeg je 1 frank, schoot je de zijvogels of kallen af, dan kreeg je 2 of 3 frank, de hoofdvogel leverde 5 frank op. Florent Mylemans, mikte en schoot altijd op de hoofdvogel. Fil van Jef van Flupkes was meestal pijlenraper van dienst, en hij kreeg hiervoor 1 frank uit de pot.

Het bloedbad

Op 10 minuutjes stappen van de wipschieters vandaan, in de tuin van “het kasteeltje”, nu adres Pastoor Mellaertsstraat 94, woonde schoolhoofd Jef Van Woensel (°1902 +1967) met als roepnaam “Jef Van Mennes” met zijn gezin. In dat gezin was in juli een dochtertje Germaine geboren. In de tuin stonden enkele schapen. De schapenmelk werd gebruikt om Germaine en haar iets oudere zusje Louisa van de nodige melk te voorzien, omdat koeien vaak opgeëist werden door de Duitse bezetter, dit in tegenstelling tot schapen en geiten.

Op een warme zomerse zaterdag in 1943 vond er een luguber tafereel plaats. Twee schapen waren verdwenen. Enkel hun afgesneden hoofden werden ter plaatse teruggevonden. Het spreekt voor zich dat die vermoorde schapen een duidelijk bloedspoor hadden achtergelaten. Dat bloedspoor liep via de huidige Bosweg naar de Lammeneelstraat. Destijds was er aansluitend op de Lammeneelstraat een voetweggetje van een meter breed, dat achter de boerderijen van Florent Mylemans en Leonard Claes liep tot aan een brede beek in de buurt van de huidige Schaliehoevestraat. Bewoners van ‘t Goor hebben het bloedspoor tot aan die beek gevolgd. Eén van de gekeelde schapen hebben ze daarbij verstopt tussen wat landbouwgewassen aangetroffen. Blijkbaar hadden de daders moeite om beide schapen over de beek te krijgen. De bewoners van ’t Goor lieten dat schaap ter plaatse liggen, hopende dat de daders later zouden terugkomen om hun buit op te halen.

 

Overzichtskaart van het voorval

 

De wipschieters van ’t Goor, op de hoogte van het voorval, hadden het plan opgevat om de dag nadien de plaats van het teruggevonden schaap nauwlettend in de gaten te houden.
De wipschieters kregen al vlug 2 personen in het vizier die in de omgeving rondhingen en het schaap probeerden mee te nemen. Enkele van de wipschieters sprongen daarop op hun fiets en reden tot aan het Hoekske, op de grens van ‘t Goor en Schriek en konden daar de 2 schapendieven op heterdaad betrappen. Het waren 2 slagers uit de buurgemeente Schriek die op strooptocht waren. Welke wipschieters de daders hebben kunnen tegenhouden weten we niet. We weten wel dat ze de dieven niet hebben uitgeleverd aan de autoriteiten, wetende dat ze van de Duitse bezetters wellicht een erg zware straf zouden krijgen. Daarom besloten ze het voorval op een alternatieve manier te regelen. Welke manier dat was hebben we niet meer kunnen achterhalen. Blijkbaar hebben kleine Germaine en Louisa, ondanks de gekeelde schapen, toch voldoende melk gekregen want ze hebben beiden de oorlogsjaren overleefd.

 

Dit verhaal werd verteld door Maurice Mylemans en opgetekend door Bert Mylemans.

Verwante artikelen

Vorige
Vorige

Het verhaal van Frans Meylemans

Volgende
Volgende

Bakkers in oorlogstijden