De familie Meylemans uit Olen

Paul Meylemans

Introductie

In 2011 publiceerden Paul Meylemans en Roger Schaeken een boek over de familie Meylemans uit Olen, over de afstammelingen van Joannes Baptista Meylemans. Joannes Baptista Meylemans is de overgrootvader van Paul Meylemans en van Roger Schaeken. Er zijn van het boek over de familie Meylemans uit Olen destijds 100 exemplaren gedrukt en die hebben vrij snel een nieuwe eigenaar gevonden. Om stukken van dat boek met andere Meylemansen te delen is De Myle Krant een ideaal platform.

Figuur 1 Joannes Baptista Meylemans

Figuur 2 Maria Paulina Geerts

Joannes Baptista werd op 11 juli 1845 geboren te Itegem en trouwde er op 25 november 1874 met Maria Paulina Geerts. Enkele jaren na zijn huwelijk verhuisde het gezin naar Olen. Daar had hij een herberg met winkel en hield er een handvol stielen op na, waaronder die van klompenmaker. Joannes Baptista Meylemans stierf op 54-jarige leeftijd op 13 mei 1899 te Olen.

Vandaag laten we jullie genieten van het artikel over Fons Meylemans, de oudste zoon van Joannes Baptista Meylemans, die tevens de grootvader is van Paul Meylemans en Roger Schaeken. Dit artikel dragen we op aan Alex Meylemans, die onlangs overleden is en die samen met Roger Schaeken het artikel schreef in 2011. We hebben het oorspronkelijke artikel zo goed mogelijk in zijn oorspronkelijke vorm overgenomen. Hier en daar zijn minieme wijzigingen gemaakt om het artikel voor een breder publiek toegankelijk te maken, en niet enkel voor mensen uit Olen. Er zijn ook foto’s aan het artikel toegevoegd, zodat het voor onze lezers allemaal wat aanschouwelijker wordt.

Fons Meylemans, die officieel Franciscus Alphonsus Meylemans heette, werd op 20 mei 1875 geboren te Itegem als eerste kind van Joannes Baptista Meylemans en Maria Paulina Geerts. Hij verhuisde met zijn ouders naar Olen en bleef er zijn ganse leven wonen. Op 9 augustus 1902 trouwde hij met Josephina Maria Baetens, door iedereen in Olen gekend als Mieke Baetens. Zij kregen 10 kinderen, 9 jongens en 1 meisje. Het oudste kind, Jan Baptist, overleed op jonge leeftijd. Alle andere kinderen stichtten een eigen gezin en zorgden voor een groot nageslacht. Fons stierf op 78-jarige leeftijd te Olen op 17 mei 1954.

Figuur 3 Franciscus Alphonsus (Fons) Meylemans

Figuur 4 Josephina Maria (Mieke, Mie) Baetens
Een houtskool tekening gemaakt door haar zoon Emiel Meylemans

Om de familie Meylemans uit Olen beter in kaart te brengen hebben we onderaan het artikel de afstammelingen van Joannes Baptista Meylemans en van zijn kinderen afgedrukt, telkens over drie generaties.


Fons Meylemans en Mieke Baetens

Verteld door Roger Schaeken en Alex Meylemans

Fons Meylemans was de oudste zoon van Jan Baptist Meylemans en Maria Paulina Geerts. Omstreeks 1877 verhuisden Jan Baptist en Maria Paulina van Itegem naar Achter-Olen, meer bepaald naar Gerhagen. Zij hadden op dat moment reeds 2 zonen, Fons, de oudste, en Jozef, ook wel Pek genoemd. Jan Baptist was klompenmaker van beroep. Maria Paulina hield er winkel en café genaamd “Het Slijkhof”[1]. In Achter-Olen werden nog 4 andere kinderen geboren: Theofilus, Maria Seraphina (Fien), Stephanie en Mathilde[2]. Fons werd oorspronkelijk ook klompenmaker en huwde met Maria Baetens, dochter van Jan Baptist Baetens en Antonia Geysels. Het gezin Baetens had een boerderij in Doffen naast de spoorweg die van Neerpelt naar Antwerpen loopt. Maria Baetens werd in de volksmond “Mieke” of kortweg “Mie” genoemd. Toen Fons met Mieke wilde trouwen, schreef hij haar een brief. Dit moet omstreeks 1900 geweest zijn. Volgens dochter Mathilde vroeg Fons in die brief of hij “de vader van haar eerbiedwaardige kinderen” mocht zijn. Het moet een poëtische brief geweest zijn die Mieke erg aansprak; het is hem immers gelukt om met haar te trouwen.

Vóór haar huwelijk met Fons Meylemans, toen ze nog thuis bij haar ouders woonde, ontfermde Mieke zich over een meisje, Julia Heylen, dochter van Gabriël Heylen. De moeder van Julia was gestorven en na haar dood zorgde Mieke voor Julia. Na het huwelijk van Fons en Mieke is Julia Heylen gewoon bij hen blijven wonen. Julia maakte deel uit van het gezin en werd door iedereen in het gezin Meylemans steeds “ons Julie” genoemd.

Na hun huwelijk ging het jonge gezin van Fons en Mieke in een huis wonen op de hoek van de Larumseweg en de Stationsstraat. Hun woning was zo gekend door de mensen van Olen en omstreken dat men het kruispunt in de volksmond omschreef als “bij Meylemans”.

Figuur 5 Het gezin Meylemans-Baetens kort voor de Eerste Wereldoorlog met hun eerste 5 kinderen en de stiefdochter Julia Heylen. Van links naar rechts: Jef, Sooi, Staf bij Fons, Louis op de schoot bij Mieke en Mathilde uiterst rechts naast Julia.

Er werden 10 kinderen geboren. Enkel het eerste kind, Jan Baptist, stierf op jonge leeftijd, toen hij nog maar 3 jaar was. Maar er kwamen nog 8 jongens en 1 meisje. In de volgorde van oudste naar jongste kind gaf dat: Jef (1904), Sooi (1906), Staf (1908), Mathilde (1910), Louis (1912), Emiel (1914), Albert (1916), Jules (1919) en Marcel (1922).

Jarenlang werd er in het huis op de hoek van de Stationsstraat en de Larumseweg café en winkel gehouden. In de winkel was Mieke altijd goed gezind, ijverig en gedienstig. Ze was ook steeds bereid hulp te bieden aan mensen die niks te veel hadden. Ze was vóór 5 uur ’s morgens al present, zodat wie om 6 uur in de fabriek[3] moest gaan werken, in haar winkel al terechtkon voor een pakje tabak.

Die winkel van Mieke en Fons moeten we ons heel anders voorstellen dan de winkels van 2011. De boerinnen uit de omgeving van Olen brachten bij Mieke boter en eieren en namen dan terzelfder tijd andere etenswaren of producten mee die ze nodig hadden. Het was dus een soort van ruilhandel met lokale leveranciers waar eigenlijk iedereen goed bij voer. Fons ging die boter en eieren ook wel in Antwerpen verkopen. Daarvoor trok hij met zijn winkelwaar op de trein naar de stad.

Figuur 6 Het businesskaartje van Fons Meylemans

Figuur 7 Op de achterkant van de foto een stempel
Alfons Meijlemans - Koopman - Achter-Oolen

Naast winkel en café werden er in hun huis wel meer beroepen uitgeoefend. Fons was ook barbier en schoor de baard en knipte het haar van talloze Olenaren.

Fons en Mieke hebben het zeker niet makkelijk gehad. Zo hebben ze in hun leven 2 wereldoorlogen meegemaakt. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was Mieke 36 jaar. Hun oudste Jef was er toen 10 en het jongste kind Emiel was nog maar pas geboren. Samen met Julie had het gezin dus voor 6 kinderen te zorgen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren al hun kinderen al getrouwd, met uitzondering van Marcel, de jongste van het gezin. Tijdens de oorlog van 1940-1944 werd hun zoon Albert krijgsgevangen genomen en vochten Louis en Staf bij de weerstand. Het waren zeker weer moeilijke en bange tijden voor Fons en Mieke.

Zoals reeds eerder vermeld, was één van Fons’ beroepen barbier: de baard scheren en haar knippen. Ook enkele van zijn zonen hebben thuis geholpen om klanten te scheren en te knippen. Zo gingen ze ‘s zaterdags bij de boeren aan huis scheren zodat iedereen in Achter-Olen er netjes uitzag om ’s zondags naar de kerk of naar het café te gaan. Als Fons bijna klaar was met de éne klant stuurde hij één van zijn zonen al naar de volgende om die in te zepen. Zo ging het vlugger en kon hij enkele klanten extra doen op een dag. Zoon Sooi werd later ook kapper van beroep en had een kapperszaak in Geel. Later kon men ook nog bij Jef en Julleke thuis terecht als men zijn haar wou laten knippen.

Figuur 8 Jozef Meylemans knipt de haren van een jongen

De zonen van Fons en Mieke waren erg veelzijdig. Jef werd schilder, Sooi kapper, Staf meubelmaker, Emiel schilder, Albert was bediende in de fabriek, Jules was postbode, Louis was stationsbeambte (rangeerder — hij bediende de wissels en draaide de bareel open en toe) en Marcel was kleermaker. Maar muziek maken dat konden ze allemaal.

Fons had ook vele hobby’s. Hij hield duiven, deed aan boogschieten, ging regelmatig biljarten en speelde trombone. Allemaal bezigheden waarbij pintjes werden gedronken.

Bij Fons en Mieke was altijd iedereen welkom. Het was een gezellig nest bij Peet en Peter! Maar hoe zag het huis waarin ze woonden er nu eigenlijk uit? Het café “In de herberg” had een hoekdeur met een bronzen klink; een vuist met een staaf erin. Als je binnenkwam stond de toog in de rechterhoek tegen het venster langs de Larumseweg. Naast de toog was de deur naar de woonkamer. Langs de Stationsstraat waren er 3 ramen. De hoek links achter was gereserveerd voor de werkzaamheden. De muren van de gelagzaal waren in kaders verdeeld, die kunstig door zoon Emiel in twee soorten marmer waren geschilderd: rouge royal en wit breukmarmer. Het plafond was van hout en de deuren waren donkerbeige geschilderd met een groene bies. In de winter werd het café ook leefruimte. Dan werden de ronde tafel en de stoelen uit de woonkamer naar het café verhuisd, een kwestie om maar één ruimte te verwarmen. Als de kinderen gingen slapen dan riepen die: “Slaap wel moe, slaap wel va, slaap wel allemaal!”.

Er was ook een deur achteraan rechts, die toegang gaf tot de winkel. In de winkel stond er veel op de grond daar de winkelwaar gewoon in grote zakken verpakt was: zout, suiker, bloem, enz. Men verkocht ook petroleum voor de lampen want er was in die tijd nog geen elektriciteit. Op een tafel stond een balans met gewichten om alles te wegen.

Achter de winkel was de stal met konijnenkoten, hooi en stro. Daar stonden ook de koe en de geit. Als de geit jongeren kreeg, wat zowat jaarlijks gebeurde, hielden Fons en Mie geitenkermis. Het malse geitje werd dan door schoondochter Bertha, die kokkin was, lekker klaargemaakt. Van de vele geitenmelk werd er rijstpap gekookt. Heel de familie werd dan uitgenodigd, met alle kleinkinderen erbij; dat was een hele belevenis bij de Meylemansen!

In de stal kwam geregeld “Tistje met zijn kistje” in het hooi overnachten. Hij had een kist vooraan op zijn fiets waarin hij gereedschap had om aan huis schoenen te gaan herstellen.

Kwam je vanuit het café in de woonkamer, dan stond er links een Leuvense stoof in het midden tegen de muur. Boven de stoof hingen de hespen te drogen. Naast de stoof stond peter zijn zetel. In de hoek was er een muurkast. Boven tussen de balken van de woonkamer stak Fons zijn “kwajongens” (langbundgras) die hij gebruikte om zijn pijp te kuisen of aan te steken. Die stak hij dan eerst met één uiteinde in de stoof en stak er nadien zijn pijp mee aan.

 

Figuur 9 Een Beierse pijp, zoals die van Fons, met een porceleinen kop waarop een hert geschilderd was

 

Fons nam ook geregeld een pruimtabak, ook wel “sik” genoemd. De tabak werd gewoonlijk in een varkensblaas bewaard. Daardoor behield de tabak de juiste vochtigheid. Boven de deur naar het café hingen de bogen en de pijlen van peter. In de leefkamer, naast de deur van de keuken, was er één venster dat uitgaf op de tuin. Voor het venster stond een ronde tafel met stoelen en later de stoel met regelbare rugleuning die gebruikt werd om iemand een scheerbeurt te geven of het haar te knippen. Het kappersgerief stond op de vensterbank: een metalen kommetje met een scheerborstel en de scheermessen. Aan de vensterkruk hing een rond spiegeltje en een lederen band waarmee het scheermes gescherpt werd.

Boven de deur die toegang gaf tot de kelder was er een gemetste stenen trap naar de bovenverdieping. Die trap deed dienst als zitplaats voor de kinderen wanneer er weer eens te veel volk bijeen was. Die trap gaf toegang tot de kelderkamer waar Fons en Mieke sliepen. Hoger op de trap was er een valluik, boven links van het duivenhok met een schuin opengaande deur, die bleef openstaan om het binnenvallen van de duiven niet te hinderen. Verder waren er nog 3 slaapkamers waar het licht door een klein dakvenster naar binnen viel. Die dakvensters konden in verschillende standen worden opengezet.

Van de woonkamer kon men naar de winkel en naar de keuken. In de keuken was een waterpomp en een gootsteen en daarnaast een bakoven. Er was een klein venster waardoor je ook in de winkel kon kijken. Langs de straatkant was er een buitendeur en naast die deur was er een WC buiten. In de muur tussen de WC en de aangrenzende stal was de etenstrog van het varken. Zo had men altijd gezelschap op de WC.

Achter het huis was een regenput en een berghok (schop) waar Fons zijn werkgerief bewaarde en waar hij klompen maakte. Onder het raam van de kelderkamer stonden de opgestapelde bakken met lege bierflessen, toen nog met porceleinen stoppen. In de tuin stonden verschillende soorten groenten en was er een hoge perenboom. De tuin was diep en er liep een pad tot helemaal achteraan de tuin. Op het weike werd er met de handboog naar de liggende wip geschoten die voor de haag van Jul van Sande opgesteld stond. Het was een grote tak met zijarmen die bekleed waren met rubber van oude banden. Daarop waren pluimen bevestigd die er af geschoten dienden te worden. Om te schieten draaide men de klep van de klak in de nek. Met pijl en boog een pint in de hand was het daar altijd plezant.

Figuur 10 Een liggende wip

Bij Fons en Mieke was er altijd wat te beleven. De muziek werd er intens beleefd en alle zonen hadden de muziek in het bloed zitten. Fons speelde trombone bij de fanfare “Hoop en Eendracht”. Mathilde, de enige dochter van Fons en Mieke, trouwde ook met een prima trompettist zodat het familieorkest compleet was.

Fons en Mieke waren ook diepgelovig. Als er ’s avonds tijd was werd er door Mieke en het gezin een rozenhoedje gebeden.

Fons was een dorpsfiguur van het kluchtige type. Een amusante grappenmakende spuiter. Tientallen gekke verhalen werden aan hem toegeschreven. Zie ook het aparte verhaal met anekdotes[4].

Als het kermis was in Achter-Olen, dan stond er een danstent naast het huis. De gebroers Meylemans verzorgden er dan de muziek met hun Broederband en dochter Mathilde deed de omhaling van het dansgeld; ja, er moest betaald worden om te mogen dansen.

Figuur 11 De Broederband  
Vooraan vlnr Emiel Meylemans, Sooi Meylemans, Jozef Meylemans            
Achteraan vlnr Louis Meylemans, Marcel Meylemans, Albert Meylemans, Staf Meylemans & Jules Meylemans

In 1952 vierde het hele dorp de gouden bruiloft van Fons en Mieke. Dat was een grote gebeurtenis in Achter-Olen. Het hele dorp was op de been en een prachtige lange stoet trok door de straten. In die optocht werden verschillende fasen uit het leven van Fons en Mieke uitgebeeld. Alles werd netjes op de gevoelige plaat vastgelegd en getuigde van de inzet van het hele dorp.

Figuur 12
15 augustus 1952 Gouden Jubileum
Alfons Meylemans

Figuur 13
15 augustus 1952 Gouden Jubileum
Mieke Baetens, vrouw van Alfons Meylemans

Figuur 14
15 augustus 1952 Gouden Jubileum
Het jubilerende paar in de auto

Figuur 15
15 augustus 1952 Gouden Jubileum
De familie volgt te voet: Jozef Meylemans en Anna Bellens, Frans Meylemans en Bertha Verbraeken, Gustaaf Meylemans en Maria Simon, Jan Schaeken en Mathilde Meylemans, Louis Meylemans en Bertha Witvrouwen, Emiel Meylemans en Delfine Wouters

Figuur 16
15 augustus 1952 Gouden Jubileum
De familie volgt te voet: Louis Meylemans en Bertha Witvrouwen, Emiel Meylemans en Delfine Wouters, Albert Meylemans en Maria Thys, Jules Meylemans met zijn dochter Frieda Meylemans op de arm, Marcel Meylemans en Jeanne Vandecruys

Figuur 17
15 augustus 1952 Gouden Jubileum
De familie volgt te voet: Jeanne Vandecruys met Liliane Meylemans aan de hand en daarnaast Nicole Meylemans.
Daarachter Julia Van Tongerloo en Alfons Meylemans, Herman Meylemans,
Suzanne Meylemans, Leo Meylemans, Diane Meylemans en Alex Meylemans

Meester De Busser heeft van de feestelijkheden zelfs een 8 mm film gemaakt, maar die is spijtig genoeg niet meer te vinden. Mocht die ooit nog eens op een zolder tussen de oude rommel gevonden worden, dan zouden de nakomelingen van Fons en Mieke heel blij zijn als die aan hen zou kunnen bezorgd worden. Op het gemeentehuis werd de familie vereeuwigd in het gulden boek. Er was een groot feest en er werd voor de gelegenheid speciaal een lied gemaakt met Fons en Mieke in de hoofdrol.

Waar viert men nu den gouden bruiloft (in Olen A.) BIS
Waar versiert men nu de wegen, (in Olen A.) BIS
Men ziet zijn vrienden en vriendinnen,
Men ziet ze vrolijk elkander vinden.

Refrein
In Olen, in Olen, ’t is voor Fons en Mie,
In Olen, in Olen, daar hebben zij veel plezier.
Zij drinken er 1, zij drinken er 2, 3, 4
En als het niet bij MEYLEMANS is,
Dan is er geen plezier.

Waar feesten zij gelijk grote tippen (in Olen A.) BIS
Waar dragen zij nu sjieke slippen (in Olen A.) BIS
Zij hebben hun haar gekrold en snor gerold
Zij eten hun buikje rond dat het grolt.

Refrein
Waar zingt heel de familie samen (in Olen A.) BIS
Waar klinkt het beter dan in Namen (in Olen A.) BIS
Daarom zingen wij als mannen met namen
En geen een blijft achter kramen.

Waar hebben zij mekaar toch gevonden (in Olen A.) BIS
Waar beleefden zij de mooiste stonden (in Olen A.) BIS
Zij verkeerden in goede rondjes,
En zij huwden en verwachtten dan ook blondjes.

Refrein
In Olen, in Olen, ’t is voor Fons en Mie,
In Olen, in Olen, daar hebben zij veel plezier.
Zij kochten er 1, 2, 3, 4
En als het niet bij MEYLEMANS is,
Dan is er geen plezier.

Fons overleed op 17 mei 1954, twee jaar na zijn 50 jaar huwelijksjubileum. Hij is rustig heengegaan. Hij zei tegen zijn gebuur Frans De Winter (de garde): “Frans, het is ermee gedaan.” “Allé”, zei Frans. “Ja, ja”, zei Fons. Hij ging terug binnen en zei: “Mieke, staat er nog leeggoed van bakker Schaeken?” “Ja”, zei Mieke, “in de kelder”. Hij is die gaan wegbrengen en thuisgekomen ging hij in de zetel zitten. “Mieke”, zei Fons, “het is ermee gedaan.” Mieke zag dat het menens was en vroeg of ze de pastoor moest verwittigen, maar dat moest niet van Fons. Hij is vredig en rustig in zijn zetel ingeslapen.

Mieke werd dement en is na de dood van Fons eerst bij haar jongste zoon Marcel in Geel gaan wonen en later bij haar dochter Mathilde Zij is op 9 februari 1963 in St.-Jozef-Olen overleden.

Het waren beiden pracht van mensen, die veel van hun goedheid en hun talenten hebben doorgegeven aan hun nakomelingen. Daarvoor van harte dank Fons en Mie!

Voetnoten

[1] Of was het “De Slijpsteen” zoals we in een krantenbericht uit 1883 vonden?

[2] Er was nog een zoon Carolus Meylemans, die op 2-jarige leeftijd overleed. Wellicht hadden Roger en Alex daar nooit over horen vertellen.

[3] In Olen stond de Société Métallurgique Hoboken-Olen in de volksmond bekend als “de fabriek”. Het was een groot metaalverwerkend bedrijf, gelegen langs het Kanaal van Bocholt naar Herentals, ook gekend als het Kempisch Kanaal, dat voornamelijk ertsen verwerkte afkomstig uit het toenmalige Belgisch Kongo.

[4] Deze anekdotes zullen apart in De Myle Krant gepubliceerd worden.


De afstammelingen van Joannes Baptista Meylemans

De afstammelingen van Franciscus Alphonsus Meylemans

De afstammelingen van Josephus Meylemans

De nakomelingen van Maria Seraphina Meylemans

De nakomelingen van Stephania Meylemans

De nakomelingen van Elisabeth Mathildis Meylemans

Vorige
Vorige

Anekdotes over Fons Meylemans

Volgende
Volgende

Een vrouw in het verzet