Anekdotes over Fons Meylemans

Paul Meylemans

Introductie

In het voorgaande artikel werd het leven van Fons Meylemans en Mieke Baetens uit Olen verteld door twee van hun kleinkinderen, Alex Meylemans en Roger Schaeken. Fons Meylemans was een echte volksfiguur, die graag onder de mensen kwam en zich graag samen met anderen amuseerde. Soms nam hij daarbij zijn medemens bij de neus, maar nooit heeft hij het met anderen aan de stok gehad. Het waren zijn groot hart en zijn vriendschap die door de Olenaren geapprecieerd werden. Dat proberen we in dit artikel duidelijk te maken via enkele anekdotes die over Fons Meylemans in Olen de ronde deden.

Anekdotes verteld over Fons Meylemans

Het lief van Jef

Figuur 1: Rechts op de foto is Jozef (Jef) Meylemans,
samen met twee vrienden aan zee (Philips in het midden en Boeckx rechts)

Jef, de oudste zoon van Fons, had kennis met een meisje uit een café op Ten Aard (parochie van Geel). Fons had over de jonge dame niet veel goeds vernomen. Op een zomerdag zei hij: “Mieke, dat loopt niet goed af met onze Jef. Ik ga daar eens een stokje voor steken.” Hij stapte de fiets op en reed naar het café op Ten Aard. Daar aangekomen bediende het liefke van Jef hem. Daar ze hem niet kende, vroeg ze van waar hij was. “Van Achter-Olen”, zei Fons. Het meisje natuurlijk direct geïnteresseerd. “Kent gij misschien Jef Meylemans?”, vroeg ze hem. Fons deed of hij diep nadacht. “Neen, ik denk het niet”, zei hij, “of toch dat is de zoon van mijne gebuur. Is er wat mee?” “Wel meneer, dat is mijne vrijer”, zei het meisje openhartig, waarop Fons replikeerde: “Maar meiske toch, kijk maar goed uit, want daar hangen alle dagen de beddelakens op de wasdraad!” Het lief van Jef kreeg alle kleuren en het was heel kort nadien uit met Jef.

Fons en zijn velo

Op een warme zomeravond zaten de geburen op de grachtkant van de Larumseweg gezellig met mekaar te babbelen. In de verte zagen ze Fons naast zijn velo van Larum komen. Het was duidelijk te merken dat hij een pintje te veel op had. Dat gebeurde wel eens. Toen Fons ter hoogte van de geburen kwam zeiden die: “Hé Fons, gaat het niet om op uw velo te rijden?”, waarop Fons prompt antwoordde:  “Er is te veel wind naar mijn goesting.” De geburen moesten daar natuurlijk duchtig om lachen. Zo had Fons altijd een gepast antwoord klaar.

Fons en de hondenkar
verteld door oud-muzikant Jefke Verboven

Jef, de oudste zoon van Fons, was muziekmeester te Lichtaart. Ter gelegenheid van de jaarlijkse optocht van de fanfare ging Fons “een kijkje” nemen in Lichtaart. Zo trok hij met de muzikanten mee rond, van het ene café naar het andere. Op den duur was hij zo beschonken dat hij naar huis gebracht moest worden, liggend in een hondenkar.

Fons op zakenbezoek

Fons ging geregeld bij collega’s-caféuitbaters op bezoek, zowel in Larum als op Ten Aard. Zo was hij ook verbroederd met het café van den Thijs aan Sas 9. De zoon, Tep van den Thijs, vertelde dat Alfons Meylemans aan zijn vader beloofd had dat hij bij diens begrafenis een serenade zou komen spelen. Beloofd was beloofd, en Fons is met 5 van zijn zonen komen spelen aan het graf van den Thijs.

Fons valt van zijn fiets

Fons kwam met zijn fiets ten val recht voor de deur van zijn huis. Een toegelopen voorbijganger helpt hem recht en vraagt: “Gevallen Fons?”, waarop Fons antwoordt: “Nee manneke, zo spring ik er altijd af!”

Fons kan niet tegen zijn verlies en probeert te sjoemelen

Fons was ook een goede biljarter, maar tegen zijn broer Jozef (Pek) kon hij moeilijk winnen en daar was hij allesbehalve gelukkig mee. Tijdens één van hun “parties” kreeg Pek plots het scorebord met bolletjes in ’t oog en zag dat Fons al een eind gevorderd was, ofschoon hij niet de indruk had dat hij het beter deed dan gewoonlijk. Pek maakte dus van zijn oren en zei: “Zeg Fons, ge hebt nog geen bal gemaakt en op het bord staat ge verdekke vooruit.” “Neeje”, beet Fons terug, “maar ik heb toch geschoven!”

Schaatsen in het midden van de zomer

Wie nogal goedgelovig was kreeg van Fons wel eens een fantastisch verhaal te horen. Zo beweerde hij dat hij op één namiddag over het Kempisch Kanaal naar Antwerpen schaatste en voor het donker werd al terug in Olen was. Toen hij aan de ongelovige blikken van zijn toehoorders zag dat hij toch wel wat overdreven had, voegde hij er maar gauw aan toe dat het wel in ’t langst van de dagen was gebeurd: in de zomer dus!

Kermis in Achter-Olen

Figuur 1: 7 november 1925 Het Nieuwsblad van Geel
Achter-Oolen kermis

Figuur 2: 6 november 1926 Nieuws- en Advertentieblad van Herentals
Achter-Oolen Kermis

Fons Meylemans was iemand die wist hoe hij mensen kon vermaken en wist dat mensen vermaak nodig hadden. Het dagdagelijkse leven was al genoeg sleur en labeur om maar niet te spreken van externe omstandigheden die het dagelijks leven nog eens extra onprettig maakten, zoals een oorlog of een besmettelijke ziekte waartegen je weinig of niks kon doen.

Zoals in het artikel over Fons Meylemans en Mieke Baetens al te lezen was, was café houden een manier om mensen bij mekaar te brengen en samen iets plezants te doen. Daarom had hij in de tuin achter het huis een liggende wip geïnstalleerd om samen met dorpsgenoten te kunnen boogschieten.

Als het kermis was in Achter-Oolen bedacht hij allerlei ludieke activiteiten om de mensen naar Achter-Oolen en naar zijn café te lokken. Was het niet om mee te doen, dan kon je er zeker van zijn dat er veel volk zou komen kijken. We vonden in enkele lokale kranten advertenties voor de activiteiten die hij organiseerde zoals een koers voor vrouwen waarbij ze hun man in een kruiwagen om ter snelst over een parcours moesten kruien. Er waren zeker enkele hindernissen voorzien op dat parcours! Wie wil dat niet zien hé!

Wat we ons bij een wedstrijd sparrenklimmen moeten voorstellen is niet helemaal duidelijk, maar je houdt er zeker geschaafde benen en armen aan over of waren die sparren al van hun schors ontdaan en ingesmeerd met bruine zeep?

Fons wist het plezant te maken, dat was zeker.

 
Vorige
Vorige

Analyse van de werking van De Myle Krant

Volgende
Volgende

De familie Meylemans uit Olen