1934 Het gouden jubileum van Mandus en Belleke
Lieve Mylemans
Inleiding
Naar aanleiding van de bijzondere fotovondst vonden we het een gepast moment om iets meer te vertellen over de familie van Amandus en Isabella Mylemans-De Haes en hun 14 kinderen.
De gevonden foto werd genomen ter gelegenheid van het gouden huwelijksjubileum van Amandus Mylemans en Isabella De Haes dat uitgebreid gevierd werd op 31 januari 1934 te Heist-op-den-Berg.
Wie waren Amandus Mylemans en Isabella De Haes, hoe zag hun leven eruit en wie staan er verder nog op deze foto ?
Amandus “Mandus” Mylemans
Figuur 1 Mandus Mylemans, 76 jaar oud
Mandus werd geboren in het gehucht Kwadenplas te Heist-op-den-Berg op 23 januari 1858 als negende kind van het landbouwersgezin Jan Francis Mylemans en Jeanneke Coeckelberghs.
Na de geboorte van Mandus verhuisde de familie naar het gehucht Achterheide. Het gezin kon er namelijk een lemen langgevelboerderij betrekken die eigendom was van de familie Coeckelberghs.
Die boerderij op de Achterheide waar Mandus enkele jaren gewoond heeft is bewaard gebleven omdat ze overgebracht werd naar het openluchtmuseum in Bokrijk. Nog tot in 1955 werd de hoeve bewoond door de familie Coeckelberghs.
Figuur 2 De langgevelhoeve op de Achterheide voor de overbrenging naar Bokrijk
Deze hoeve dateert oorspronkelijk van 1679 en bij de heroprichting in Bokrijk heeft men ervoor geopteerd om de hoeve terug in de originele zeventiende-eeuwse staat te herstellen. Wat hierbij vooral opvalt, zijn de sterk gewijzigde vensteropeningen.
Figuur 3a De hoeve toen ze pas heropgebouwd was in Bokrijk
Figuur 3b Een recente foto van deze hoeve in Bokrijk ©Openluchtmuseum Bokrijk
De 11 kinderen van Jan Francis Mylemans en Jeanne Coeckelberghs :
Anna Maria geboren in 1845 en in 1866 gehuwd met Peter Van Woensel
Jan Baptist geboren in 1847, werd 5 dagen oud
Jan Baptist geboren in 1849, werd 5 dagen oud
Antoinette geboren in 1850, werd 9 dagen oud
Louis, geboren in 1851, jong overleden in 1872
Antoinette, geboren in 1853, werd 3 jaar oud
Een doodgeboren zoon in 1855
Melchior, geboren in 1855, bleef ongehuwd
Amandus, geboren in 1858 en in 1884 gehuwd met Isabella De Haes
Frans, geboren in 1860, bleef ongehuwd
Edward, geboren in 1862, werd 5 dagen oud
Moeder Jeanne Coeckelberghs stierf op 43-jarige leeftijd bij de geboorte van haar elfde kind. Opmerkelijk is toch wel de grote kindersterfte in dit gezin. Amper 5 kinderen, minder dan de helft dus, bereikten de volwassen leeftijd.
Weduwnaar Jan Francis Mylemans bleef wonen in het huis van zijn schoonfamilie en dochter Anna Maria werd op 16-jarige leeftijd huisvrouw voor haar vader en haar jongere broers.
Maar niet lang daarna sloeg het noodlot voor een tweede keer toe in dit gezin. In 1866, dus amper 4 jaar later, overleed vader Jan Francis. Volgens de familieoverlevering zou hij voor een biersteker met paard en kar bier geleverd hebben en daarbij van de kar zwaar ten val gekomen zijn.
In 1866 waren de kinderen van Jan Francis zeker nog niet oud genoeg om op eigen benen te staan. De volle wezen waren op dat moment 20, 14, 10, 8 en 5 jaar oud. Hun oom Jef Gijsbrechts, de weduwnaar van hun tante Anna Maria die een zus was van Jan Francis, werd voogd over de minderjarige kinderen.
Louis en Mandus gingen inwonen bij de familie Gijsbrechts maar Anna Maria trouwde nog in hetzelfde jaar (1866) met Peter Van Woensel en zij hebben de 2 andere broers, Melchior en Frans, mee in hun huis opgenomen. Het jonge echtpaar Van Woensel – Mylemans woonde nog enkele maanden in de lemen boerderij op de Achterheide en verhuisde later naar de Broekmansstraat te Heist-Goor. Zij stichtten ook een groot gezin met 10 kinderen.
Mandus was inwonend knechtje bij zijn oom Jef Gijsbrechts op het Werft, een gehucht van Heist-op-den-Berg. Hij leerde er al doende de kneepjes van de boerenstiel. Later werkte hij nog bij zijn neef Mandus Gijsbrechts waar hij ook inwonende knecht was.
Zijn oudere broer Louis die ook bij dezelfde oom inwoonde is overleden op 20-jarige leeftijd. Toen bleven er dus nog maar 4 kinderen over van de oorspronkelijke 11.
Isabella “Belleke” De Haes
Figuur 4 Belleke De Haes, 71 jaar oud
Belleke De Haes werd geboren op 13 juni 1862 in de Bergstraat te Heist-op-den-Berg. Zij was het zesde en laatste kind van Felix De Haes en Catharina Goormans.
De 6 kinderen van Felix De Haes en Catharina Goormans :
Een doodgeboren zoon in 1854
Een doodgeboren dochter in 1855
Joannes, geboren in 1856, werd 6 jaar oud
Ferdinand, geboren in 1858, werd 1 jaar oud
Coleta, geboren in 1860, werd 10 maanden oud
Isabella, geboren in 1862 en gehuwd met Mandus Mylemans
Ook in dit gezin was de kindersterfte zeer groot en Belleke is uiteindelijk opgegroeid als enig kind wat in die tijd toch wel uitzonderlijk was.
Haar moeder overleed in 1876 toen Belleke 13 jaar oud was en haar vader is het jaar daarop hertrouwd maar dit tweede huwelijk is kinderloos gebleven.
Vader Felix De Haes werkte afwisselend als dagloner en als fabrieksarbeider. Waar hij werkte weten we niet, we weten wel dat hij ook een tijdje gewerkt heeft als werkman in het station van Antwerpen-Centraal. Met de trein kon hij naar Antwerpen sporen en in de Bergstraat waar hij woonde kon hij de tram nemen naar o.a. Mechelen. Pendelen was dus voor hem niet zo moeilijk.
Belleke is tot haar plechtige communie naar school gegaan, daarna werd het tijd om te gaan werken als arbeidster. Ook hier weten we niet waar en in welke fabrieken ze werkte, waarschijnlijk nam haar vader haar gewoon mee naar dezelfde werkgever.
Wanneer ze 20 is bevalt Belleke van een dochter, Anna Maria, die later in de familie “Mie” genoemd zal worden. Op 21-jarige leeftijd huwde Belleke met Mandus Mylemans waarbij haar dochter dus gewettigd werd.
Het huwelijk van Mandus en Belleke
Het huwelijk vond plaats op 30 januari 1884 te Heist-op-den-Berg, zonder veel ophef of poespas. Dit in tegenstelling tot vijftig jaar later toen er wel een groot feest was!
Figuur 5 Fragment van de huwelijksakte
Na hun huwelijk huurden zij een boerderij met wat landbouwgrond op het Werft, in de buurt van de familie Gijsbrechts, en begonnen zij als pachter-landbouwers.
De streek van Heist-op-den-Berg was in die tijd vooral gekend voor de teelt van vroege aardappelen en van graangewassen zoals rogge, tarwe en boekweit.
Het werk op het veld was arbeidsintensief en kinderen werden daarbij zeer jong ingeschakeld. Toen was het heel normaal dat kinderen alleen naar school gingen wanneer ze thuis gemist konden worden en volledig stopten wanneer ze hun plechtige communie gedaan hadden. Veel meer kennis dan een beetje lezen, schrijven, rekenen en de Mechelse catechismus leverde dat echt niet op.
Onze familiebronnen
Het is altijd moeilijk, zelfs onmogelijk, om een objectief beeld te krijgen van mensen die al lang geleden overleden zijn. Bovendien zijn al diegenen die Mandus en Belleke nog goed gekend hebben ondertussen ook al overleden en alle anderen, inclusief de auteur van dit artikel, hebben het alleen maar “van horen zeggen”.
We willen daarom eerst een eresaluut brengen aan een aantal familieleden die Mandus en Belleke goed gekend hebben en hun verhalen wilden delen met de volgende generaties. Zonder hen zou dit artikel er heel anders hebben uitgezien.
Jules Verscuren (1906-1983), een zoon van de oudste dochter Mie en een van de oudste kleinkinderen van Mandus en Belleke, heeft nog heel wat kunnen vertellen over de periode 1925 – 1936 toen hij inwoonde bij zijn grootouders.
Jules van Essche (1911-1994) was een zoon van Leonard Van Essche en Dieneke Van Woensel, een dochter van Peter Van Woensel en Anna Maria Mylemans (zie ook figuur 6). Jules werd al wees toen hij amper 1 jaar oud was en is dan opgevoed door zijn grootouders en later door zijn ongehuwde tantes Van Woensel. De familie Van Woensel was duidelijk heel hecht met hun oom Mandus.
Emma Heremans (1904-1982), een schoondochter van Mandus en Belleke en de grootmoeder van de auteur van dit artikel, is pas in haar laatste levensjaren beginnen vertellen over haar allesbehalve gelukkige entree in de familie.
Figuur 6 Stamboomstructuur van de familie Mylemans
Problemen op het Werft
In 1890 – Mandus en Belleke hadden ondertussen al vijf kleine kinderen - was hun aardappeloogst mislukt en dat betekende een definitieve verarming voor dit gezin. Er waren geen inkomsten meer maar wel afbetalingen en lopende onkosten. Bovendien waren er ook al achterstallige pachtgelden. Deze misoogst was een zware financiële tegenslag die uiteindelijk leidde tot een faillissement, een openbare gerechtelijke verkoop en een uithuiszetting.
Dit faillissement werd door de familie als een grote schande beschouwd en later werd het doodgezwegen tot zelfs volledig ontkend. Maar toch zijn we het te weten gekomen dankzij Jules Van Essche die het verhaal nog vernomen had van zijn tantes Van Woensel.
De familie Van Woensel werd namelijk gevraagd om Mandus en Belleke te helpen bij het redden van enkele bezittingen, nog voor de openbare verkoop zou doorgaan. Zo werden de weinige familiejuwelen waaronder een gouden halsketting en de oorbellen van Belleke verstopt op de boerderij van de familie Van Woensel. Voor de twee koeien van Mandus hadden ze echter niet genoeg plaats in hun stal, deze werden dan tijdelijk gestald bij de familie Gijsbrechts tot wanneer de openbare verkoop achter de rug was.
We hebben niet kunnen achterhalen of de volledige schuld betaald werd met de openbare verkoop van hun have en goed. Wel is duidelijk dat de familie vlak erna verhuisde naar een kleinere boerderij op het Werft en dat vanaf dan Mandus werkte als dagloner, wat op een substantiële verarming wijst.
Een dagloner was iemand die als extra arbeidskracht werd ingehuurd door een landbouwer bij piekmomenten, zoals bijvoorbeeld de oogsttijd. Een dagloner had dus geen stabiel inkomen, integendeel, de dagen dat er geen werk was verdiende hij niets. Dagloners waren een goedkoper alternatief dan boerenknechten omdat deze laatsten voor een volledig jaar werden ingehuurd en ook beter betaald werden.
Naarmate de jaren verstreken kwamen er meer en meer kinderen en een dagloner kon een dergelijk groot gezin hoe dan ook niet fatsoenlijk onderhouden. Dat de kinderen zeer snel ingeschakeld werden is zeker, de meisjes moesten “gaan dienen” voor kost en inwoon en de jongens werden zo snel mogelijk dagloner. Bovendien vertelde Jules Van Essche dat zowel de familie Van Woensel, die het nochtans zelf niet breed had, als de familie Gijsbrechts regelmatig financieel tussenbeide kwamen.
De 14 kinderen van Mandus en Belleke
Mandus en Belleke hadden uiteindelijk 14 kinderen. Mie (de oudste dochter) was 22 jaar ouder dan Amelie (nummer 14) en Mie begon zelf ook op heel jonge leeftijd aan kinderen. Zo kwam het dus dat Belleke op 39-jarige leeftijd al grootmoeder was en daarna zelf nog 2 kinderen op de wereld zette.
Deze 14 kinderen zijn in chronologische volgorde:
1. Anna Maria “Mie” (1882 - 1925), gehuwd in 1902 met Frans Verscuren (1882 - 1913)
2. Felix “Fé” (1884 - 1955), gehuwd in 1914 met Mieke De Ceuster (1889 - 1976)
3. Catharina “Toke” (1886 - 1963), gehuwd in 1905 met Seppe Vets (1882 - 1963)
4. Theofiel “Fil” (1887 - 1959), gehuwd in 1917 met Agnes Steinmetz (1897 - 1955)
5. Melanie “Melle” (1889 - 1959), gehuwd in 1913 met Gust Delen (1884 - 1959)
6. Rosalia “Lin” (1891 - 1977), gehuwd in 1926 met Louis Mariën (1895 - 1968)
7. Melchior “Melsen” (1892 - 1969) bleef ongehuwd
8. Leopold “Pol” (1894 - 1956) bleef ongehuwd
9. Amanda “Manda” (1896 - 1975), gehuwd in 1924 met Victor Rits (1897 - 1963)
10. Bertha (1897-1983), gehuwd in 1920 met Emiel Meuris (1899 - 1982)
11. Florent (1899 - 1941), gehuwd in 1931 met Emma Heremans (1904 - 1982)
12. Josefien “Fien” (1901- 1934), gehuwd in 1923 met Fil Ceulemans (1897 - 1980)
13. Leonie (1903 – 1993) bleef ongehuwd
14. Amelie (1904 - 1984) bleef ongehuwd
Naar de Achterheide
Er werden meer en meer kinderen geboren in het gezin en de financiële situatie van de familie werd er ondertussen niet beter op. Dat kunnen we afleiden uit het feit dat de familie verschillende malen op het Werft verhuisde en dit telkens naar een kleinere boerderij (we veronderstellen hierbij dat kleiner ook een lagere huurprijs betekende).
Bovendien moesten de kinderen zo snel mogelijk hun eigen kostje waard zijn. De oudste kinderen waren al lang het huis uit toen de jongste kinderen nog niet geboren waren.
Zo was Mie dienstmeid in Berlaar en beviel al van haar eerste kind toen ze 19 was. De vader was voor maanden weg als seizoenarbeider in Wallonië. Er moest dus op zijn terugkeer gewacht worden om te kunnen trouwen. Toke, de tweede dochter, huwde ook al op 19-jarige leeftijd en begon in Hallaar aan haar eigen gezin. Melle, Manda en Bertha waren nog voor de leeftijd van 12 jaar als dienstmeid aan de slag. De oudste zoon Felix is vrij lang thuis blijven wonen, hij huwde pas op 29-jarige leeftijd en hij werkte in de haven van Antwerpen als dokwerker.
De tweede zoon, Fil, is een bijzonder verhaal. Hij vertrok naar het Ruhrgebied in Duitsland en belandde daar als arbeider in de metaalverwerkende fabriek Krupp te Borbeck (Essen). De fabriek Krupp zal later zelfs zeer bekend worden als leverancier van allerlei oorlogsmateriaal en gouden tijden beleven tijdens de eerste wereldoorlog.
In 1910 verhuisden Mandus, Belleke en de nog inwonende jongste kinderen naar een boerderij vijf kilometer verder op de Achterheide. Het is deze boerderij die we zien op de foto van hun gouden jubileum in 1934.
Figuur 7a De langgevelhoeve op de Achterheide
Volgens de familieoverlevering moesten ze hier geen huur betalen. Die boerderij was eigendom van Trees Mylemans en haar echtgenoot Suske Verhaegen die uit medelijden met Mandus en Belleke hun goed hart lieten zien. Trees was een nicht van Mandus, hun vaders waren broers.
Figuur 7b het echtpaar Suske Verhaegen en Trees Mylemans, de eigenaars van de hoeve
De oorlog van 1914-1918
In augustus 1914 bij het binnenvallen van de Duitsers is een groot deel van de bevolking op de vlucht geslagen. Mandus, Belleke en hun nog inwonende kinderen zijn ook gevlucht. Hier spreken de familiebronnen elkaar tegen, sommigen zegden dat ze tot in Zandhoven geraakt zijn, anderen hebben het over Pulderbos als laatste halte. Wel is het zeker dat ze na ongeveer 2 weken terug naar huis gegaan zijn. Daar zagen ze pas echt de ravage die de doortocht van de Duitsers had aangericht. Alles was kort en klein geslagen, de kasten leeggeroofd en de kippen verdwenen.
Begin 1914 had het Belgisch parlement een wet gestemd die de schoolplicht tot 14 jaar invoerde, vanaf dan zou de lagere school nog een extra zevende en achtste leerjaar tellen. Het was met deze wet vooral de bedoeling om de kinderen van arme boeren en arbeiders te beschermen door de kinderarbeid onder de 14 jaar te verbieden. Deze wet zou in voege treden vanaf het schooljaar 1914-1915, maar de Duitse inval doorkruiste deze plannen. Pas midden december 1914 heropenden de scholen en toen zaten ze allesbehalve vol omdat nog veel kinderen met hun ouders op de vlucht waren.
Voor het volgende schooljaar 1915-1916 nam de Duitse overheid maatregelen en maakte een wet in de Duitse taal met exact dezelfde inhoud. De schoolplicht was een feit.
Een belangrijk gevolg hiervan was dat de twee jongste kinderen Leonie (°1903) en Amelie (°1904) nog tot 14 jaar schoolplichtig waren maar Mandus vond al dat schoolgedoe maar niks. De meisjes zijn niet langer naar school geweest dan tot hun plechtige communie, dat was ruim voldoende volgens Mandus. De controle op de schoolplicht stelde toen trouwens ook niet veel voor.
Emma Heremans die later zou trouwen met Florent Mylemans, was even oud als Amelie en ze zaten dus in dezelfde klas. Emma vertelde dat Amelie heel onregelmatig les volgde en dat ze na de plechtige communie in het zesde leerjaar nooit meer op school gezien werd. Emma en Amelie die later schoonzussen werden, hebben hun hele leven lang een grondige hekel aan elkaar gehad. Amelie was stikjaloers op Emma die een heel goede naaister werd en Emma vond Amelie maar een domme vrouw waarmee niet te praten viel.
Tijdens de eerste wereldoorlog ontstond er een nieuwe mode: families met een soldaat aan het front stuurden niet alleen brieven maar ook een familiefoto naar de soldaat in kwestie. Iedereen van de familie kleedde zich op zijn paasbest en poseerde toen voor de fotograaf onder zo’n zwart doek.
Ook de familie Mylemans heeft toen geposeerd maar deze foto diende niet om naar een frontsoldaat te sturen. De foto was bedoeld voor Fil die ondertussen al een aantal jaren in Duitsland woonde en werkte.
Figuur 8 De familie Mylemans - De Haes met 13 van hun 14 kinderen, zoon Fil ontbreekt
Mandus en Belleke zitten vooraan. Hun kinderen staan v.l.n.r. : Fien, Melle, Leonie, Bertha, Florent, Manda (met halssnoer), Pol, Lin, Melsen, Toke, Amelie, Felix en Mie.
De foto is in slechte staat, bekrast, met scheuren en vlekken maar het is wel een van de weinige foto’s die we hebben waarop de oudste dochter Mie staat (uiterst rechts op de foto). Mie zal immers al in 1925 overlijden, het gouden jubileum heeft zij dus niet meer meegemaakt.
Wanneer deze foto genomen is kunnen we slechts bij benadering zeggen. Twee elementen geven aan dat de foto hoogstwaarschijnlijk in 1916 genomen is.
Vooreerst draagt Amelie de witte handschoenen van haar plechtige communie en dat was in 1916. Tijdens de eerste wereldoorlog was er bij de arme gezinnen geen geld voor een witte communiejurk maar hield men het sober met een zwarte jurk en witte handschoenen die daarna door volwassen vrouwen verplicht gedragen moesten worden tijdens de misviering. De plechtige communie was immers ook het definitieve afscheid van de kindertijd. Een tweede argument om deze foto in 1916 te plaatsen is het feit dat Melsen en Florent door de Duitsers weggevoerd werden naar Duitsland op 6 januari 1917. Door de slechte behandeling daar kwamen ze meer dood dan levend terug en hier op de foto staan ze nog duidelijk in goede gezondheid.
Merk ook op dat Belleke hier nog altijd haar familiejuwelen bezit: de oorbellen, de kettingen met medaillons en het gouden halssnoer dat voor de gelegenheid mocht getoond worden door de knappe Manda. Trouwringen echter hebben ze waarschijnlijk nooit gehad, dat was in 1884 nog geen algemene gewoonte en al zeker niet bij arme mensen.
De Duitse overheid eiste regelmatig goederen (koper, hout, wol, …), paarden, karren, fietsen, graan, aardappelen e.d. op. Maar het ergste voor de bevolking was dat ook jonge, zogenaamd “werkloze” mannen opgeëist werden om te gaan werken in Duitsland. De schrik voor wegvoering was ontzettend en iedereen deed zijn uiterste best om een bewijs te kunnen tonen dat men toch de een of andere job had.
In december 1916 werden alle Heistse mannen tussen 17 en 45 jaar opgeroepen zich te melden op het zogenaamde Meldambt te Mechelen tussen 2 en 5 januari 1917. In Mechelen beslisten de Duitsers dan wie in België kon gemist worden en dus naar Duitsland moest gaan werken.
Felix, Melsen, Pol en Florent werden gekeurd in Mechelen. Voor Felix was er geen enkel probleem, hij was dokwerker en dat was een noodzakelijke job en Pol werd afgekeurd omdat hij een mentale handicap had. Melsen en Florent echter moesten verplicht naar Duitsland.
Op 6 januari vertrok de trein van Heist-station richting Soltau in Duitsland met enkele honderden jongemannen uit Heist en de buurgemeenten. Het verblijf in Duitsland moet een verschrikking geweest zijn: een combinatie van honger, kou, zwaar werk en lijfstraffen. Zowel Melsen als Florent kwamen ergens in de zomer van 1917 geradbraakt terug. Volgens de familieoverlevering zijn zij nooit meer volledig hersteld. Florent had longproblemen en is daar later ook aan overleden, Melsen had o.a. knieproblemen en rugklachten als souvenir van de Duitse geweerkolven.
Op 29 maart 1919, dus al een tijdje na de oorlog, schreef pastoor Wouters van de parochie van Sint Alfons te Heist-Goor aan zijn bisschop in zijn oorlogsverslag:
Figuur 9 fragment uit de brief van E.H. J. Wouters
“Het wegvoeren, naar duitschland, van de jongens van het meldambt is een der wraakroependste euveldaden van den duitsch. De acht volgende jongelingen zijn de slachtoffers geweest : Mylemans Melchior en Florent, Verhaegen Emiel, De Hoef Corneel en Fons, Vertommen Alf (voor de tweede maal), Verbeeck Josef en Vervoort Alfons. Zij zijn allen teruggekomen maar in hunne gezondheid gekrenkt ; zelfs treuren nog.”
Na de oorlog
In 1925 overleed de oudste dochter Mie. Haar echtgenoot Frans Verscuren was voordien al overleden en hun nog minderjarige kinderen verhuisden toen naar hun grootouders Mandus en Belleke.
Leonie Verscuren is een jaar later al gehuwd en heeft dus niet zo heel lang bij haar grootouders gewoond. De twee zonen, Gust en Jules, daarentegen hebben er meer dan tien jaar gewoond. Jules Verscuren heeft ons nog heel wat kunnen vertellen over die tijd.
Zo vertelde hij dat Belleke haar kleinkinderen heel graag zag en hen altijd verdedigde tegen Mandus wanneer die weer eens opmerkte: “Gij zijt niet van mij”. Mie was namelijk geboren voor het huwelijk en Mandus was niet haar vader, dus die kinderen waren zijn kleinkinderen niet. Punt. Nochtans hield Mandus wel echt van zijn bloedeigen kinderen en kleinkinderen.
Volgens Jules had Belleke het ook niet gemakkelijk, ze werkte heel hard op de boerderij en moest het huishouden met weinig geld runnen. Mandus was een fervente duivenmelker die regelmatig fors inzette op een duif waar hij veel van verwachtte. Maar vaak liep die gok verkeerd af. Deze hobby van Mandus zorgde dikwijls voor spanningen tussen het echtpaar en heeft hun financiële problemen zeker verergerd.
De kinderen hadden ook regelmatig ferme discussies met hun vader. Belleke trok toen altijd partij voor haar kinderen. Mandus hield er een aantal zeer conservatieve ideeën op na, zijn wereldbeeld was duidelijk negentiende-eeuws: de vrouwen stonden in voor koken, kinderen en kerk en de mannen hadden hun werk en plezier.
Ergens in de jaren twintig, Jules herinnerde zich niet meer exact wanneer, had dochter Leonie (°1903) vergevorderde trouwplannen, de huwelijksuitzet was aangeschaft en de trouwdatum was vastgelegd. Maar haar verloofde heeft het huwelijk afgeblazen op amper twee weken voor de trouwdatum. Die man woonde ook in dezelfde parochie en is vrij snel daarna met iemand anders getrouwd. Het moet een verschrikkelijke publieke vernedering geweest zijn voor Leonie. Jules Verscuren (°1906), amper jonger dan zijn tante Leonie, heeft die ex-verloofde ooit eens aangesproken met de vraag waarom hij niet meer wou trouwen met zijn tante. Bleek dat die man het idee van Belleke als schoonmoeder helemaal niet zag zitten.
In het vredesakkoord van Versailles in 1919 werd vastgelegd dat Duitsland als verliezer van de eerste wereldoorlog heel wat schade moest vergoeden aan de geallieerde mogendheden waaronder België. In de twintiger en dertiger jaren heeft Duitsland heel wat van deze schadevergoedingen betaald. Zo moest Duitsland ook een vergoeding betalen aan elke weggevoerde.
Melsen en Florent hebben elk een geldbedrag ontvangen van de Duitse overheid. Beiden woonden evenwel nog thuis en Mandus heeft dat geld onmiddellijk geïncasseerd. Zijn zonen waren niet akkoord maar stonden voor voldongen feiten, discuteren hielp niet. Jules Verscuren was meermaals getuige van de hevige ruzies tussen vader en zonen. De sfeer moet toen om te snijden geweest zijn. Uiteindelijk is Belleke met een onnozel voorstel gekomen. “Geef onze Florent dan toch ten minste het geld voor de moto die hij zo graag zou willen”. Die moto heeft Florent inderdaad gekregen maar de rest bleef waar het was: in de zakken van Mandus.
Een pot geld bij de familie Van Woensel
Peter van Woensel overleed in 1922 en zijn vrouw Anna Maria, de zus van onze Mandus, was al voordien overleden in 1919. De erfenis werd geregeld onder de kinderen Van Woensel zodat de drie nog ongetrouwde kinderen Van Woensel de boerderij verwierven en Jules Van Essche gewoon op hetzelfde adres in de Broekmansstraat kon blijven wonen bij zijn suikertantes.
Toen Jules 16 jaar oud was, in 1927, ontdekten zijn tantes nog een pot geld die verstopt zat op hun hooizolder. Het was toch wel een behoorlijke som en omdat de ooms die bij hun zus waren grootgebracht niet mee geërfd hadden beslisten Jules’ tantes dat die pot geld verdeeld zou worden onder hun drie ooms Mandus, Frans en Melchior (zie voor de familiestructuur in figuur 6). Zo gezegd, zo gedaan, de tantes naaiden zakjes waarin de muntstukken gestopt werden en Jules mocht met de fiets naar zijn grootooms Mandus, Frans en Melchior.
Melchior en Frans waren ongehuwd gebleven en woonden samen in een klein boerderijtje te Heist-Goor. Daar reed Jules eerst naartoe en bezorgde hen het geld. De twee mannen hadden de tranen in de ogen en bedankten Jules en de tantes allerhartelijkst. Zoveel goedheid hadden ze echt niet verwacht.
Daarna reed Jules naar de Achterheide om het deel aan Mandus te overhandigen. Ook daar werd hij allerhartelijkst ontvangen maar toen Belleke begreep dat het maar één derde was dat ze kregen begon zij te klagen dat zij het geld véél méér nodig hadden dan die twee jongmannen. Die simpele verdeling in drie gelijke delen was toch echt niet rechtvaardig! Jules protesteerde nog dat hij alleen maar de boodschapper was, maar dat hielp duidelijk niet. Leonie moet toen gedacht hebben dat Jules het geld voor de anderen nog op zak had, ze pakte Jules vast en riep naar Melsen, “allez pak het af!” Melsen en Pol hebben Jules zo ongeveer uitgekleed maar gelukkig was Jules al voordien bij de twee andere broers geweest!
Jules is daarna terug naar huis gereden maar eerst stopte hij nog bij Melchior en Frans om zijn wedervaren te vertellen. De broers besloten wijselijk het geld onmiddellijk te verstoppen want je kon immers nooit weten.
Frans is overleden in 1928 en Melchior in 1932. Mandus erfde niets van zijn broers want in hun testament ging alles naar de familie Van Woensel. Of Belleke hierover ook geklaagd heeft weten we niet maar we kunnen het ons wel voorstellen…
1931
Belleke had zo stilaan een plan bedacht voor hun oude dag. Zoon Pol was een zorgenkind dat nooit zelfstandig zou kunnen worden, dus moest er eigenlijk voor drie personen gezorgd worden. Haar grootste wens was dan ook dat enkele kinderen ongehuwd samenbleven en op de boerderij bleven wonen.
Toch was er nog iemand die tegen deze wens durfde ingaan.
Florent was een harde werker die een eigen zaak had opgebouwd. Hij vervoerde met paard en kar veevoeder dat hij verkocht aan de boeren waar hij dan weer de melk ophaalde en die naar de melkerij bracht. De zaak floreerde en hij dacht aan de aankoop van een kleine vrachtauto om meer te kunnen vervoeren en grotere rondritten te kunnen organiseren. Florent vroeg hiervoor aan zijn vader het geld van zijn Duitse schadevergoeding maar kreeg het ook deze keer niet. Volgens Jules Verscuren is het toen weer heel lang kletterende ruzie geweest ten huize Mylemans.
Maar het ergste moest nog komen: in 1931 stelde Florent zijn verloofde voor!
Emma Heremans was een naaister in het beroemde atelier van haar tante Rosalie Heremans waar de Brusselse burgerij vaste klant was. Emma hield enorm van de pasbeurten omdat ze dan contact had met vrouwen die uit een andere wereld leken te komen en de handelsreiziger in luxestoffen – voyageur noemden ze dat toen - was toen een zekere Frans Eyskens: dat was niemand minder dan de vader van de latere eerste minister Gaston Eyskens. Tot op haar oude dag heeft Emma met zeer veel waardering gesproken over deze “Mijnheer Eyskens”.
Om maar te zeggen, het contrast tussen de leefwereld van Emma en die van Mandus en Belleke was zéér groot. Florent ging dus trouwen met “een madame met streken” en wat nog erger was, Florent liet zijn ouders hiermee in de steek net nu ze een dagje ouder werden. Belleke en enkele kinderen weigerden zelfs om naar het trouwfeest te komen, zo hevig was hun protest.
Het zou niet meer goedkomen tussen Emma en haar schoonouders en waar het geld van die Duitse schadevergoeding uiteindelijk naartoe gegaan is zullen we ook nooit weten, hoogstwaarschijnlijk heeft Mandus het gewoon opgesoupeerd.
Jaren later, Florent was toen al overleden en Emma hertrouwd, kwam Amelie eens met een gescheurde werkbroek van Melsen langs en vroeg aan Emma of zij die broek niet kon herstellen. Emma durfde niet vlak af weigeren maar had helemaal geen zin om regelmatig extra werk te krijgen. Ze herstelde de broek en ze liet haar kinderen er brandnetels instoppen. Nooit heeft ze nog extra werk ontvangen en vele jaren later kon Emma er nog altijd smakelijk om lachen!
Het gouden jubileum in 1934
Op 30 januari 1934 was het dan zover, Mandus en Belleke waren die dag 50 jaar gehuwd. Een dergelijke gebeurtenis was zeer zeldzaam - omdat de levensverwachting toen veel lager was dan nu – en dat moest natuurlijk groots gevierd worden.
De feestelijkheden waren in het geheim voorbereid door een comité van buren en familieleden dat speciaal voor deze gelegenheid was opgericht. In het plaatselijke weekblad Ons Nieuws (dit krantje werd uitgegeven door de drukkersfamilie Jacobs te Heist-Goor) werd er eerst voorzichtig aangekondigd dat er iets bijzonders op til was op woensdag 31 januari.
Figuur 10a De aankondiging van de gouden bruiloft in Ons Nieuws van 27 januari 1934
Voor Mandus en Belleke was de verrassing compleet. Iedereen had zijn uiterste best gedaan om deze dag tot een succes te maken. Het ganse dorp was versierd en bevlagd, een praalboog opgericht en gelegenheidsteksten opgesteld. De schoolkinderen zwaaiden met vlaggetjes, het voltallige gemeentebestuur was present, de fanfares begeleidden de stoet, kortom iedereen van het dorp vierde mee met de gouden jubilarissen en hun familie.
In de volgende editie van het weekblad Ons Nieuws mocht een verslag van dit grote evenement dan ook niet ontbreken.
Figuur 10b reportage in Ons Nieuws, verschenen op 3 februari 1934
We hebben in het familiearchief ook nog een mooi gedicht gevonden. Het is geschreven door een van de vele kleinkinderen (we weten spijtig genoeg niet wie) naar aanleiding van het gouden jubileum. We vermoeden dat het gedicht voorgedragen is wanneer de ganse familie aan de feestdis zat.
Figuur 11 Gelegenheidsgedicht van een kleinkind
Tot de dood ons scheidt…
Mandus en Belleke zijn beiden in 1936 overleden. Hun diamanten jubileum dat hen zo toegewenst werd hebben ze dus niet gehaald. Mandus overleed op 19 februari en Belleke op 15 oktober.
19 februari 1936 was ook toevallig de dag dat hun kleinzoon Jules Verscuren ging trouwen. Natuurlijk is dit puur toeval maar het was toch wel brute pech voor Jules, zijn trouwdag werd overschaduwd doordat er een begrafenis moest geregeld worden.
Mandus en Belleke, van de wieg tot het graf in armoede, het leven had hen niet echt meegezeten.
Figuur 12 Mandus en Belleke circa 1930
Wie is wie op de foto van 1934?
Figuur 13 Familiefoto van het gouden jubileum van Mandus Mylemans en Belleke De Haes op 31 januari 1934
De foto is genomen in de voortuin van de woning van Mandus en Belleke. Deze hoeve staat er nog altijd en kan je vinden op het volgende adres:
Schaliehoevestraat 85
2220 Heist-op-den-Berg
Op de foto staan niet minder dan 58 personen: het gouden paar Mandus en Belleke zelf natuurlijk, samen met hun (schoon)kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen.
Eigenlijk was de familie nog groter want er ontbreken drie achterkleinkinderen en twee kleinkinderen die het feest niet meegemaakt hebben.
We zullen jullie hier op systematische wijze wat meer vertellen over al die nakomelingen en aangetrouwden.
De kinderen van Mie Mylemans en Frans Verscuren
Figuur 14 De kinderen van Mie Mylemans en Frans Verscuren
v.l.n.r. Gust (°1902), Frans Franquet (echtgenoot van Marie), Marie (°1903), Jules (°1906), Leonie (°1904) en Sus Wauters (echtgenoot van Leonie)
Niet aanwezig op het feest : Fons Wauters (°1925), Victor Wauters (°1929) en Angele Franquet (°1927)
De oudste dochter Mie Mylemans was gehuwd met Frans Verscuren. Deze was een seizoenarbeider en dokwerker. Dit echtpaar had vier kinderen: Gust, Marie, Leonie en Jules, waarvan de eerste drie ouder waren dan hun jongste tante Amelie.
Frans is jong overleden in 1913. Mie stond er vanaf dan alleen voor met haar kleine kinderen. Mie is op 43-jarige leeftijd overleden in 1925, volledig opgeleefd en krom gewerkt.
Hun oudste dochter Marie was toen al gehuwd en woonde in Antwerpen maar de andere kinderen waren nog ongehuwd bij het overlijden van hun moeder en vanaf dan woonden zij in bij hun grootouders in het huis dat te zien is op de foto.
In 1934 had Marie één dochter en Leonie had al twee zonen. Deze kinderen – dus achterkleinkinderen van Mandus en Belleke - staan niet op deze foto.
Marie en Leonie waren met dokwerkers gehuwd, Gust en Jules werkten in de bouw als respectievelijk voeger en metser.
Felix Mylemans en Mieke De Ceuster
Figuur 15 Felix Mylemans en familie
v.l.n.r. Lea (°1931), Felix Mylemans, Mieke De Ceuster, Jos (°1922) en Fien (°1914)
Felix en Mieke waren in 1934 twintig jaar getrouwd en hadden 3 kinderen. Het allerjongste familielid op deze foto is hun jongste dochter Lea die dan 2 jaar oud was.
Felix was dokwerker en vooral tijdens de eerste wereldoorlog was dit een levensgevaarlijke job. Later ging Felix als fabrieksarbeider aan de slag.
Fien vertelde later hoe moeilijk haar ouders het hadden om rond te komen en Jos herinnerde zich nog heel goed dat zijn vader de schoolresultaten van zijn kinderen bijzonder belangrijk vond en daarover dikwijls discussies had met Mandus die het belang van een opleiding en stielkennis niet inzag.
Toke Mylemans en Seppe Vets
Figuur 16 Toke Mylemans en familie
Op de onderste rij zitten de achterkleinkinderen van Mandus en Belleke: v.l.n.r. Jules Vets (°1930) , Marcel Vetters (°1927) en Jos Vetters (°1931)
Midden : Toke Mylemans
Bovenste rij v.l.n.r. Bertha Vets (°1908), Jules Vetters (echtgenoot van Bertha), Bernard Vets (*1905), Mieke Gijsbrechts (echtgenote van Bernard Vets), ), Seppe Vets (echtgenoot van Toke Mylemans), Jules Vets (°1912), Filomena Buts (echtgenote van Jules Vets), Leonie Vets (°1915), Jos Vets (°1913), Martha Vets (°1917)
Toke en Seppe hadden 8 kinderen waarvan er nog 6 in leven waren in 1934. Seppe Vets was eerst dokwerker en op latere leeftijd fabrieksarbeider. Bij hun kinderen merken we vaak hetzelfde patroon: eerst in de haven, later in de fabriek.
Begin 1934 was er een echt schandaal in deze familie: de 18-jarige Leonie was zwanger en ze beweerde niet te weten wie de vader was. De familie is toen naarstig op zoek gegaan naar een kandidaat echtgenoot. Zo werd bijvoorbeeld haar neef Jules Verscuren gepolst maar die weigerde. In juni 1934 beviel Leonie van een zoon en in december 1934 kon ze trouwen en daarmee was het probleem netjes opgelost.
Deze familie heeft ook een zware prijs betaald in de tweede wereldoorlog: Jules Vets is overleden in de grote treinramp te Isenbüttel toen hij terugkeerde uit krijgsgevangenschap en Jos Vets kwam als oorlogsinvalide terug.
Fil Mylemans en Agnes Steinmetz
Figuur 17 Fil Mylemans en familie
v.l.n.r. Theo (°1918), Jos (°1926), Armand (°1919) Agnes Steinmetz en Fil Mylemans
Fil heeft vele jaren in Essen-Borbeck (Duitsland) gewoond en gewerkt. In 1917 huwde hij er met de Duitse Agnes Steinmetz en hun eerste zoon Theo werd in Borbeck geboren. De tweede zoon Armand is geboren in België maar toen was de vader nog wel aan het werk in Duitsland.
In de twintiger jaren zijn zij dan definitief verhuisd naar Grobbendonk en daar werkte Fil in de bouwsector. Hij – en later ook zijn zonen en kleinzonen – werden metser-aannemers.
Vele jaren na de geboorte van hun zonen kregen zij in 1939 dan toch nog een dochter die José genoemd werd.
Armand, de tweede zoon, heeft een zeer bewogen jeugd gehad. In de tweede wereldoorlog werd hij krijgsgevangen genomen maar omdat hij ontsnapte uit het kamp – en terug gevangengenomen werd - stuurden de Duitsers hem als straf naar de concentratiekampen. Halfdood werd hij bevrijd door het Russisch leger maar na een lange hospitalisatieperiode zat hij vast aan de verkeerde kant van het ijzeren gordijn. Pas in 1946 kwam hij terug thuis.
Melle Mylemans en Gust Delen
Figuur 18 Melle Mylemans en familie
v.l.n.r. Jos (°1920), Albert (°1919), Marcel (°1913), Melle Mylemans en Gust Delen
In 1913 was Melle gehuwd met landbouwer Gust Delen en nog in datzelfde jaar werd hun eerste zoon, Marcel, geboren.
Maar bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog werd Gust gemobiliseerd en heeft hij 4 jaar lang het vaderland gediend in de loopgraven achter de Ijzer. Tijdens de oorlog verbleef Melle met haar zoontje bij haar ouders in het huis op de foto.
Gust heeft de eerste wereldoorlog dan wel overleefd maar na 1918 moest het gezin volledig vanaf nul herstarten. Na de oorlog werden nog twee zonen, Albert en Jos, geboren.
Lin Mylemans en Louis Mariën
Figuur 19 Lin Mylemans en familie
v.l.n.r. Miel (°1918), Lin Mylemans, Louis Mariën en Martha (°1928)
Lin was jarenlang dienstmeid en werkster in Duffel.
In Duffel zou zij ook kennis gehad hebben met iemand die opgeroepen werd als soldaat en uiteindelijk gesneuveld is in de eerste wereldoorlog. Lin was zwanger maar nog niet gehuwd en was dus geen officiële oorlogsweduwe. Ze stond er dus alleen voor maar kwam toch niet terug naar huis. Haar werkgever heeft, zeer tegen de toenmalige tijdsgeest in, haar niet weggestuurd toen ze zwanger was.
Enkele jaren later leerde ze toch nog iemand kennen en huwde zij met weduwnaar Louis Mariën, een fabrieksarbeider. Samen kregen ze nog een dochter Martha.
Tante Lin is de lievelingstante geweest van heel wat van haar neven en nichten. Ze was een aangenaam en fijn persoon met een zeer zacht karakter. Bij tante Lin kwam ook nog iedereen over de vloer wat niet van al haar broers en zussen gezegd kon worden.
Manda Mylemans en Victor Rits
Figuur 20 Manda Mylemans en familie
v.l.n.r. Jos (°1927), Manda Mylemans en Victor Rits
Manda huwde in 1924 op 27-jarige leeftijd met Victor Rits.
Victor werkte als onderhoudstechnieker bij de lokale trammaatschappij. Zoals dat toen de gewoonte was hadden ze ook samen nog wat vee en werden er groenten geteeld op het huisveld van hun boerderijtje in Hallaar.
Hun eerstgeboren zoon werd maar enkele dagen oud en hun tweede zoon, Jos staat hier op de foto als hun enig kind op dat moment.
In 1935 zal dit echtpaar nog een dochter, Georgette, krijgen.
Deze tak van de familie is veruit de kleinste. Manda en Victor hadden 2 kinderen, 2 kleinkinderen en ook maar 2 achterkleinkinderen.
Bertha Mylemans en Emiel Meuris
Figuur 21 Bertha Mylemans en familie
v.l.n.r. Martha (°1920), Emiel Meuris, Bertha Mylemans, Jos (°1923)
Bertha was in 1920 gehuwd met Emiel Meuris, een dokwerker met een minder goede reputatie. Volgens de familieoverlevering maakte hij het zich altijd zo gemakkelijk mogelijk door het zwaarste werk aan de collega’s te laten.
Emiel was de eerste werkloze in de familie. Niemand begreep toen dat je kon geld ontvangen wanneer je niet werkte en in de familie vroegen ze zich af “Een dopper, wat is dat eigenlijk?”.
Een andere onhebbelijkheid van Emiel was dat hij een notoire valsspeler was bij het kaarten. Hij speelde voor grof geld en waarschijnlijk is dat zijn manier geweest om het huishoudbudget aan te vullen.
Emiel werd dus helemaal niet gewaardeerd door de familie en “ons Bertha” werd regelmatig beklaagd.
Maar van de kinderen Martha en Jos kan niets slecht verteld worden. Zij waren zeer sympathieke, warme en hartelijke mensen die wel geapprecieerd werden in de familie. Gelukkig valt de appel soms heel ver van de boom!
Florent Mylemans en Emma Heremans
Florent was al 32 jaar toen hij in 1931 huwde met Emma Heremans.
Hij had een eigen zaak uitgebouwd, zij was een naaister in het naaiatelier van haar tante en ook na haar huwelijk bleef zij nog een hele tijd voor dit atelier werken.
Figuur 22 Florent Mylemans en Emma Heremans
In 1934 hadden Florent en Emma twee kinderen, Willy en Paula, die evenwel niet op de grote jubileumfoto staan. Zij bleven die dag thuis bij hun andere grootouders want Emma vond het in januari veel te koud voor haar kleine kindjes.
We hebben wel nog een foto van deze twee kinderen. Die foto is door Florent genomen en dateert van zo’n half jaar later, ergens in de zomer van 1934.
Figuur 23 Paula (°1933) en Willy (°1932)
In 1941 sloeg het noodlot toe in dit gezin. Op amper 1 maand tijd overleed het zevende kind, werd het achtste kind geboren en overleed vader Florent op 42-jarige leeftijd. In volle oorlog bleef Emma dus achter met 7 kinderen, de oudste was 9 jaar en de jongste amper 11 dagen. Het werden harde tijden voor dit gezin.
Emma is nog tijdens de tweede wereldoorlog hertrouwd met Emiel Storms die een heel goede stiefvader voor de kinderen geweest is, maar het verlies van Florent betekende voor Emma een levenslang trauma.
Fien Mylemans en Fil Ceulemans
Figuur 24 Fien Mylemans en familie
v.l.n.r. Martha (°1923), Yvonne (°1927), Fil Ceulemans en Fien Mylemans
Fien en Fil behoorden tot de initiatiefnemers van de feestelijkheden.
Fien was met haar buurjongen Fil Ceulemans gehuwd en ze woonden op amper 150 meter afstand van de hoeve op de foto.
Voor dit gezin was 1934 evenwel een zeer tragisch jaar. Het jaar begon nochtans goed met het gouden jubileum maar Fien werd snel daarna ziek. Op 2 augustus 1934 overleed Fien in het universitair ziekenhuis Sint Raphael te Leuven. Ze werd maar 33 jaar oud.
Melsen, Pol, Leonie en Amelie
Figuur 25 v.l.n.r. Melsen, Leonie, Pol en Amelie
Melsen, Pol, Leonie en Amelie bleven ongehuwd en hebben Mandus en Belleke tot hun overlijden in 1936 thuis verzorgd.
Na 1936 bleven zij wonen in de hoeve op de foto. Melsen, een van de weggevoerden in WO I, is altijd fysiek verzwakt gebleven. Samen met Pol bewerkte hij de grond rond de boerderij terwijl de vrouwen zorgden voor het huishouden en de stalwerkzaamheden. Achter de hoeve – dus niet te zien op de foto – hadden zij ook een heel groot kippenhok. De verkoop van eieren leverde op die manier extra inkomsten op.
Amelie heeft na het overlijden van Mandus en Belleke een relatie gehad maar dat heeft niet lang geduurd. Melsen vond het maar niks dat hij een goede huisvrouw zou kwijtspelen en heeft de relatie verboden. Toen werden vrouwen nog opgevoed om braaf te luisteren naar de mannen, Amelie gehoorzaamde dus.
Leonie was de baas in het huishouden. Zij was een toonbeeld van katholieke deftigheid en haar doen en laten werd voortdurend bepaald door de gedachte “wat zullen de mensen denken?”. Zij moet echt getraumatiseerd geweest zijn door haar afgelaste huwelijk.
Leonie overleed in 1993 op 89-jarige leeftijd als allerlaatste van de kinderen van Mandus Mylemans en Belleke De Haes.