Van blokmaker tot internationaal gereputeerde meubelmaker

Inleiding

Tot de eerste helft van de 19e eeuw was het basisonderwijs vooral gericht op het leren lezen, schrijven en rekenen. Een stiel leerde je dikwijls van je vader of je ging in de leer bij een meester die je zijn ambacht bijbracht. Pas in de tweede helft van de 19e eeuw werd het door de overheid ingericht onderwijs uitgebreid naar het aanleren van vaardigheden die nodig waren bij de productie van gebruiksgoederen.

In dit artikel bespreken we de evolutie van de beroepsactiviteit van vijf generaties Mylemans-en die leefden tussen het midden van de 18e eeuw en het midden van de 20e eeuw.

Ons verhaal begint bij Frans Mylemans, een achterkleinzoon van Hendrick Mylemans. Het stamboomschema hieronder stelt de rechtstreekse bloedlijn voor tussen Hendrick en Frans.

 

Figuur 1 Stamboomschema - De directe bloedlijn tussen Hendrick en Frans Mylemans

 

Generatie 1: Frans Meylemans en Joanna Maria Op de Beeck

Hij was de jongste zoon van Daniel Mylemans en diens tweede vrouw Maria Ceulemans. Hij werd in 1721 te Berlaar gedoopt en kreeg de naam Joannes Franciscus. In 1746 huwde hij een eerste keer met Maria Van Gestel. Samen hadden ze 7 kinderen. Als Maria in 1763 stierf, hertrouwde Frans met Joanna Maria Op de Beeck. Er volgden nog eens 9 kinderen.

Wat het precieze beroep van Frans Mylemans was staat nergens geschreven. Hoogstwaarschijnlijk was Frans landbouwer, zoals vele van zijn voorouders. Dat leiden we voornamelijk af uit een notarisakte die op 01/12/1768 te Lier werd opgesteld en waarin notaris Berckmans beschreef hoe Frans een stede huurde voor de termijn van 24 jaar. Die stede bestond uit een huis, een schuur, een stal, grond en toebehoren, alles samen ongeveer een bunder groot. Deze boerderij lag ergens buiten de Mechelse poort te Lier, in de buurt van het “Hoffken van Ringen”. Het Hof van Ringen was een pachthoeve die ook op de Ferrariskaart is aangeduid. Het gebied behoorde tot het gehucht Lachenen, dat deel was van de bijvang van Lier.

 

Figuur 2 Kaart met ligging van het gehucht Lachenen

 

Generatie 2: Jan Baptist Mylemans en Anna Catharina Van Hofstraeten

Op 12 augustus 1773 werd Jan Baptist Mylemans in de Sint-Gummaruskerk te Lier gedoopt, als zoon van Frans Mylemans en Joanna Maria Op de Beeck. Hij werd dus bijna zeker geboren in de hoeve die vader Frans in 1768 huurde op de rechteroever van de Nete in het gehucht Lachenen. Jan Baptist was het 7de kind uit het tweede huwelijk van Frans. Uit een vorig huwelijk met Maria Van Gestel had Frans ook al 7 kinderen. Zo was Jan Baptist het 14de van in totaal 16 kinderen van Frans Mylemans, en stamt hij in lange lijn af van Henricus Mylemans en Margaretha Van de Wouwer die in Tallaart aan de andere kant van de Nete woonden.

In 1799 op de geboorteakte van dochter Anna Maria werd Jan Baptist als sabotier vermeld, wonende in de Rue Faubourg de Bois-le-Duc (de s’ Hertogenboschstraat, de huidige Lispestraat/Lispersteenweg) . Een sabotier is een blokmaker of klompenmaker, iemand die houten schoeisel maakt. Vanaf 1799 tot 1844 werd hij steevast als blokmaker in diverse akten vermeld. In de volkstelling van Lier in 1816 stond hij genoteerd als schoenmaker en in 1841 als hovenier. Dat doet ons vermoeden dat hij ook nog wat land bewerkte. Hij huwde in 1803 met Anna Catharina Van Hofstraeten die in 1774 geboren en gedoopt was te Pulderbos, dochter van het landbouwersgezin Jacobus en Anna Maria Teunen. Vanaf ongeveer 1801 tot 1844 woonde het echtpaar in de Mechelsestraat te Lier.

  • Jan Baptist en Anna Catharina Van Hofstraeten kregen samen 7 kinderen.

  • Anna Maria °1799 +1867 woonde in het begijnhof.

  • Josephus °1801 +1841 schoenmaker huwde met katoenspinster Joanna Henderickx en later met borduurster Lucia Vercammen.

  • Jan Baptist °1804 +1863 wever huwde met kantwerkster Maria Theresia Buts.

  • Franciscus °1806 +1865 kleermaker huwde met arbeidster Maria Catharina Bellens.

  • Jean °1809 +1836 hij was soldaat en ongehuwd bij zijn overlijden.

  • Petrus Gummarus °1812 +? Schoenmaker huwde met Jeanne Marie Van Ipperzeel.

  • Coletta °1816 +1895

Dochter Anna Maria °1799 was kantwerkster en was volgens haar overlijdensakte nooit gehuwd. Ze woonde in de Sint-Margarethastraat 29 in het Begijnhof van Lier. Ze was waarschijnlijk geen begijn. Er waren zelfs toen al weinig begijntjes en de leegstaande woningen werden dan dikwijls aan gewone burgers verhuurd. Vader Jan Baptist verbleef in 1867, het jaar van zijn overlijden op hetzelfde adres binnen de begijnhofmuren. Jan Baptist was bij zijn overlijden 93 jaar oud.

Zoon Josephus °1801 werd schoenmaker. Hij huwde een eerste keer met Joanna Henderickx een katoenspinster uit Antwerpen en ging daar wonen. Als Joanna enkele jaren later stierf trouwde Josephus een tweede keer met Lucia Vercammen, een borduurster uit de Oude Kluizestraat te Lier. Josephus bleef echter tot aan zijn dood in 1841 in Antwerpen wonen. Josephus en Lucia kregen twee kinderen Jan Baptist en Maria Mylemans. Jan Baptist huwde en woonde een tijd in Brussel.

Zoon Jan Baptist °1804 huwde met kantwerkster Maria Theresia Buts. Jan Baptist was wever. Het koppel kreeg verschillende kinderen maar de meesten van hen stierven vrij jong. In 1863 overleed Jan Baptist in het bedelaarswerkhuis te Hoogstraten. Hij woonde van 1852 tot 1860 in Mechelen.

Zoon Frans °1806 huwde met Maria Catharina Bellens te Lier in 1829, ze gingen op de Mosdijk wonen, langs de Binnen-Nete. Frans begon als kleermakersgast en werd later kleermaker. Frans en Maria Catharina kregen 7 kinderen waar we verder in het artikel meer over vertellen.

Zoon Petrus Gummarus °1812 werd schoenmaker en huwde met Jeanne Marie Van Ipperzeel, Hij ging naar Grimbergen wonen en zorgde daar en in het aanpalende Vilvoorde voor veel nageslacht.

Dochter Coletta °1816 bleef ongehuwd en volgens haar overlijdensakte oefende ze ook geen beroep uit. Ze verbleef in het Sint-Antonius Godshuis in de Berlaarstraat te Lier, waar ze in 1895 overleed.

De zonen van Jan Baptist gingen zich toeleggen op het beroep schoenmaker, wever of kleermaker. Dat waren beroepen die tot de lagere inkomensklasse behoorden. De meesten van hen huwden met vrouwen die in de textielsector tewerkgesteld waren.

Figuur 5 Lierse schoenmakers rond 1900 ter illustratie, foto Archief Lier

Generatie 3: Frans Mylemans en Maria Catharina Bellens

Frans Mylemans huwde met Maria Catharina Bellens.

Het echtpaar dat aan de Mosdijk te Lier woonde kreeg 8 kinderen waarvan er 2 op heel jonge leeftijd overleden.

  • Maria Catharina Josepha °1829 +1831.

  • Joannes Baptista °1831 +1852

  • Catharina Mathildis °1834 +1851 als 17 jarige kantwerkster overleden.

  • Joannes Josephus °1836 +1876 matrassenmaker hij huwde met dienstmeid Joanna Josephina Van Loo.

  • Carolina Constantia °1839 +1916 modemaakster ze huwde met schoenmaker Jan Gummaar Moons.

  • Joanna Catharina °1842 +? modemaakster ze huwde met koetsier Peter Vervoort.

  • Petrus Jacobus °1845 +1912 matrassenmaker hij huwde met naaister Joanna Rosalia Torfs.

  • Alphonsus Joannes Gummarus °1850 +1851.

We hebben in de lijst hierboven ook de beroepen vermeld die de kinderen van Frans en Maria Catharina later uitoefenden. Als we die beroepen vergelijken met die van de vorige generatie merken we een zeker evolutie van meer algemene textiel-verwerkende beroepen naar beroepen waarbij specifieke producten worden vervaardigd, zoals modieuze kleding of matrassen.

Frans zelf wordt tot 1851 in verschillende akten vermeld als kleermaker. Hij overleed in 1868. Ergens in jaren tussen 1851 en 1868 moet hij zich ook professioneel geheroriënteerd hebben want op zijn overlijdensakte staat dat hij matrassenmaker was aan de Mosdijk.

 

Figuur 8 Mosdijk rond 1929 postkaart Uitgeverij Taymans collectie auteur

 

Generatie 4: Petrus Jacobus Mylemans en Joanna Rosalia Torfs

Petrus Jacobus huwde in 1874 met naaister Joanna Rosalia Torfs uit Duffel en ze gingen in de Lisperstraat te Lier wonen waar ze later een handelszaak hadden.

Petrus Jacobus en Joanna Rosalia kregen samen 7 kinderen.

  • Maria Joanna Colleta °1875 +1881

  • Anna °1877 +1961 ongehuwd.

  • Cyrilla Joanna Clara °1879 +1882

  • Jos °1881 +1928 matrassenmaker, garnierder en behanger

  • Theo °1883 +1945 Tekenaar, Meubelmaker, nijveraar

  • Maria °1885 +?

  • Cyrilla °1888 +1976 ongehuwd.

Het gezin stond bekend als streng Katholiek en erg Vlaamsgezind.

In 1968 vertelde Cyrilla °1888, de dochter van Petrus Jacobus, de familiegeschiedenis aan Staf Mylemans, priester dominicaan en kleinzoon van Petrus Jacobus. Hij schreef alles netjes op. Daardoor hebben we nu nog heel wat informatie over deze familietak.

Alles wat ze laat optekenen klopt echter niet, zoals dat wel vaker het geval is bij mondelinge overleveringen. Halve waarheden worden doorgegeven en beginnen op de duur hun eigen leven te leiden en worden uiteindelijk als de waarheid beschouwd. Zo verklaarde ze dat vader Petrus Jacobus en haar grootvader Frans vertelden dat hun voorouders vlashandelaars waren uit Vlaanderen, die na een crisisperiode in de vlassector naar Lier kwamen wonen. Dat hebben we met ons genealogisch onderzoek duidelijk kunnen weerleggen. Voorvader Frans Meylemans was immers een achterkleinzoon van Henricus Mylemans en Margaretha van de Wouwer.

Andere aantekeningen stroken wel met wat we tijdens ons onderzoek vonden. Zo woonde vader Petrus Jacobus in de Lisperstraat nr 5 en later in nr 2. Ons onderzoek heeft inderdaad aangetoond dat het gezin in 1874 in de Lisperstraat nr 5 woonde en rond 1881 verhuisde naar nr 2. Beide huizen werden gehuurd. In 1893 kocht het gezin een woning op adres Lisperstraat nr 22.

De kelder van het huis had een tongewelf en was voorzien van een verluchtingsraampje. Blijkbaar was er van één huis twee gemaakt, nummers 22 en 24, en het verluchtingsraampje gaf in het andere huis met nr 24 uit. De dochters noemden hun donkere kelder ook wel de catacomben. Achter in de tuin van nr 22 stond een atelier over de volle breedte van de tuin, daar werkte Petrus Jacobus.

Gedurende heel zijn leven is Petrus Jacobus matrassenmaker, soms wordt zijn beroep ook wel opgeschreven als garnierder of als behanger-garnierder zoals dat het geval was op zijn overlijdensakte. Een garnierder is iemand die meubels met stof bekleedt. Gezien hij ook behanger was kunnen we veronderstellen dat hij ook overgordijnen maakte.

Wanneer Petrus Jacobus in 1913 overleed stond zijn foto op het rouwprentje afgebeeld. Gedurende 57 jaren was hij zanger in de Sint-Gommaruskerk. Het was in die tijd zeker nog niet gebruikelijk om foto’s op rouwprentjes te drukken. Dat was toen nog erg duur. Het doet ons veronderstellen dat de familie er financieel niet slecht voorstond, wellicht veel beter dan de voorgaande generaties.

 

Figuur 9 Bidprentje van Petrus Jacobus Mylemans

 

Figuur 10 Bidprentje van Joanna Rosalia Torfs

Generatie 5: Jos Mylemans en Eugenia Albertina Moumal

Jos °1881 was de 4e van de 7 kinderen van Petrus Jacobus. Jos huwde in 1906 met Eugenia Albertina Moumal. Ze was van Waalse afkomst en geboren in Loncin in de provincie Luik. Jos en Eugenia Albertina kregen samen 4 kinderen.

  • Louise °1907 +1997

  • Robert °1909 +1999

  • Anna °1912 +?

  • Jos °1916 +1958

Gedurende zijn leven werkte Jos als behanger, garnierder of matrassenmaker. Zijn vrouw Eugenia Albertina was winkelierster/handelaarster. De onderstaande postkaart toont Jos omstreeks 1923 voor hun winkel in de Lisperstraat te Lier. We zien Jos met dochters Anna en Louise Mylemans.

 

Figuur 11 Jos met zijn dochters voor zijn winkel in de Lisperstraat nr9-11 rond 1923, postkaart collectie van de auteur

 

De opschriften boven de vitrine tonen duidelijk de beroepsactiviteiten van Jos en zijn vrouw: behangerij, garnierderij, meubelmakerij, beddegoed. De achterzijde van de postkaart vermeldt de datum 11/07/1923 en het adres van de handelszaak.

 

Figuur 12 De achterzijde van de postkaart van Huis Jos Mylemans

 

In de Gazet van Berlaar van 05/10/1924 troffen we onderstaand reclamebericht aan. Het bericht vermeldt dat de zaak op dat ogenblik al 48 jaar bestaat, m.a.w. sinds 1876. Dat is de periode dat vader Petrus Jacobus in de Lisperstraat ging wonen. Jos beschouwde zijn zaak dus als de voortzetting van de beroepsactiviteiten die zijn vader begonnen was. De advertentie vermeldt ook dat het de grootste fabriek en magazijnen van de stad Lier betrof.

Figuur 13 Reclamebericht uit 1924 Gazet Van Berlaar

We zien dat het aanbod van koopwaar in Jos zijn winkel bijzonder uitgebreid was.

Waar Jos zijn stock opsloeg of waar de fabriek stond weten we niet. De winkel op de postkaart was gelegen op adres Lisperstraat nr 9 en 11. Het gebouw staat er anno 2023 nog. Er is nu een apotheek gevestigd. Het gebouw is echter nauwelijks 100 jaar oud, en heropgebouwd in 1921 na vernietiging tijdens WO1. De woning op nr 5 werd ook vernield en heropgebouwd. De woning zoals die was in de tijd dat vader Petrus Jacobus het pand huurde is dus niet meer te zien in het straatbeeld.

Generatie 5: Theo Mylemans en Emmanuela De Meyer

Theo °1883 was de 5e van de 7 kinderen van Petrus Jacobus Mylemans. De Lierse schrijver Felix Timmermans zou een persoonlijke vriend geweest zijn van Theo Mylemans. Felix Timmermans was gehuwd met Marieke Janssens. Haar grootmoeder Antonia Ludovica Meylemans was nog familie van Theo Mylemans. Daniel Mylemans en Maria Ceulemans waren hun gemeenschappelijke voorouders. We vragen ons af of Theo dat wist?

In 1911 trouwt Theo Mylemans met de beenhouwersdochter Emmanuela De Meyer. Theo en Emmanuela kregen samen 11 kinderen.

  • Peter °1912 +1980

  • Frans °1913 +1990

  • Anna °1915 + 1981

  • Cyril °1916 +1980

  • Gustaaf °1918 +1986

  • Addie °1920 +2003

  • Alfred °1922 +1983

  • Theo °1924 +1995

  • Maria °1925 +1927

  • Mia °1927 +2009

  • Jos 1929 +2013

Op zijn huwelijksakte staat dat Theo Mylemans tekenaar was. In 1912 verhuisde het koppel naar de Draaibankstraat 4 te Mechelen. Daar bleven ze echter niet lang wonen. Een jaar later verhuisden ze naar de Geerdegemvaart in Mechelen langs het kanaal Leuven-Dijle. In akten uit 1912 en 1913 staat Theo’s beroep als meester meubelmaker of meubelmaker vermeld. In 1920 stond hij als directeur de fabrique de meubles opgetekend.

Over haar broer Theo heeft Cyrille ook van alles laten optekenen.
Zo vertelt ze dat Theo toen hij nog thuis woonde in de woning gelegen in de Lisperstraat 22 een slaapkamer maakte voor zijn ouders. Hij deed dat in de winter onder een glazen dak. Cyrille hielp hem met het lijmen van het hout. Vervolgens ging Theo naar Mechelen werken, voor directeur Marijnen van een meubelfabriek. Deze meubelfabriek was waarschijnlijk L’Ebénisterie Malinoise op de Geerdegemvaart. Marijnen beloofde Theo veel maar er kwam weinig van in huis. Wat hem precies beloofd werd hebben we niet kunnen achterhalen. Wel is het een feit dat Theo er niet bleef werken en terugkwam naar Lier. Hij ging er tijdelijk in een huurhuis wonen in de Lisperstraat nr 52. Sommige werklieden waren Theo mee naar Lier gevolgd, waarschijnlijk om voor hem of zijn broer Jos te werken.
Directeur Marijnen kon Theo overhalen om opnieuw voor hem te komen werken in Mechelen. Maar het werd geen succes wegens het verkeerde beleid van de directeur. Theo begon dan maar als zelfstandige meubelmaker aan de Leuvensesteenweg (te Mechelen). Toen Marijnen ontslagen werd benoemde men Theo als directeur en kreeg hij de woning in de Geerdegemvaart 99 toegewezen. In 1925 woonde hij op adres Geerdegemvaart 47-48. Hier zou hij eind 1927 naast zijn woning een eigen zaak opstarten.

Theo slaagde erin om een goed draaiende meubelfabriek op te richten. In 1936 verscheen er een artikel in de Gazet van Mechelen over de fabriek. Die fabriek was niet de grootste maar wel het beste en meest praktische ingericht. In het artikel werd vermeld dat Theo in 1903 al naar Mechelen kwam als halve gast-ebenist, en er werk vond bij één van de voornaamste meubelfabrieken. Terwijl hij in Mechelen werkte, volgde hij de academie en haalde de hoogste onderscheiding voor meubeltekenaar. Dat wordt bevestigd in de huwelijksakte van zijn broer Jos die in 1906 trouwde. Op de fabriek werd hij weldra meubeltekenaar, daarna chef-meubeltekenaar en toen diezelfde fabriek in 1911 een grote uitbreiding kende, werd hij onderdirecteur. In 1912 werd hij algemeen bestuurder van de fabriek. In 1928 besloot hij om een eigen fabriek te beginnen.

In die tijd deed de centrale verwarming haar intrede en blijkbaar konden oude meubels er niet zo goed tegen. Theo ging op zoek naar andere manieren om meubels te vervaardigen, meubels die wel bestand waren tegen deze nieuwe vorm van verwarming. Zo garandeerde hij de kwaliteit van zijn meubelen. Hij richtte de fabriek ook zodanig in, dat het hele productieproces optimaal kon verlopen. Dat droeg dan weer bij tot lagere prijzen. Zo bleven zijn meubelen concurrentieel, en dat was nodig want er kwamen nogal wat goedkope Duitse meubelen op de markt. Toch bleef de fabriek van Theo succesvol.

Ook in het boek “Hoe was Mechelen vroeger” verscheen nog een artikel over de meubelfabriek van Theo. Waarschijnlijk was het gebaseerd op hetzelfde bronartikel uit de Gazet van Mechelen, maar bevatte enkele aanvullingen. Zo vermeldt dit artikel dat het hout dat Theo voor zijn meubelen gebruikte per schip uit Limburg kwam. Het werd bij aankomst in grote hangars te drogen gelegd en werd later verzaagd. De meubelfabriek van Theo had zich gespecialiseerd in gepolierde eet- en slaapkamers die bestand waren tegen de droge lucht die het gevolg was van de centrale verwarming. Dat leverde de fabriek een gouden medaille op een internationale tentoonstelling te Parijs in 1937. Zo raakten de meubelen die Theo ontwierp en in zijn fabriek te Mechelen geproduceerd werden internationaal bekend. Om buitenlandse markten aan te boren maakte hij reclamefolders in het Engels en het Frans.

(Lees verder onder de foto’s).

 

Figuur 14 Reclamefolder in het Engels en het Frans collectie van de auteur

 
 

Figuur 15 Enkele factuurhoofdingen van meubelmakerij Mylemans-De Meyer Collectie van de familie

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Figuur 16 Zes foto's van de fabriek Mylemans-De Meyer aan de Geerdegemvaart foto collectie familie

 

Vlucht naar Engeland tijdens WO1

De broers Jos en Theo sloegen tijdens WO1 met hun gezin op de vlucht naar Engeland. Getuige daarvan zijn de geboorteplaatsen van 3 van hun kinderen in respectievelijk de plaatsen Devizes, Lancaster en Kendal.

In Mechelen lag de meubelnijverheid bijna volledig stil. Voor de oorlog had de fabriek L’Ebénisterie Malinoise 105 mensen in dienst, in 1916 was er nog 1 leerjongen.

 

Figuur 17 Theo Mylemans en Emmanuela De Meyer met 10 van hun kinderen.

 

We zien op bovenstaande foto van links naar rechts:
Bovenaan : Gustaaf, Adeline, Peter, Prosper (Frans), Cyriel, Annie.
Midden: Theo, Theo senior, Alfred, Emma en Mia.
Het kindje tussen vader Theo en Emma is Jos.

Generatie 6: De kinderen van Jos en Theo

Na het overlijden van Jos in 1928 werd de zaak in de Lisperstraat verdergezet door enkele kinderen.

Bij Theo werkten enkele zonen mee in de fabriek, die ook na Theo’s overlijden in 1945 nog een tijdje in de meubelsector bleven werkten.

Ons verhaal stopt aan de vooravond van WO2.
We mogen vol trots besluiten dat er enkele nazaten van blokmaker Joannes Baptista Mylemans pienter genoeg waren om een bijzonder succesvolle handelszaak op te starten en uit te bouwen tot een internationaal gereputeerde meubelfabriek. De speurtocht naar marktniches en steeds beter aangepaste producten en productiemethoden kenmerkt wellicht het beste het succesverhaal van deze familietak.

Onze bijzondere dank gaat naar de kleinkinderen en achterkleinkinderen van Jos en Theo voor hun medewerking aan het tot stand komen van dit artikel.

 
 

Hierboven zien jullie een vereenvoudigde stamboom van de hoofdpersonages uit dit artikel. Wie geïnteresseerd is om de stamboom met al zijn details te bekijken, inclusief alle bronnen die we van deze generaties gevonden hebben, kan die vinden op Geneanet:
https://gw.geneanet.org/demylekrant_w?lang=nl&p=joannes+franciscus&n=mylemans&oc=1&type=tree.

Je moet wel een account hebben bij Geneanet om deze stamboom te bekijken. Maar een account aanmaken is ook daar gratis.

Bert Mylemans

Bronnen:

  • Waar is de Tijd Mechelen: Uitgeverij Waanders 2000.

  • Eindverhandeling UZB Licentiaat geschiedenis Geert Clerbout 2006-2007.

  • Familieverhaal van Cyrille Mylemans opgetekend door Staf Mylemans 24/03/1968

  • Gazet van Berlaar 05/10/1924, Kempenserfgoed.be

  • Gazet Van Mechelen 14/15 maart 1938.

Vorige
Vorige

Prentbriefkaart aan Amandus Meylemans

Volgende
Volgende

Het nageslacht van Hendrick Mylemans in de periode tot 1800