Bakkers in oorlogstijden
Peeter Mylemans (ca. 1535 - 1603), zijn kinderen en kleinkinderen
Lieve Mylemans
Inleiding
Tijdens de 80-jarige oorlog tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden was het dagelijks leven bijzonder moeilijk voor de gewone man. In 1566 stak de Beeldenstorm de lont aan het kruitvat, Alva en de inquisitie waren ongenadig op ketterjacht en iedereen werd snel verdacht, de slecht betaalde huurlingen plunderden steden en dorpen en de constante militaire troepenbewegingen ontzagen niemand. Samen met de vele epidemieën, misoogsten en hongersnood was dit alles een recept voor complete rampspoed en decimering van de bevolking.
Tijdens deze turbulente oorlogsperiode van 1566 tot 1648 probeerden drie generaties van een Mechelse bakkersfamilie het hoofd boven water te houden.
F
iguur 1 Bakker blaast op zijn hoorn
Wanneer het brood uit de oven gehaald was blies de bakker op een hoorn om de omwonenden te laten weten dat het brood klaar was voor verkoop. Het blazen was letterlijk het sein dat de bakkerswinkel open was.
Peeter, de stamvader van een bakkersdynastie
Peeter Mylemans werd circa 1535 geboren in Mechelen als zoon van schilder Jan Mylemans en zijn vrouw Magdalena Scheppers. In 1550 kochten Jan en Magdalena in het centrum van Mechelen een groot huis met twee woningen (een voor- en achterhuis) gelegen in de Kerkhofstraat (dit is de huidige Goswin de Stassartstraat), vlakbij de zogenaamde “leste brug of Meulekensbrug”. Deze brug was de derde in de Kerkhofstraat en situeerde zich vlakbij de huidige Dossinkazerne (die toen nog niet bestond). Het huis had geen naam maar in een akte van 1574 staat vermeld dat het stond tegenover het huis “Het Wolfken”. De ligging daarvan is wel bekend en op deze wijze kunnen we dus het ouderlijk huis van Peeter situeren.
Figuur 2 Stadsplan van Mechelen met de oude parochiegrenzen
het ouderlijk huis van Peeter (nr. 1), bakkerij Van de Walle (nr. 2), Zwert Maenken (nr. 3), Rechtestraat buiten de Kathelijnepoort (nr. 4), bakkerij De Bonte Koe (nr. 5)
Jan en Magdalena Mylemans-Scheppers hadden minstens zes kinderen waarvan Peeter de op een na jongste was.
Op 17 juli 1558 werd zijn moeder Magdalena begraven op het kerkhof en amper drie dagen later - op 20 juli 1558 - volgde de begrafenis van zijn zus Maeijken. De uitvaartmis in de Sint-Janskerk voor beiden vond pas 7 weken later plaats op 8 september. Hierdoor vermoeden we dat beiden overleden zijn aan een besmettelijke ziekte.
Bij het overlijden van zijn moeder in 1558 waren Peeter en zijn jongste broer Jacob nog niet meerderjarig en dus moest de weeskamer ingeschakeld worden. Hierdoor weten we ook dat er op dat moment nog 5 kinderen in leven waren: Jan, Barbara, François, Peeter en Jacob. De oudsten, Jan en Barbara, waren al lang het huis uit, Jan was getrouwd in 1548 en Barbara in 1553. Vlak daarna, in november 1558, hertrouwde zijn vader Jan met Magdalena Mast maar dit huwelijk bleef kinderloos.
Eerste huwelijk met Clara Van de Walle
Peeter trouwde op 21 januari 1559 in de Sint-Janskerk te Mechelen met bakkersdochter Clara Van de Walle. De bakkerij Van de Walle was gevestigd in de Jodenstraat (zie nummer 2 op figuur 2). Dat was dus vlakbij Peeters ouderlijk huis in de Kerkhofstraat. Of hij ook bij bakker Van de Walle zijn opleiding tot bakker heeft gekregen weten we niet maar het is zeker een mogelijkheid.
De eerste jaren van hun huwelijk hebben geen sporen in de archieven achtergelaten. Dat verandert wanneer ze in 1565 het huis “Het Zwert Maenken” (zie nummer 3 op figuur 2) in de Kerkhofstraat aankopen aan de prijs van 48 Carolusgulden. Dit huis stond vlakbij het ouderlijk huis en ook zijn zus Barbara en haar gezin woonden in dezelfde straat.
In 1566 overleed zijn vader Jan Mylemans en werd de erfenis geregeld. Blijkbaar ging dat met de nodige discussies gepaard want het duurde even voor hun stiefmoeder, Magdalena Mast, bereid was af te zien van verdere financiële eisen.
Na het overlijden van Peeters vader werd het ouderlijk huis overgenomen door de oudste zoon. Deze, ook Jan geheten, heeft aan ieder van zijn broers en zus hun erfdeel uitbetaald. Hierdoor, en misschien ook met nog wat extra eigen spaargeld kon Peeter zelf ook nieuwe plannen maken. Op 7 oktober 1567 kochten Peeter en Clara een groot huis met een klein aanleunend huisje in de Rechtestraat buiten de Katelijnepoort (zie nummer 4 op figuur 2) tegen 240 Carolusgulden. Twee dagen later, op 9 oktober 1567, verkochten ze “Het Zwert Maenken” voor 62 Carolusgulden en 15 stuivers. Bij de verhuis naar hun nieuw adres verhuisden ze dus van de Sint-Jansparochie naar de Sint-Katelijneparochie. Clara was bij deze verhuis ook hoogzwanger.
Als enige Mechelse parochie heeft Sint-Katelijne nog de oudste 16e-eeuwse doopregisters. Daar hebben we enkele dopen van kinderen van Peeter en Clara gevonden: Catharina op 15 november 1567 (dus één week na de verhuis), Jacob op 12 mei 1570 en het doopsel van Dorothea op 26 oktober 1571.
We kunnen gerust veronderstellen dat er in de eerste jaren van hun huwelijk, van 1559 tot 1567, ook verschillende kinderen geboren moeten zijn, maar daarvan hebben we dus geen enkel bewijs.
Peeters gezinssituatie werd ons pas een beetje duidelijker toen we zijn testament uit 1582 ontdekten. Hij was ondertussen hertrouwd en had in 1582 al verschillende kinderen uit dat tweede huwelijk. Bovendien staat er in het testament vermeld dat hij dan nog slechts één dochter heeft, een zekere Magdalena, die overgebleven is uit zijn eerste huwelijk. De kindersterfte was in Peeters gezin dus heel groot.
1572 De Spaanse Furie in Mechelen
Van 2 tot 5 oktober 1572 werd Mechelen volledig leeggeplunderd door de Spaanse troepen. Dit gebeurde op bevel van Alva die de Mechelaars een lesje wou leren. Deze plundering werd later de Spaanse Furie van Mechelen genoemd en behoort tot de zwartste bladzijden van de Mechelse geschiedenis. Veel Mechelaars werden vermoord, verkracht en uitgeschud, niets of niemand bleef gespaard en van diegenen die het er levend van afgebracht hadden sloegen er veel op de vlucht, meestal richting Antwerpen. Zo is bijvoorbeeld bekend dat een 40-tal Mechelse schilders in Antwerpen onderdak vonden en de Sint-Lucasgilde van Antwerpen uit medelijden met deze totaal verarmde collega’s besliste om hen geen lidgeld van de gilde aan te rekenen. Van schilder Jan Mylemans, de oudste broer van onze bakker, weten we dat hij in 1573 in Antwerpen woonde en zijn huis in Mechelen (zie nummer 1 op figuur 2) verkocht. Hij was dus ook gevlucht na de Spaanse Furie.
Figuur 3 De Spaanse Furie, miniatuurschilderij door Mechelaar Hans Bol
Tweede huwelijk met Catharina Drabbe
Na de doop van Dorothea op 26 oktober 1571 vinden we geen spoor meer van Clara Van de Walle.
Peeter moet echter vrij snel daarna opnieuw getrouwd zijn. Zijn tweede vrouw was Catharina Drabbe (wordt soms ook De Rabbe geschreven). Catharina kwam uit een kapitaalkrachtige Mechelse familie van scheepsbouwers en bakkers. De oudste zoon van Peeter en Catharina is zeker in Mechelen geboren, we schatten zo rond 1575.
Bakkers hebben een groot voordeel: brood vindt altijd een koper want al zijn de tijden nog zo hachelijk, eten moet iedereen. Maar na 1572 was de bevolking in Mechelen tot een derde teruggevallen en tot de bedelstaf veroordeeld, opstanden en voedselrellen waren schering en inslag. Misschien net daarom zijn Peeter en Catharina gewoon omwille van economische motieven vertrokken uit Mechelen.
Het is onduidelijk wanneer exact Peeter met zijn tweede vrouw naar Antwerpen vertrokken is. In 1580 werd hun zoon Peeter gedoopt in de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekerk.
In 1580 waren zowel Mechelen als Antwerpen volledig in protestantse handen, dit zal zo duren tot de “Val van Mechelen” in juli 1585 en de “Val van Antwerpen” in augustus 1585. De wisselingen van de macht leidden dan echter nog helemaal niet tot een vredesbestand.
Terug naar Mechelen
In Antwerpen waren de leefomstandigheden zeker niet beter wat een extra motief kan geweest zijn om terug naar huis te keren. Ten laatste in 1582 gingen Peeter en Catharina terug naar huis, naar Mechelen, en ze begonnen een bakkerij in “De Bonte Koe” die gelegen was op de hoek van de Leermarkt met de Blaasbalgstraat (zie nummer 5 op figuur 2).
De Bonte Koe was toen een groot nieuw stenen gebouw dat opgericht was “op den ham” waarbij met ham eigenlijk inham bedoeld werd. De inham is nog duidelijk te zien op het plan van Jan Van Hanswijck dat dateert van circa 1560.
Figuur 4 De inham (met rode stip) op de hoek van de Leermarkt en de Blaasbalgstraat
Figuur 5 Situatie eind 18e eeuw, de bakkerij (met eigen Inkleuring)
Figuur 6 Huidige situatie, Blaasbalgstraat 2-4, plaats van de voormalige bakkerij De Bonte Koe
De bakkerij De Bonte Koe was hoogstwaarschijnlijk niet hun eigendom, we hebben in elk geval geen akte van aankoop gevonden, evenmin een erfdelingsakte na het overlijden van Peeter. We denken dus dat zij deze bakkerij gehuurd hebben. De bakkerij lag in de dichtbevolkte wijk van de goedbetaalde leerlooiers en het was zeker interessant voor een bakkerszaak: de klanten woonden vlakbij en het brandrisico van de bakkersoven was beperkt omdat het gebouw volledig uit steen was opgetrokken.
Op 26 december 1582 dicteerden Peeter en Catharina hun testament bij de Mechelse notaris Pieter De Munter.
Magdalena, zijn enige overgebleven dochter uit zijn eerste huwelijk, is dan nog minderjarig en woont bij haar nonkel Jan Van de Walle die tevens haar voogd is. Peeter regelde hier dat Magdalena onmiddellijk 32 gulden en 10 stuivers ontvangt en dat zij en haar voogd zullen afzien van verdere financiële eisen wanneer Peeter komt te overlijden.
In hun testament bepaalden ze ook dat de kinderen uit het tweede huwelijk in gelijke delen zullen erven: de meisjes evenveel als de jongens. Bovendien werd uitdrukkelijk vermeld dat het echtpaar “redelyk wel te casse” was. Ze zaten er dus ondanks de oorlogsperikelen niet zo slecht voor.
Ze beslisten ook dat bij het overlijden van Peeter of Catharina, de langstlevende aangesteld werd als voogd over de kinderen en dat daarbij de officiële weeskamer van de stad zou uitgesloten worden. De weeskamer zou dus geen enkele bevoegdheid krijgen. Deze bepaling is van bijzonder belang zoals later zal blijken wanneer Catharina effectief achterblijft met nog minderjarige kinderen.
Uit het tweede huwelijk van Peeter zijn heel wat kinderen geboren maar van de meesten hebben we geen doopaktes kunnen vinden. De Bonte Koe ligt in de Sint-Romboutparochie en daarvan zijn pas vanaf 1586 de doopregisters zéér gedeeltelijk bewaard, we vonden daar dus enkel de doopsels van hun jongste kinderen.
Anna werd gedoopt op 18 november 1586, Barbara op 25 februari 1588 en tenslotte nog een nakomertje, Maria, op 11 januari 1595.
Op 9 februari 1603 werd Peeter begraven in de Sint-Romboutkerk en de bakkerij werd verdergezet door zijn zonen en zijn weduwe Catharina. Ondertussen woedde de oorlog tussen Noord en Zuid nog hevig verder en veel rust zal zijn kinderen en kleinkinderen dan ook niet gegeven worden.
“Scandalieuse woorden van injurie”
Op 20 mei 1603 ‘s avonds, nauwelijks enkele maanden na het overlijden van bakker Peeter, werd heel de buurt opgeschrikt door lawaai en vandalisme schuin tegenover de bakkerszaak. De ganse toestand wordt uitvoerig beschreven in een akte van 22 mei 1603. Twee buurvrouwen onder wie ook Catharina Drabbe gingen op verzoek van hun buurman Joris De Coninck naar de notaris om hun wedervaren op schrift te laten stellen.
Joris De Coninck woonde in de Blaasbalgstraat in het huis “De drij Lindekens” dat gelegen was schuin tegenover de bakkerij De Bonte Koe.
Buurvrouw Catharina De Bock verklaarde dat zij op 20 mei tussen 9 en 10 uur ’s avonds nadat zij was gaan slapen, opgeschrikt werd door “groot gerucht ende getier”. Door het lawaai was zij terug opgestaan en keek ze uit haar bovenste raam naar de straat om te zien wat er gaande was. Daar beneden op straat herkende zij een zekere Peeter Cleeren die “groote ende hooge scandalieuse woorden van injurie” riep tegen Peeter Mathijs die in de woning van Joris De Coninck aanwezig was. Waarop deze Peeter Mathijs het venster opende en een stuk hout gooide naar Peeter Cleeren, die daarna met stenen begon te gooien, de ruiten van de drij Lindekens aan diggelen smeet en met zijn geweer de voordeur probeerde te rammen. Catharina De Bock die het oproer nog altijd aanschouwde vanuit haar bovenvenster kwam tussenbeide in een poging om de gemoederen te bedaren maar zonder enig succes, Peeter Cleeren begon haar allerlei verwensingen naar het hoofd te slingeren. “Ghy garomme, wat hebt ghy daer boven te doen, wat moeyde ghy u?” en nog andere beledigingen die zo erg waren dat ze deze voor de notaris niet durfde te herhalen.
Catharina Drabbe had ondertussen ook alles gadegeslagen vanuit de bakkerij. Zij bevestigde wat haar buurvrouw al had verklaard maar ze had ook nog bijkomende informatie. Zij wist te vertellen dat Peeter Cleeren aanvankelijk niet alleen was, er waren nog 2 andere personen geweest die hem probeerden te kalmeren. Zij had zelfs duidelijk gehoord dat een van hen gezegd had: “Peer ghij sijt sot”. Ook had ze “de stucken van de glasen hooren clincken ende uytvallen” en ze had ook de scheldwoorden gehoord die Peeter Cleeren geroepen had naar Catharina De Bock. Zij verklaarde ook dat Peeter Cleeren de stenen om de ruiten in te gooien ter plaatse opgeraapt had. Maar ze had niet gezien dat Peeter Cleeren met zijn geweer de deur zou geramd hebben.
Net als haar buurvrouw was Catharina Drabbe ook tussenbeide gekomen en had Peeter Cleeren tot de orde geroepen: “Ghij rabbaut, ghij schelm, dolleman, maeckt ghij zulcken gewelt ende buurgerucht? Ghij doet als een straetschender! Packt u naer huys oft daer sal morgen meer naer volghen!”
Hoe het ganse gebeuren afgelopen is vertelt de akte niet, maar dat de opschuddding niet alledaags was is duidelijk. Joris De Coninck heeft hier hoogstwaarschijnlijk gevraagd aan zijn buurvrouwen om te getuigen omdat hij verhaal wilde halen bij de rechtbank. Het vervangen van kapotte ruiten was immers een dure zaak en voor zijn vandalenstreken heeft Peeter Cleeren zeer waarschijnlijk flink moeten betalen.
Hoeveel kinderen had Peeter?
Behalve het feit dat Magdalena in het testament van 1582 wordt vermeld als het enig kind uit zijn eerste huwelijk hebben we verder geen sporen meer van haar gevonden. In 1582 was zij nog minderjarig en haar voogd was haar oom, de bakker Jan Van de Walle. Of zij ooit huwde en kinderen kreeg weten we totaal niet.
Peeter had wel meer geluk met zijn tweede vrouw. Met Catharina Drabbe had hij verschillende kinderen die volwassen werden en zelf ook voor nageslacht zorgden. Maar omdat we geen erfdelingsakte gevonden hebben hadden we geen definitieve opsomming van deze kinderen. Een bijkomend probleem was dat er in hun testament bepaald was dat de weeskamer niet mocht tussenkomen voor de minderjarige kinderen. Ook in de registers van de weeskamer vonden we dus geen enkele informatie.
Toch zijn we in een akte te weten gekomen dat er in totaal nog zeven kinderen in leven waren. In 1607 regelde de weduwe Catharina Drabbe als vrouw en in eigen naam de verkoop van een geërfd huis ten gunste van haar meerderjarige en minderjarige kinderen, maar wel zonder vermelding van het aantal kinderen of een opsomming van hun namen.
Het geërfde huis dat verkocht werd stond in de Kerkhofstraat en was het voormalige woonhuis van Barbara Mylemans, de zus van Peeter. Maar de koper, apotheker Jan Verstrepen uit Mechelen, zat slecht bij kas zodat Catharina Drabbe een lening met afbetaling moest toestaan. Het is pas wanneer deze lening in 1623 volledig afbetaald was dat er in een nieuwe akte vermeld wordt dat Peeter zeven kinderen had en dat Anthonie de oudste was.
Van elk van deze zeven kinderen zijn sporen terug te vinden in de archieven. De meeste zonen werden bakker – wat niet zo verwonderlijk is - de oudste dochter trouwde met een bakker en de jongste dochter trouwde met een smid.
De kinderen van Peeter en Catharina
1. Anthonie, meester-bakker
Anthonie was de oudste zoon en hij was in Mechelen geboren, wanneer weten we niet maar we schatten zijn geboortedatum rond 1575.
Anthonie was een poorter van Mechelen en meester-bakker in het ambacht, dat kan alleen maar mogelijk geweest zijn omdat hij in Mechelen geboren moet zijn. Anthonie trouwde op 24 september 1600 in de Sint-Romboutkathedraal met Maria Vermeulen. Zijn vader Peeter was huwelijksgetuige.
De eerste jaren van hun huwelijk woonden ze in de Onze-lieve-Vrouwparochie. Dat weten we omdat we een akte gevonden hebben waar een zekere Maria Cockx haar financiële zaken regelde en verklaarde dat bakker Anthonie Mylemans in haar huis woonde. De locatie van deze woning is perfect beschreven in die akte: vlakbij de kraan van de Kraanbrug en op de hoek van de Coninckstraete (dit is de huidige Kraanstraat).
Figuur 7 De bakkerij op de hoek van de Kraanstraat
Rechts zien we de Dijle met de stenen brug (de Kraanbrug) en in het midden de grote houten kraan om de vrachten te lossen. We zien in het midden de brede straat die Haverwerf genoemd wordt en links zien we de beroemde gevels (In Sint Jozef, de Duivels, het Paradijs) en dan de Kraanstraat. Anthonie woonde in het huis op de andere hoek van de Kraanstraat. Dat hoekhuis heette “Den gruenen Papegaeij”.
Deze gruenen Papegaeij was zeker een perfecte locatie voor een bakkerij: een groot stenen huis recht in het economische hart van Mechelen.
Figuur 8 De huidige situatie, hoek van Haverwerf en Kraanstraat
De drie gevels aan de linkerkant zijn prachtig gerestaureerd maar het huis waar Anthonie woonde en werkte is vervangen door een zielloze nieuwbouw.
Na het overlijden van zijn vader Peeter verhuisden Anthonie en Maria naar de bakkerij De Bonte Koe gelegen op de hoek van de Blaasbalgstraat en de Leermarkt in de Sint-Romboutparochie.
Eigenaardig is wel dat er geen kinderen gedoopt werden in de kerk van Onze-Lieve-Vrouw-over-de Dijle. Pas wanneer ze verhuizen naar de ouderlijke bakkerij begonnen ze aan gezinsuitbreiding. Anthonie en Maria kregen drie kinderen die allemaal in de Sint-Romboutkathedraal gedoopt werden: Franciscus, Margareta en Sebastianus.
Van hun dochter Margareta is verder geen spoor meer gevonden, vermoedelijk is zij dus jong gestorven. De twee zonen werden wel volwassen en hebben de bakkersstiel verdergezet.
Anthonie zal wel niet in De Bonte Koe blijven. Rond 1613 verhuisde hij naar de bakkerij met de naam “Den Bonten Os”, gelegen in de Adegemstraat in de parochie van Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Hij huurde er een groot huis met 2 woningen: een voorhuis dat geschikt was voor een bakkerswinkel en een achterhuis voor de bakkerij. Den Bonten Os was eigendom van pasteibakker Christoffel van Dusseldorp en na 1632 van zijn erfgenamen. In een erfenisakte van 1635 wordt Anthonie nog altijd als huurder vermeld. De familie heeft hier dus zeker een hele tijd gewoond.
Figuur 9 Den Bonten Os, Adegemstraat 117, de voorgevel werd vernieuwd in 1774
De bakkerij “Den Bonten Os” was echter ook geen blijver. Anthonie is op het einde van zijn leven nog verhuisd naar de Sint-Romboutparochie waar hij begraven werd op 7 juni 1638. Zijn vrouw Maria Vermeulen werd er begraven op 20 maart 1640.
François, de oudste zoon van Anthonie en Maria trouwde op 4 juni 1630 met Barbara Suys. Hun dochter, Maria, werd op 24 maart 1631 gedoopt. Hun geluk was evenwel van korte duur want nauwelijks een aantal maanden later, op 8 oktober 1631, werd François begraven.
Zijn weduwe Barbara hertrouwde niet in Mechelen en verdere sporen hebben we niet kunnen vinden. We denken dat zij met haar dochter niet in Mechelen gebleven is.
Sebastianus, de jongste zoon van Anthonie en Maria, werd Bastiaen genoemd. Amper 20 jaar oud werd hij op 10 juni 1630 vader van een bastaardzoon die ook Sebastiaen genoemd werd. De vroedvrouw heeft het kind gedoopt (dat was een zogenaamde nooddoop wanneer men vreesde voor de overlevingskansen van de baby) en Anthonie Mylemans staat genoteerd in het doopregister als doopheffer.
Van deze bastaardzoon weten we verder niets, bakker is hij zeker niet geworden en we weten zelfs niet of hij opgegroeid is.
Ondanks deze duidelijke faux-pas zal Bastiaen toch niet trouwen met de moeder van zijn bastaardzoon. De familie heeft misschien een betere partij geregeld, wie zal het zeggen?
Bastiaen trouwde op 18 september 1631 met Maijken Suetens, een beenhouwersdochter. De familie Suetens was een belangrijke en zeer welstellende beenhouwersfamilie die het beroep zo’n 600 jaar lang van vader op zoon heeft doorgegeven in Mechelen. Bastiaen was dus met een “goede partij” getrouwd en hij werd uiteindelijk de laatste bakker Mylemans want zijn zoon werd beenhouwer en zijn dochter trouwde met een beenhouwer. Bastiaen vestigde zijn bakkerij ook in het hart van de beenhouwersbuurt, namelijk in de Schaalstraat waar hij in 1661 overleden is. In de Schaalstraat stond toen een bakkerij met de naam “Den Rooden Leeuw”. Waarschijnlijk was het deze bakkerij waar Bastiaen zich vestigde, maar we hebben tot nu toe geen akte gevonden waarin dit bewezen wordt.
Figuur 10 Stadsplan met De Bonte Koe (5), Den Bonten Os (6), het huis van Maria Cockx (7) en de Schaalstraat (8)
2. Lesken, bakkersdochter en bakkersvrouw
Lesken Mylemans trouwde op 12 mei 1602 in de Sint-Romboutkerk met meester-bakker Fransen Vercammen. Vader Peeter Mylemans was haar huwelijksgetuige.
Fransen Vercammen was een zoon van Maria Cockx waarover hierboven al sprake. De bakkerij aan de Kraanbrug had dus vanaf dan twee bakkende schoonbroers. Toen Anthonie later naar De Bonte Koe verhuisde, bleven Lesken en Fransen de bakkerij aan de Kraanbrug uitbaten (zie figuur 6).
Tussen 1603 en 1620 kregen Lesken en Fransen in totaal 10 kinderen die allemaal gedoopt werden in de kerk van Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle.
Fransen Vercammen was een ondernemer in hart en nieren die opportuniteiten zag en enig risico niet schuwde. Zo kocht hij op 22 november 1607 van brouwer Rombout Davidts een platbodemschuit met toebehoren (roer en zeilen) voor de fikse som van 100 Carolusgulden. Het was evenwel een buitenkans want een nieuwe platbodemschuit kostte toen gemakkelijk 800 à 1000 Carolusgulden, een heel fortuin!
De brouwers hadden boten aangeschaft om biervaten te vervoeren maar dat was tegen de zin van de kordewagenaars die het monopolie hadden op het vervoer van biervaten. Waarop de kordewagenaars de brouwers een proces aanspanden.
“Ieder zijn stiel” zei de Mechelse Magistraat en de brouwers mochten hun boten niet meer gebruiken. Fransen heeft duidelijk van deze situatie geprofiteerd want de bakkers mochten nog altijd boten bezitten voor het vervoer van graan en bloem en de bakkerij van Fransen was daarvoor ideaal gelegen vlakbij het water.
Lesken werd plechtig met het kerkpellen begraven in de kerk van Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle op 28 december 1631. Het kerkpellen was een kostbaar doek – vaak met gouddraad doorweven en met extra borduurwerk als decoratie – en werd tijdens de begrafenisdienst over de lijkkist gelegd.
Bakker Fransen Vercammen werd op 24 februari 1637 met nog groter vertoon begraven: voor hem werden niet minder dan 32 pond waskaarsen betaald.
3. Jacques, bakker in het Spaanse leger
Op 3 juni 1603, dus enkele maanden na het overlijden van zijn vader Peeter, trouwde Jacques in Mechelen met Lyncken Meremans. Zijn schoonbroer Fransen Vercammen was zijn huwelijksgetuige.
Een jaar later - op 10 oktober 1604 - werd hun dochter Catharina gedoopt, nonkel Anthonie en tante Kathelijne waren haar doopheffers.
Verder werden er geen andere kinderen meer geboren in dit gezin en in 1610 beviel Lyncken van een eerste bastaardkind. Aanvankelijk dachten we dat het hier ging om een mislukt huwelijk waarbij ieder zijn eigen weg ging maar dat bleek uiteindelijk toch niet zo te zijn. Het antwoord vonden we na lang zoeken in een notariële akte.
De gevonden akte dateert van 22 maart 1611 en maakt ons duidelijk hoe schrijnend een oorlog kan zijn, zowel voor diegenen aan het front als voor de thuisblijvers.
In volle oorlogstijd was Jacques aangeworven als bakker voor het Spaans leger onder leiding van de Italiaanse veldheer Ambrogio Spinola.
Spinola was beroemd geworden door zijn verovering van Oostende in 1604 na een belegering van meer dan een jaar. Daarna werden nieuwe huurlingen gerekruteerd en begon Spinola met een leger van 15.000 manschappen een zeer succesvolle veldoorlog in het oosten van de Nederlanden. Van juli 1605 tot oktober 1606 veroverde hij heel wat steden op de opstandelingen. Aan deze zegereeks kwam echter een einde door interne problemen zoals besmettelijke ziektes en vooral muiterij.
Een leger van duizenden soldaten die rondtrekken en de ene na de andere stad belegeren moet goed gestructureerd zijn. Soldaten moeten niet alleen op tijd betaald worden maar ook materieel ondersteund worden. Zo waren er ambachtslieden – denk hierbij aan koks, bakkers, schoenlappers, heelmeesters, messenslijpers, barbiers, enz. - die tegen betaling het leger volgden en op die manier ervoor zorgden dat de plaatselijke bevolking zo weinig mogelijk lastiggevallen werd. Deze bonte verzameling van allerlei lieden noemde men “de treijn” van het leger. Jacques was geen soldaat maar een van de bakkers die de soldaten en de mensen van de trein van het nodige brood moesten voorzien.
Door een gebrekkige hygiëne en het feit dat veel soldaten opeengepakt leefden braken er regelmatig besmettelijke ziektes uit waardoor een rondtrekkend leger ook deze ziektes verder verspreidde. Ondanks zijn militaire successen had Spinola ook met deze problemen af te rekenen. Hij beslist dan ook om grondige maatregelen te nemen. Op 22 oktober 1605 wanneer zijn leger aan de belegering van het stadje Wachtendonk begon, schreef Spinola een brief aan de commandant van het Spaanse garnizoen in Roermond dat hij besloten had de zieken en gewonden naar Roermond te zenden totdat zij naar het Spaans hospitaal in Mechelen vervoerd kunnen worden. Hij verzocht de commandant een veldhospitaal in Roermond in gereedheid te brengen.
Jacques heeft in dat veldhospitaal gelegen maar daarvan werd de familie natuurlijk niet op de hoogte gebracht.
Jarenlang leefde de familie met vele vragen: de veldoorlog was eind 1606 voorbij maar Jacques was niet terug naar huis gekomen. Totale onzekerheid in combinatie met het grote vermoeden dat hij overleden was. Ondertussen ging het leven natuurlijk wel verder en moest Lyncken Meremans met haar dochtertje proberen te overleven. Was zij nu weduwe of niet? Ze begon wel een nieuwe relatie maar kon dus niet hertrouwen zolang Jacques niet officieel dood verklaard was.
Onzekerheid dus totdat in maart 1611 een zekere Marten Franchois in Mechelen op bezoek kwam. Hij was 33 jaar geleden geboren in Mechelen en kende er nog heel wat mensen maar woonde ondertussen al een tijdje in Rijnsberg. Hij was dus geboren rond 1578 en moet een leeftijdsgenoot van Jacques geweest zijn.
In Mechelen vertelde hij aan Catharina Drabbe (de moeder van Jacques) dat hij zo’n vijf jaar geleden Jacques gezien had in het veldhospitaal in Roermond. Jacques lag ziek op de grond, was meer dood dan levend en kon niet meer spreken. Marten was er stellig van overtuigd dat Jacques toen aan zijn ziekte overleden is.
Op vraag van Catharina Drabbe ging Marten Franchois naar een Mechelse notaris om te getuigen dat Jacques overleden moest zijn in Roermond.
“dat Jaecques Milemans volgende den legher aldaer op straot lach seer sieckelijck tot doodts noodt toe zonder eenighe spraeck van eigen te cunnen geven … Inder vueghen dat den zelve Jacques Milemans vande zelve zieckte gestorven is gelyck dat men dat genoech voor zeker houdt”
Met deze verklaring werd Jacques dus doodverklaard en kon zijn weduwe hertrouwen, wat ze in 1612 ook deed met Hans Herdiers, de vader van haar ondertussen twee bastaardkinderen.
Catharina, het enig kind van Jacques, trouwde op 29 november 1631 in de Sint-Romboutkerk met slotenmaker Nicolaes Reijniers en tussen 1632 en 1647 werden 8 kinderen geboren. Nicolaes overleed in december 1649 en Catharina overleed 6 jaar later op 2 december 1655 in het gasthuis te Mechelen.
4. Kathelijne, de mysterieuze zus
Peeter Mylemans en Catharina Drabbe hadden zeker een dochter die Kathelijne heette maar veel meer dan dat zijn we niet te weten gekomen. Waarschijnlijk was ze ongehuwd maar zelfs daar zijn we niet zeker van.
Kathelijne werd wel enkele malen doopmeter, in 1604 van de dochter van haar broer Jacques en in 1611 van een zoon van haar zus Lesken.
Ze woonde in de Sint-Jansparochie en op 2 mei 1620 werd ze daar begraven.
Onze hypothese is dat ze om in haar levensonderhoud te voorzien inwonende meid was ergens in de binnenstad.
5. Jan, de bakkersgast
Jan werkte eerst bij zijn vader als bakkersgast in De Bonte Koe, daarna bij zijn broer Anthonie toen deze de bakkerij overnam. Jan was geen meester-bakker maar in een bakkerij hadden ze veel handen nodig en aan werkzekerheid was dus zeker geen gebrek.
De reden waarom Jan geen meester-bakker werd ligt misschien in het feit dat hij waarschijnlijk niet in Mechelen geboren werd. Immers, alleen poorters van Mechelen werden toegelaten als meester-bakker.
Hoewel hij niet vernoemd wordt in de verklaring die zijn moeder aflegt in 1603 moet hij ook een ooggetuige geweest zijn van het straatlawaai en vandalisme bij de overburen van De drij Lindekens. Misschien was hij toen nog minderjarig en mocht hij daarom niet getuigen?
Jan is in elk geval niet oud geworden, hij overleed al in juli 1612. In het begrafenisregister staat vermeld dat hij ongehuwd en “van den ham” was (de locatie van De Bonte Koe).
Het overlijden van Jan in 1612 gevolgd door het overlijden van moeder Catharina Drabbe in 1613 hebben waarschijnlijk meegespeeld in de beslissing van Anthonie om de bakkerij De Bonte Koe te verlaten en naar Den Bonten Os te verhuizen.
6. Peeter, het buitenbeentje
Niet alle zonen van een bakker worden ook per definitie bakker. De appel valt soms wat verder van de boom…
Peeter werd gedoopt in de Onze-Lieve-Vrouwkerk te Antwerpen op 28 augustus 1580 als zoon van Peeter Mylemans en Katelijne (de familienaam werd niet genoteerd) met als doopheffers Anthonis Vermuylen en Tanneken Van de Wal.
De vraag of dit kind wel een zoon is van onze Mechelse bakker is niet zo eenvoudig te beantwoorden. We vermoeden wel dat onze bakker op dat moment al enkele jaren in Antwerpen verbleef en we weten dat zijn kinderen allemaal geboren zijn tussen 1575 en 1595 en bovendien dat ook zijn schoonfamilie Van de Wal(le) naar Antwerpen uitgeweken was.
Peeter junior kreeg door het overlijden van zijn vader in 1603 zijn erfdeel en dat moet het hem mogelijk gemaakt hebben om te huwen. Na Anthonie (in 1600), Lesken (in 1602) en Jacques (in 1603) was hij de vierde die in het huwelijksbootje stapte.
Op 2 oktober 1603 wil hij in de Sint-Romboutkerk huwen met Maijken Verbist, uit de Mechelse schildersfamilie Verbist.
Maar er blijkt een probleem te zijn: in het huwelijksregister noteerde de pastoor wel het huwelijk maar hij doorstreepte de namen van de getuigen en in de marge vermeldde hij “naer antwarpen lieve vrouwe”.
Figuur 11 Huwelijk in de Sint Romboutkerk op 2 oktober 1603
Volgens de kerkelijke regels moest er getrouwd worden in de parochiekerk van de bruid. Klaarblijkelijk woonde Peeter in de parochie van Sint Rombout (daar waar ook de Bonte Koe gelegen was, dus zal hij wel bij zijn familie ingewoond hebben) maar Maijken woonde in Antwerpen, dus dààr moest getrouwd worden.
In de huwelijksregisters van de Antwerpse Onze-lieve-Vrouwkerk vinden we Peeter en Maijken inderdaad iets later terug: op 21 oktober 1603 deden ze daar de ceremonie nog eens over met andere getuigen.
Figuur 12 Huwelijk in de Onze-Lieve-Vrouwkerk te Antwerpen op 21 oktober 1603
Of Peeter in Antwerpen ook bakker was betwijfelen we heel sterk want we vinden hiervan geen enkel bewijs of zelfs maar een aanwijzing. Hij trouwde bovendien niet met een bakkersdochter maar met een schilderdochter.
Wat zijn beroep dan wel was hebben we niet kunnen achterhalen maar we denken dat hij in het Antwerpse schildermilieu zat zonder effectief zelf te schilderen. In de archieven van de Antwerpse Sint-Lucasgilde komt zijn naam immers niet voor, wat niet uitsluit dat hij bijvoorbeeld een lijstenmaker, verkoper van schilderdoek, drukkersgast, prentenhandelaar of zelfs een cafébaas kan geweest zijn.
De sporen van Peeter in Antwerpen zijn ook zeer moeilijk te volgen en kinderen van Peeter en Maijken hebben we niet gevonden.
Wel vonden we op 1 september 1619 in de Sint-Andrieskerk in Antwerpen een nieuw huwelijk van Peeter. Dit keer trouwde hij met Barbara Vel en de huwelijksgetuigen zijn veelzeggend: het gaat hier om niemand minder dan de bekende Noord-Nederlandse schilder Johannes Torrentius en Dijonisius Kremms. Die laatste naam klinkt dan weer heel Duits. Ook toen al was het artistieke milieu zeer internationaal getint.
Figuur 13 Huwelijk in de Sint-Andrieskerk te Antwerpen op 1 september 1619
Barbara was net als Peeter geboren in 1580 en dus niet meer van de jongsten om nog kinderen te krijgen. Uit dit huwelijk zijn toch nog drie kinderen geboren die allen gedoopt werden in de Sint-Jacobskerk in Antwerpen: Barbara in 1620, Petrus in 1622 en Jacobus in 1624.
7. Maria, de benjamin
Op 11 januari 1595 werd Maria in de Sint-Romboutkerk boven de doopvont gehouden door jonkheer Antheunis Van Diven en jonkvrouw Jesperina Moons. Uit deze keuze van doopouders blijkt duidelijk dat Peeter Mylemans dan een zeer gerespecteerde man in Mechelen was.
Maria was nog een kind wanneer haar vader overleed maar de weeskamer werd niet ingeschakeld omdat dit zo bepaald was in het testament van 1582. Evenmin was dit het geval in 1613 toen ook haar moeder overleed.
Maria Mylemans trouwde op 24 november 1627 met smid Jan ‘tSermertens. Deze was weduwnaar en had uit zijn eerste huwelijk met Catharina Van Sint-Truijen drie heel jonge kinderen.
Maria en Jan kregen daarna nog samen een zoon en een dochter die gedoopt werden in de Sint- Romboutkerk.
Jan overleed op 7 september 1646 en werd begraven op 9 september in de Sint Romboutkerk. Alleen Maria en haar 17-jarige zoon Matheus waren dan nog in leven. De kinderen uit het eerste huwelijk van Jan waren ondertussen allemaal overleden net als het dochtertje van Maria.
Op 17 september 1646 werden 2 voogden aangesteld voor Matheus, met name smid Lenaert ‘tSermertens langs vaderszijde en slotenmaker Nicolaes Reijniers (de man van Catharina Mylemans) langs moederszijde.
Daarna kwam de weeskamer in actie voor Matheus. De inventaris van het sterfhuis werd opgesteld maar de schulden bleken groter dan de bezittingen waarop de notaris concludeerde dat “den minderjarige daer uijt geene bate en can hebben” en hij adviseerde Matheus de erfenis te weigeren.
Van Maria en haar zoon Matheus zijn na 1647 geen verdere gegevens meer te vinden in Mechelen. Maria hertrouwt niet in Mechelen, er zijn geen nieuwe beslissingen van de weeskamer geacteerd en ook de overlijdensdata van Maria en Matheus zijn nergens te vinden. Vermoedelijk is Maria dus met haar zoon verhuisd naar een andere stad of dorp.
In 1648 werd de vrede van Munster ondertekend en werd het eindelijk rustiger in de Nederlanden. Drie generaties bakkers Mylemans hadden bijna niets anders dan oorlog gekend!
Figuur 14 Stamboomoverzicht van de Mechelse bakkersfamilie
Illustraties
Figuur 1: Schilderij “Bakker blaast op zijn hoorn”, olieverf op doek 118,6 cm x 98,9 cm
geschilderd door Christiaen Van Couwenbergh in 1650
behoort tot de collectie van het museum Mayer van den Bergh te Antwerpen
Figuur 3: Miniatuurschilderij “De Spaanse Furie” tempera op perkament 8,5 cm x 11,5 cm
geschilderd door Hans Bol in 1590
behoort tot de collectie van het museum Hof van Busleyden te Mechelen.
Hans Bol was een Mechels schilder die bij de Spaanse furie in 1572 halfnaakt en blootsvoets vluchtte naar Antwerpen. Later emigreerde hij naar Amsterdam waar hij een zeer gewaardeerd kunstenaar werd.
Figuur 4: detail uit het stadsplan van Mechelen door Jan Van Hanswijck, circa 1560
behoort tot de collectie van het stadsarchief Mechelen.
Figuren 5 en 7: tekeningen van Jan Baptist De Noter, collectie stadsarchief Mechelen.
Bronnen
1. Parochieregisters, schepen- en notarisaktes, weeskamers
Waar mogelijk wordt de datalink van Familysearch vermeld, alle andere informatie komt uit het stedelijk archief Mechelen (SAM)
18/06/1548 akte n.a.v. het huwelijk tussen broer Jan Mylemans en Lincken Tubacx SAM Weeskamer Serie 1, register 14, f° 27ter
28/02/1550 vader Jan Mylemans en Magdalena Scheppers kopen een groot huis in de Kerkhofstraat https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3QHV-J384-LGR8?cat=80373&i=341&lang=nl
24/01/1553 huwelijk zus Barbara Mylemans met Rombout van Brabant https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-ZWY8?cat=712895&i=103&lang=nl
17/07/1558 begrafenis moeder Magdalena Scheppers https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CS1T-PSW4-Y?cat=712895&i=237&lang=nl
20/07/1558 begrafenis zus Maeijcken Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CS1T-PSWH-X?cat=712895&i=238&lang=nl
12/10/1558 weeskamer n.a.v. het overlijden van Magdalena Scheppers SAM weeskamer serie 6, 1555-1561 f°108
15/11/1558 huwelijk vader Jan Mylemans met Magdalena Mast https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-ZWBM?cat=712895&i=124&lang=nl
21/01/1559 huwelijk Peeter Mylemans met Clara Van de Walle https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-ZWVL?cat=712895&i=125&lang=nl
15/11/1565 Peeter Mylemans koopt het Zwert Maenken in de Kerkhofstraat https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3QHV-V384-K956-T?cat=80373&i=367&lang=nl
09/04/1566 begrafenis vader Jan Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CS1T-PSWG-2?cat=712895&i=260&lang=nl
20/06/1566 oudste broer Jan Mylemans koopt het ouderlijk huis https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3QHV-V384-K95G-4?cat=80373&i=300&lang=nl
12/12/1566 regeling voor Magdalena Mast https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3QHV-V384-K95J-R?cat=80373&i=322&lang=nl
05/04/1567 Magdalena Mast gaat eindelijk akkoord https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3QHV-V384-K95J-R?cat=80373&i=322&lang=nl
11/04/1567 Peeter Mylemans verrijkt het Zwert Maenken https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3QHV-V384-5LQC?cat=80373&i=29&lang=nl
07/10/1567 Peeter Mylemans koopt een groot huis in de Rechtestraat https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3QHV-J384-K9LR-T?cat=80373&i=323&lang=nl
09/10/1567 Peeter Mylemans verkoopt het Zwert Maenken https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3QHV-J384-5KQ1?cat=80373&i=76&lang=nl
15/11/1567 doop Catharina Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-MRNN?cat=712921&i=256&lang=nl
12/05/1570 doop Jacob Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-MRJ8?cat=712921&i=264&lang=nl
26/10/1571 doop Dorothea Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-MRNV?cat=712921&i=271&lang=nl
10/03/1574 broer Jan Mylemans verkoopt het ouderlijk huis https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3QHV-J384-GJWH?cat=80373&i=389&lang=nl
28/08/1580 doop Petrus Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZZ-HSXQ-X?cat=58756&i=513&lang=nl
07/11/1580 doop Barbara Vel https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZZ-HSXS-5?cat=58756&i=522&lang=nl
26/12/1582 testament Peeter Mylemans en Catharina Drabbe, notaris Pieter de Munter SAM 1299 f° 132r
18/11/1586 doop Anna Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-Z9ST-L?cat=712923&i=23&lang=nl
25/02/1588 doop Barbara Mylemans SAM Sint-Rombouts, reeks 1588-1610 D, f°71
11/01/1595 doop Maria Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-Z93S-N?cat=712923&i=141&lang=nl
24/09/1600 huwelijk Anthonie Mylemans en Maria Vermeulen https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-835K-8?cat=712923&i=274&lang=nl
12/05/1602 huwelijk Lesken Mylemans en Fransen Vercammen https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-657Y?cat=712925&i=42&lang=nl
09/02/1603 begrafenis Peeter Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3MM-NS82-X?cat=712923&i=313&lang=nl
22/05/1603 straatlawaai & vandalisme, notaris Jan Harlinghen SAM 887 f° 132r
03/06/1603 huwelijk Jacques Mylemans en Lyncken Meremans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-659S?cat=712925&i=55&lang=nl
01/09/1603 transactie van Maria Cockx, notaris Adolf Van de Venne SAM 1724 f° 163r
02/10/1603 huwelijk Peeter Mylemans en Maijken Verbist (in Mechelen) https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-835L-2?cat=712923&i=291&lang=nl
21/10/1603 huwelijk Peeter Mylemans en Maijken Verbist (in Antwerpen) https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZZ-V9P2-K?cat=58756&i=734&lang=nl
09/03/1604 doop François Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-Z9S2-K?cat=712923&i=277&lang=nl
10/10/1604 doop Catharina Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-CD2C?cat=712925&i=214&lang=nl
28/09/1606 doop Margareta Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-Z9SJ-1?cat=712923&i=316&lang=nl
17/11/1607 Catharina Drabbe verkoopt een geërfd huis aan Jan Verstrepen https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3QHV-V384-P792?cat=80373&i=371&lang=nl
22/11/1607 Fransen Vercammen koopt een platbodemschuit https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3QHV-V384-PQL8?cat=80373&i=374&lang=nl
06/12/1609 doop Sebastianus Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-Z9QV-Q?cat=712923&i=372&lang=nl
11/05/1610 doop Joannes Herdiers (bastaard) https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-C66H?cat=712925&i=300&lang=nl
22/03/1611 verklaring van Marten Franchois, notaris Jan Harlinghen SAM 896 f° 248v
16/07/1612 begrafenis Jan Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3MM-NS8Q-H?cat=712923&i=419&lang=nl
02/10/1612 doop Peeter Herdiers (bastaard) https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-CDWJ?cat=712925&i=330&lang=nl
20/11/1612 huwelijk Lyncken Meremans en Hans Herdiers https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-6P5X?cat=712925&i=95&lang=nl
02/02/1613 begrafenis Catharina Drabbe https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-HV7C?cat=712921&i=25&lang=nl
01/09/1619 huwelijk Peeter Mylemans en Barbara Vel https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZZ-82NJ?cat=58807&i=181&lang=nl
02/05/1620 begrafenis Kathelijne Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CS1T-PSWJ-W?cat=712895&i=408&lang=nl
06/12/1620 doop Barbara Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CS1T-R345-9?cat=58924&i=229&lang=nl
27/02/1622 doop Petrus Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CS1T-R34L-M?cat=58924&i=267&lang=nl
03/03/1623 finale kwijting van de lening aan Jan Verstrepen https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3QHV-J3DG-V626?cat=80373&i=612&lang=nl
24/08/1624 doop Jacobus Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CS1T-R342-Q?cat=58924&i=351&lang=nl
22/03/1626 weeskamer Catharina Mylemans SAM Weeskamer Serie 1, 1578-1627, register 12, f° 178
22/10/1626 weeskamer Catharina Mylemans SAM Weeskamer Serie 1, 1578-1627, register 12, f° 181
24/11/1627 huwelijk Maria Mylemans en Jan ‘tSermertens https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-835H-Z?cat=712923&i=444&lang=nl
24/07/1629 doop Mattheus ‘tSermertens https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3MM-KS29-Y?cat=712923&i=107&lang=nl
04/06/1630 huwelijk François Mylemans en Barbara Suys https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-83RT-6?cat=712923&i=460&lang=nl
10/06/1630 doop Sebastianus Mylemans (bastaard) https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-8SP6?i=287&cat=712897&lang=nl
24/03/1631 doop Maria Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3MM-KSK1-4?cat=712923&i=143&lang=nl
18/09/1631 huwelijk Bastiaen Mylemans en Maria Suetens https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-83R6-Q?cat=712923&i=470&lang=nl
08/10/1631 begrafenis François Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3MM-NSZ5-H?cat=712923&i=526&lang=nl
29/11/1631 huwelijk Catharina Mylemans en Nicolaes Reijniers https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CSZK-83RR-W?cat=712923&i=472&lang=nl
28/12/1631 begrafenis Lesken Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CS1Y-673G-Z?cat=712925&i=201&lang=nl
22/11/1634 doop Maria ‘tSermertens https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3MM-KSKK-G?cat=712923&i=225&lang=nl
17/06/1635 inventaris sterfhuis Christoffel van Dusseldorp, notaris Pieter Croon SAM 514 f° 216r
27/10/1635 begrafenis Maria ‘tSermertens (dochter van Maria Mylemans) https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3MM-NST7-L?cat=712923&i=23&lang=nl
24/02/1637 begrafenis Fransen Vercammen https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CS1T-PSWZ-2?cat=712895&i=519&lang=nl
07/06/1638 begrafenis Anthonie Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3MM-NSRB-N?cat=712923&i=41&lang=nl
20/03/1640 begrafenis Maria Vermeulen https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3MM-NSRY-N?cat=712923&i=68&lang=nl
09/09/1646 begrafenis Jan ‘tSermertens https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3MM-NSR5-J?cat=712923&i=157&lang=nl
17/09/1646 weeskamer Matheus ‘tSermertens SAM Weeskamer Serie 5, 1628-1655, f° 132
10/01/1647 weeskamer Matheus ‘tSermertens SAM Weeskamer Serie 1, 1647, f° 5
06/10/1649 begrafenis Lyncken/Catlyn Meremans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CS1T-RB9F?cat=712884&i=28&lang=nl
13/12/1649 begrafenis Nicolaes Reijniers https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3MM-NSRJ-3?cat=712923&i=226&lang=nl
02/12/1655 begrafenis Catharina Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CS1T-RYB4?cat=712884&i=37&lang=nl
20/09/1661 begrafenis Bastiaen Mylemans https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-C3MM-NSR8-V?cat=712923&i=337&lang=nl
2. Boeken
J.J.ROMEN (ed.), “Inventaris van het oud archief der gemeente Roermond”: pagina 172: brief van Ambrogio Spinola van 22 oktober 1605
“Genealogie: Suetens, meer dan 600 jaar beenhouwers te Mechelen”, deel 39 in de reeks Genealogisch Repertorium van het Mechelse District, uitgave De Ware Vrienden van het Archief
3. Varia
Het Fonds Berlemont in het stadsarchief van Mechelen voor de locatie van “De drij Lindekens”, “De Bonte Koe”, “Den Bonten Os”, “Den Rooden Leeuw” en de bakkerij Van de Walle