Een mirakel en een rare pastoor
Het katholieke geloof heeft door de eeuwen heen altijd een belangrijke rol gespeeld bij onze voorouders. Dat was zo in de eerste helft van de 20ste eeuw niet anders.
Irma Mylemans was de oudste dochter van Leonardus (°1865 +1942) en Josefien Aerts (°1876 +1951), geboren als Bertha Theresia Irma op 24 november 1897 te Heist-op-den-Berg, ze was de oudste zus van mijn grootvader René. Ik heb ze als kind nog gekend.
Ze was 26 jaar oud toen ze rond 1924 ziek en verzwakt naar Lourdes gestuurd werd in de hoop op genezing. Haar ziekte was toen voor de meeste mensen nog onbekend.
Lourdes was in het begin van de negentiende eeuw al uitgegroeid tot een bekend bedevaartsoord. Het was de plaats waar Bernadette Soubirous, een arm boerenmeisje vanaf 1858 verschijningen of visioenen zou gezien hebben van een jonge vrouw, die later als de onbevlekt ontvangen Maria zou erkend worden. Al sinds 1862 werd de plaats als bedevaartoord erkend, wat massa’s pelgrims aantrok en goed was voor de kleinhandel en het toerisme. Bernadette werd op 14 juni 1925 zalig verklaard en op 8 december 1933 zelfs tot heilige.
In dit bedevaartsoord ging Irma Mylemans op zoek naar genezing van haar onbekende ziekte, in die tijd leek het een wereldreis.
Haar broer Florent wist ooit te vertellen dat ze op een draagberrie in Brussel op de trein werd gezet, omdat ze onmogelijk nog zelf kon stappen. Haar neef Leonard Mylemans (°1894 +1979) maakte in 1924 met zijn kersverse vrouw Stefanie Verstraeten (°1895 +1959) dezelfde reis, maar dan als huwelijksreis.
De foto (figuur 1) hieronder toont Leonard en Stephanie in mei 1924 op een uitstap naar Gavarnie in de Pyreneeën, ten zuiden van Lourdes. Dat was destijds min of meer een verplichte uitstap. Ze zitten op de tweede rij van links, Stephanie in het midden en Leonard aan haar rechterkant. Het is niet geweten of ze samen met Irma naar Lourdes reisden.
Figuur 1 Leonard Mylemans en Stefanie Verstraeten op uitstap naar Gavarnie.
We weten bijzonder weinig over haar verblijf in Lourdes, we vermoeden echter wel aan welke ziekte ze leed. Er werd verteld dat ze erg mager en verzwakt in Lourdes toekwam, ze leed aan de toen voor de meesten onbekende ziekte Anorexia Nervosa, een eetstoornis waarbij iemand een vervormd beeld heeft van het eigen lichaam. Geen eetlust hebben is het bekendste symptoom, en dit kan ernstige medische gevolgen hebben met zelfs de dood tot gevolg. Haar broer Florent wist te vertellen dat het de familie een fortuin kostte om haar het beste en duurste eten voor te schotelen, maar dat het allemaal niets uithaalde, omdat 10 minuten later alles terug eruit kwam.
Een foto (figuur 2) hieronder toont Irma rechts op haar ziekte-brancard in Lourdes. Een zuster en begeleiders van de Hospice staan achter haar bed. Wie de andere zieke vrouw is weten we niet.
Figuur 2 Irma rechts op de brancard in Lourdes.
Op de linkse brancard lezen we "Don du Pélérinage de Barcelone 1924" ofwel gift van de bedevaart van Barcelona. Het is een brancard die waarschijnlijk eerder door pelgrims uit Barcelona was geschonken aan de Hospice waar Irma verbleef. Het is dus niet heel zeker of het jaartal van het verblijf ook effectief 1924 was, maar het moet rond die periode geweest zijn. Voor welk gebouw de foto genomen is heb ik niet kunnen achterhalen, het zou aan de baden kunnen geweest zijn.
Irma kwam als genezen en aangesterkt terug thuis. Bij aankomst in België stapte ze zelfstandig uit de trein, wat voor de familie al voldoende was om van een mirakel te spreken.
We weten niet waarmee en hoe de zusters en dokters erin geslaagd zijn om haar te genezen. Was het door dwangvoeding, door de helende invloed van een andere omgeving of door de overweldigende sfeer van gebed en aanbidding? Die meningen laat ik aan jullie over.
In september 2021, dus 97 jaar na datum ben ik in Lourdes het Bureau des Constatations Médicales binnengestapt. Dat is één van de organisaties die zich uitspreken over miraculeuze genezingen. Op mijn vraag of er ooit een dossier werd ingediend door Irma Mylemans of haar familie was het antwoord negatief. Directeur Dokter Allesandro de Franciscis wist me te vertellen dat er geen archieven voorhanden waren over wanneer Irma juist in Lourdes werd opgenomen. Het enige aanknopingspunt zou de pelgrims-organisatie zijn die misschien een namenlijst had bijgehouden, maar dat is als zoeken naar een naald in een hooiberg.
Er zijn door de jaren heen meer dan 70 mirakels erkend in Lourdes.
De pastoor van Heikruis.
Irma bleef altijd een diepgelovig mens, ze trouwde niet en ze werd ook geen non, kwezel of begijn. Maar ze ging wel als meid aan de slag bij de pastoor Georges Peremans (°1895 +1974) geboren in Herne. Eerst woonden en werkten ze samen in Edingen. De pastoor en Irma kweekten daar zelf konijnen, waar zij dan een verrukkelijk stoofpotje met aardappelen en groenten kon van maken. De moeder van Georges is de laatste jaren van haar leven bij haar zoon ingetrokken, de behulpzame Irma heeft haar tot de laatste dag verzorgd.
Figuur 3 De pastoor met zijn moeder en de Mylemans familie.
Op de bovenstaande foto (figuur 3) van omstreeks 1935 zien we al zittend van links naar rechts: Leonard Mylemans, de moeder van de pastoor Marie Josephine Pardaens, Josefien Aerts.
Staande van links naar rechts:
Gustaaf Vermeylen met kind, Gusta Mylemans, Angele Mylemans, Irma Mylemans, Margaretha Van Loo, Eugeen Mylemans, Jef Mylemans, Florent Mylemans en pastoor Peremans.
De zittende kinderen vooraan zijn Hugo Weyns, Marie-José Vermeylen en Simonne Vermeylen in de armen van Melanie Mylemans.
Georges Peremans was een vreemd figuur, hij werd nooit een parochiepriester, rookte sigaren en dronk wijn en was ontzettend gierig. Hij woonde na zijn pensionering in een klein houten huis in Heikruis in het Pajottenland, vandaar de naam Pastoor van Heikruis, al was hij daar geen parochiepriester. Hij deed er de mis in een klooster, en had de gewoonte om in verschillende kerken in zijaltaren zelf een mis te organiseren.
De pastoor deinsde er niet voor terug om geld te slaan uit goedgelovige zielen. Hij rekende ooit het dubbele aan bij de verkoop van twee fietsen aan Gusta Mylemans, de zus van Irma die een oorlogsweduwe was.
Hij reed met zijn auto of fiets de omliggende dorpen van Edingen af, sprak willekeurig mensen aan met de vraag of er iemand overleden was. Daarna reed hij naar de familie van de overledene, en regelde 6 weken mis, wat dan extra geld opleverde dat in zijn zakken verdween.
De pastoor van Heikruis droeg een suspensoir - een soort draagverband in het kruis, en wanneer hij eens flink zat was van de Elixir d’Anvers, hief hij zijn soutane op in de richting van de straat. De passerende fietsers konden hem dan in volle glorie zien urineren op het fietspad.
Hij ging dikwijls te voet rond in Heikruis om mensen te bezoeken en samen het glas te heffen, de fles mocht op tafel blijven staan, hij zou zelf wel bijtanken. Hij waggelde dan wat later naar buiten.
Hij had een stenen pot staan waar hij op straat gevonden sigarettenpeukjes in stak, om deze tabak later te hergebruiken.
Regelmatig deed hij autostop, ging dan gewoon in het midden op de weg staan, zijn arm de hoogte in zoals een politieagent zou doen, om dan gebracht te worden tot waar hij wilde.
Gusta Mylemans was eens op bezoek, de pastoor reed met zijn Citroën naar de statie, maar de trein stond klaar om te vertrekken. Hij sprong uit zijn auto en ging tussen de sporen staan, zodat Gusta toch nog de trein op kon. Hij reed ook nog een tijd met een VW Kever.
Zijn studiegenoot was directeur bij Gevaert in Mortsel. Wanneer iemand van de familie Mylemans werk nodig had, reed hij met de werkzoekende naar de fabriek. Daar ging hij dan binnen met de vraag om de directeur te spreken, de secretaresse probeerde hem dan tegen te houden maar hij ging gewoon naar binnen, of die directeur nu een vergadering had of niet kon hem niet deren.
De pastoor deed ooit de mis in een zijkapel, tegelijk met een hoofd-mis in de kerk van Heist-Goor. Het neefje van Irma, Robert Vermeylen was voor hem dan misdienaar, deze vergat een kniekussen weg te doen op een trapje. Wanneer Georges daar dan voorbij kwam trapte hij dat kussen de volle kerk binnen, zodat de gelovigen allemaal opschrikten.
Voormalige misdienaars in Heikruis wisten te vertellen dat hij naar gelang hij goesting had een korte of lange mis deed. En dat hij deze soms zo snel deed dat hij halverwege aan de misdienaars vroeg waar hij nu juist gebleven was.
Gulzig was hij zeker, er lag eens hesp op tafel bij het gezin van Gusta Mylemans, niemand van de kinderen mocht daar aankomen. Probeerde je toch dan sloeg hij je op de hand met de woorden: “Afblijven, die hesp is van mij!”
Als men hem een sigaar presenteerde nam hij er eentje aan, om dan met de andere hand een vol pak vast te nemen die dan verdwenen in zijn zak. Op een familiefeest heeft men hem ooit eens zijn vals gebit zien uitdoen om dit dan vervolgens zorgvuldig te zien aflikken.
Een ander opmerkelijk verhaal speelde zich af in Heist-op-den-Berg, hij was er op bezoek en verbleef bij Melanie, ook een zus van Irma. Die woonde in de Bossestraat. De pastoor en Melanie moesten ’s zondags boven op de berg naar de hoogmis, maar ze kwamen te laat en de mis was al bezig. Beiden gingen langs de middengang naar binnen en Melanie nam ergens plaats in het midden, maar de pastoor ging verder tot aan het altaar tot bij de parochie priester, stak zijn vinger op en riep de priester tot bij hem. Die onderbrak de mis, ze praatten een minuutje en ze gingen samen naar de biechtstoel aan de zijkant in de kerk. Pastoor Georges heeft daar, voor een volle toeziende kerk, waarschijnlijk een hoofdzonde aan de pastoor opgebiecht. Melanie zakte door de grond van schaamte, denkende dat iedereen wel vermoedde dat de pastoor met haar, een zogenaamde ‘jonge weduwe’, naar bed was geweest. Dat laatste kan wel stellig ontkend worden want Georges was aseksueel, zo heeft Irma ooit verteld.
Er moet wel nog vermeld worden dat het houten huisje in Heikruis verwarmd werd met maar één kachel. En dat het ook wel gebeurde, wanneer het erg koud was, dat de pastoor bij Irma in bed kroop om het warm te krijgen.
Figuur 4 Pastoor Georges Peremans
Irma is in 1987 in de Imeldakliniek te Bonheiden overleden. Ze verbleef de laatste jaren in rusthuis Berkenhof te Heist-op-den-Berg. Ze werd begraven in Heist-Goor maar haar graf is nu geruimd en verdwenen.
Pastoor Georges Peremans (figuur 4) ligt begraven in Heikruis en tot een eindje in de jaren 2000 gingen mijn grootouders het graf met Allerheiligen nog proper maken.
Ik heb dit artikel toepasselijk geschreven te Lourdes in september 2021.
Bert Mylemans
Verwante artikelen
Bronnen
Diverse eerste en tweede lijn mondelinge bronnen van de familie Mylemans, en verhalen van mensen uit Heikruis.